NIEUWSERFBELASTING ORANJES

Prinsessen betaalden erfbelasting met kunst die in paleizen bleef

De prinsessen Irene, Margriet en Christina hebben een deel van de belasting die zij moesten betalen over de erfenis van hun moeder Juliana voldaan door kunstwerken uit paleis Soestdijk te verkopen aan het Rijk. Op die manier konden zij ruim 8,8 miljoen euro aftrekken van de verschuldigde erfbelasting. De verplichting dat die kunst daarna openbaar toegankelijk moet zijn, is niet nagekomen.

De prinsessen Margriet, Irene en Christina, en Pieter van Vollenhoven bij de doop van prinses Amalia in 2004.Beeld Martijn Beekman

Dat blijkt uit een uitzending donderdag van het televisieprogramma Zembla. Hoe rijk Juliana precies was, is onbekend – en daarmee ook de hoogte van te betalen erfbelasting. Een onderzoekscommissie naar de financiële verhouding tussen het Rijk en de Oranjes vond twee jaar geleden slechts één concrete aanwijzing: in 1970 was het vermogen van (toen koningin) Juliana 80 miljoen gulden. Bij een gangbare waardeontwikkeling zou dat in het jaar waarin de erfenis werd afgewikkeld (2009) een veelvoud in euro’s zijn.

Juliana trad af in 1980 en overleed in 2004. Haar echtgenoot prins Bernhard stierf in december van dat jaar. Toenmalig koningin Beatrix was als troonopvolger grondwettelijk vrijgesteld van het betalen van erfbelasting, haar drie jongere zussen niet. Zij maakten aanspraak op een regeling die voor iedere Nederlander geldt, maar slechts weinig wordt gebruikt: wie museale kunststukken van nationaal belang bezit, kan deze verkopen aan het Rijk en daarmee in samenspraak met de Belastingdienst de successierechten drukken.

Een commissie van experts bepaalt de waarde van de kunstwerken, die daarna voor 120 procent van de erfbelasting mogen worden afgetrokken. Deze ‘kwijtscheldingsregeling’ bestaat sinds 1956. In de Zembla-uitzending spreken enkele betrokken experts er hun verwondering over uit dat het tweede deel van de regeling voor de belangrijkste aankopen niet is nagekomen: een groot publiek moet ze kunnen zien.

Slechts een glimp te zien

Een 17de-eeuws penschilderij van Willem van de Velde is, met toestemming van toenmalig cultuurminister Plasterk, blijven hangen waar het hing: in de secretarie van het Koninklijk Paleis op de Dam, een niet-toegankelijke werkkamer van de koning. Bezoekers kunnen slechts achter plexiglas in de deursponning op afstand een glimp van het kunstwerk (taxatiewaarde 2,5 miljoen euro) opvangen.

Ook vijf meubels van groen marmer (malachiet), getaxeerd op 451 duizend euro, zijn niet openbaar toegankelijk. Ze zijn verplaatst van Soestdijk naar paleis Noordeinde in Den Haag. Dat is, sinds 2016, slechts vier zaterdagen in de zomer opengesteld. ‘Vrij pijnlijk’, noemt een van de experts dat in Zembla.

Nu de regeling niet naar de letter wordt uitgevoerd, willen Kamerleden van D66 en GroenLinks van premier Rutte weten of het kwijtgescholden bedrag aan erfbelasting alsnog door de Oranjes moet worden voldaan.

Dit schreven we eerder over de financiële huishouding van de Oranjes

Er was al eerder dit jaar gedoe over de inventaris van de paleizen. Hoe zat dat ook alweer? U leest het hier.

Premier Rutte kwam in oktober terug op zijn toezegging een onderzoek te laten doen. ‘Te ingewikkeld', was zijn conclusie tijdens het begrotingsdebat over Algemene Zaken en Koninklijk Huis.

In 2017 onderzocht een commissie onder leiding van hoogleraar Carla van Baalen hoe in 1972 de afspraken van het Financieel Statuut tussen Rijk en Oranjes tot stand waren gekomen. Het leverde een boekwerk van 300 pagina's op. Conclusie: van geheime deals, waarover RTL eerder had bericht, bleek geen sprake.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden