'Probe is de geweldigste tentoonstellingsruimte die je je kunt voorstellen'

Jeanne Prisser bericht over wat zich afspeelt in de voorhoede van de beeldende kunst. Deze week: een slachtpartij in een kelderbox en de zwaartekracht tarten in een neonkleurige legging.

Janine van Oene: Landscape, 2013. Beeld Janine van Oene

Amsterdam, 14 oktober

Veel schilderijen, de meeste tam. Dat was de eerste tentoonstelling. Minder schilderijen, sommige uitstekend. Dat was tentoonstelling numero due. Beide toonden de winnaars (en genomineerden) van prijzen voor jonge schilders, en omdat ik ze direct na elkaar bezocht, en er in mij weliswaar geen grote norse neger (dixit Lucebert), maar wel een wispelturige tijgerin schuilt, draaide m'n mening over prijzen voor jonge schilders binnen luttele uren van: opdoeken die handel! naar: meer prijzen, méér!

De tentoonstellingen in kwestie waren respectievelijk de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst in het Koninklijk Paleis en de Buning Brongers Prijzen 2014 in mijn geliefde Arti et Amicitiae, Amsterdam. De eerste toont de hele longlist: 24 schilders in totaal, de tweede toont enkel de winnaars, een zestal.

Het zal vast aan mij liggen, maar de Buning lijkt ietwat veronachtzaamd ten opzichte van haar Koninklijke broeder, en dat is niet terecht. Het is een mooi initiatief. Zij werd een kleine vijftig jaar terug opgericht door de schilder Johan Buning, en wordt sindsdien iedere twee jaar uitgereikt. Het prijzengeld bedraagt 4.500 euro per winnaar. De nominaties komen van kunstacademies uit het hele land. Onder de vroegere winnaars vindt men household names als Frans Franciscus en Tjebbe Beekman.

'Abstractie wint!', heette het in het rapport van de Koninklijke, maar niet in Arti: daar schildert men lustig figuratief. In het Paleis leek men soms bang voor verf, hier lust men er wel pap van. Men schildert groot, vaak, en met power, tuk op de kwaliteiten van het materiaal. Op een van de doeken deed de verfhuid me denken aan een bloederige steak. Mijn innerlijke tijgerin gromde goedkeurend.

Wat me zeer bekoorde was Landcape van Janine van Oene, een schilderijtje in een schilderij: glibberige rotsen bedekt met zand, nat in nat, Borremans-delicaat. Ook noemenswaardig: Cian-Yu Bai met zijn figuren die eruitzien als lichamen in verre staat van ontbinding. Of als druipkaarsen, wat u wilt. De vorm is wiebelig, maar man wat is het smeuïg, en o wat knalt het van de muur.

Waar ik nog niet uit ben: Jisan Ahn. Die toont horrortaferelen - onder meer een gezellige vil-partij in een kelderbox - maar die 'duivelse techniek' waarvan de catalogus rept, daarin kan ik me niet vinden. Daarvoor is het me toch te veel tekenen met verf, worden de mogelijkheden van het medium te weinig benut. Ik bedoel: die afgestroopte huid had voor mijn part ook van plastic kunnen zijn. Of van karton. Echt fysiek - zoals bijvoorbeeld bij Bacon - wordt het nergens. Niettemin: eentje om in de gaten te houden.

Thuis achter de laptop, 15 oktober

De ruimte laten groeien door hem in te perken - dat is wat ik wil, wat ik probeer. Daarom breng ik recentelijk veel tijd door in een bescheiden, laag vertrek waar de muren wit en kaal zijn - nee, geen isoleercel - en elk gevoel voor schaal is verdwenen. Ik kijk er mijn ogen uit.

Ik heb niet veel nodig om mezelf opnieuw te verhouden tot alles wat ik al dacht te kennen, eigenlijk alleen mijn laptop. Mijn laptop is hier zelfs vrij essentieel.

Ik ben namelijk verslaafd geraakt aan de fictieve wereld van Probe. Hoewel, fictief? Probe bestaat echt, het is een kunsttestlab ergens in de buurt van Arnhem, zij het minuscuul. Niet meer dan 6 vierkante meter krijgen de kunstenaars die hier worden uitgenodigd tot hun beschikking. Ze kunnen er niet staan, de witte muren zijn niet hoger dan 1,10 meter. Probe is alleen op internet te bezichtigen. De tentoonstellingen worden speciaal voor deze kleuter-white cube en dus op schaal vervaardigd, maar ze gaan plat de virtuele wereld in, in de vorm van foto's voor op de website.

Toch is Probe de grootste en geweldigste tentoonstellingsruimte die je je kunt voorstellen. Omdat ze in ons hoofd zit. En wij in Probe. Een wereld als een zinsbegoochelende tekening van Escher, een plek die zowel architectonisch als fotografisch is (dat inzicht is niet van mij, alas, maar van kunstenaar Susan van Hengstum), die zich uitstrekt tot voorbij de horizon.

Stel u voor: ik verdwaal in het huiveringwekkende apocalyptische landschap van Frank Koolen. Ik beleef het verloop van een dag in 28 foto's van David Weber-Krebs. Maar het liefst blijf ik hangen in de film die danseres Sylvie Huysman maakte.

Huysman zet Probe letterlijk op zijn kop. Ze kukelt door een gat in een legging met neonkleuren (daar is op zich al lef voor nodig) en begint dan voetje voor voetje de ruimte af te tasten en te onderzoeken. Al dansend tart ze de zwaartekracht en weet ze haar bewegingsruimte te vergroten. Ademloos kijk ik nu al dagen naar wat wel de mooiste verbeelding van kunstbeleving moet zijn; de aanstekelijke, die waaraan je gaat meedoen. Ook ik dans en rek me uit en zie hoe de muren wegvallen. Niet in een neonkleurige legging, dat spreekt.

INFO
Buning Brongers Prijzen 2014, Arti et Amicitiae, Amsterdam, t/m 26/10
Probe, projectprobe.net

Sylvie Huysman: Probe #4. Beeld Sylvie Huisman
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden