Prins hield van de natuur, ook om op te schieten

Uren kon prins Bernhard praten over de jacht, die voor hem een manier was om in de natuur te zijn....

De natuurliefde van Bernhard is even legendarisch als zijn privé-verzameling olifantjes - het lievelingsdier dat hij op safari in Swaziland zelfs uit de hand probeerde te voeren. Tot 1989 was de prins actief in de lobby voor een verbod op de olifantenjacht en de ivoorhandel, die dat jaar tot stand kwam.

Dat de prins in Afrika altijd een camera bij de hand had, betekende echter niet dat hij het jachtgeweer had opgeborgen. Onder de deze week openbaar verstuurde rouwbetuigingen is er ook een van de Koninklijke Nederlandse Jagers Vereniging (KNJV) waarvan Bernhard vanaf 1949 beschermheer was. De prins is 'de verpersoonlijking van de stelling dat jacht en natuurbeheer in elkaars verlengde liggen', aldus de KNJV.

Want Bernhard bleef jagen, ook toen hij internationaal president werd van het Wereldnatuurfonds en ook nadat hij die functie in 1974 wegens de Lockheed-affaire had moeten neerleggen. Hij beschouwde zijn twee liefhebberijen niet strijdig met elkaar.

Al in de jaren dertig ging Bernhard te paard op zwijnenjacht in Marokko, gewapend met een speer. En na een van zijn laatste reizen door Afrika stelde de Afrikaanse wildparkdirecteur Ted Reilly vast dat Berhard nog altijd 'uren kon praten over de jacht, hoewel het voor hem vooral een manier was om in de natuur te zijn.'

In Nederland nam Bernhard tot voor kort deel aan de drijfjacht op de kroondomeinen, weet Niko Koffeman van de Faunabescherming, een vereniging tegen de jacht. 'En dat dus op een leeftijd dat hij bepaald niet meer trefzeker was.' Een drijfjacht vindt plaats met gefokte, bijgevoerde of speciaal uitgezette dieren. Met natuurbeheer heeft het volgens Koffeman niets te maken. ' Ik denk dat Bernhards jachthobby domineerde over zijn natuurbeschermingsidealen'.

Bernhard werd in 1961 benoemd als eerste internationale directeur van het World Wildlife Fund (WWF), maar was geen mede-oprichter van de organisatie. Het WWF was een initiatief van vier natuurminnende Britten, onder wie de ornithologen Max Nicholson en sir Peter Scott en de bioloog sir Julian Huxley.

Zij benaderden aanvankelijk de Britse prins Philip om hun club een koninklijk cachet te geven en daarmee betere toegang tot de media, sponsors en donateurs. Prins Philip wees die functie echter af. Een Britse president van een internationale natuurorganisatie zou in de jaren zestig te koloniaal kunnen overkomen. Hij suggereerde Bernhard te vragen, die de functie aanvaardde.

Op het eind van zijn leven maakte Bernhard mee hoe het verbod op de olifantenjacht nieuwe dilemma's veroorzaakte in de natuurbescherming. Sommige natuurparken werden langzaam leeggegeten of platgetrapt door de snel uitdijende olifantenpopulatie. De Nederlandse miljonair Paul Fentener van Vlissingen, die zelf een natuurpark in Zuid-Afrika heeft, benaderde de prins vorig jaar om samen met hem een conferentie over dit probleem te financieren.

Dat geld werd overgemaakt, waarna de expertbijeenkomst in Nederland werd gehouden. De deskundigen keerden zich tegen het principiële verbod op de olifantenjacht, dat vijftien jaar eerder was vastgesteld. Ze adviseerden de anticonceptie van olifanten te verbeteren en het surplus aan dieren zo mogelijk te transporteren. En als dat niet helpt: ze af te schieten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.