Prins Bernhard lichtte volgens historicus Giebels persoonlijk de pers in over 'toverkol' Greet Hofmans 'Strijd op Soestdijk eindigde bijna met echtscheiding'

De 'Greet Hofmans-affaire' moet eigenlijk de 'Soestdijk-affaire' heten, schrijft parlementair historicus Lambert J. Giebels in zijn zaterdag verschenen proefschrift Beel - Van Vazal tot Onderkoning....

JAN JOOST LINDNER

Van onze verslaggever

Jan Joost Lindner

DEN HAAG

Pas in de publiciteit toen en later is de nadruk gelegd op Hofmans. Zij is erg zwart afgeschilderd als Raspoetin, een toverkol en een politiek intrigante. In al die publiciteit is volgens Giebels nooit 'hoor en wederhoor' toegepast, want alle gegevens zijn direct of indirect afkomstig van prins Bernhard, die destijds ook Der Spiegel inlichtte.

Giebels zegt zelf wel mensen uit het andere kamp te hebben gehoord. Het opengaan van de archieven (waarvoor Giebels jaren heeft gestreden, onlangs nog bij de Raad van State) moet het definitieve antwoord geven. Sommige stukken in het Algemeen Rijksarchief mogen pas worden ontzegeld na het overlijden van prines Juliana en prins Bernhard. De stukken in het Koninklijk Huisarchief zijn volledig ontoegankelijk.

Blijkens de Beel-biografie had en wilde Greet Hofmans geen politieke invloed. Zij was geen Raspoetin, hoewel ze zo in bijna alle stukken en boeken sinds 1956 wordt genoemd. Giebels wijst erop dat zij nooit wraak heeft willen nemen of munt wilde slaan uit de gebeurtenissen, hoewel de internationale (sensatie)pers daarvoor klaarstond. Ook tegen oud-minister B.J. Udink, die zij in de jaren zestig behandelde en die hoog van haar 'geestelijke kracht' opgaf, sprak zij met geen woord over haar vroegere contacten met het hof.

Veel getuigen roemden haar bezieling en haar - soms ietwat zweverige - goedhartigheid. Greet Hofmans was mystica en theosofe en had voor de oorlog nog aan de voeten gezeten van de Indiase goeroe Krishnamurti. De Amsterdamse volksvrouw had slechts vier jaar lagere school maar was wel intelligent en erudiet, vooral filosofisch en oosters-religieus. Zij werd in 1955 nogal boos omdat zij (allereerst in Der Spiegel) overal 'gebedsgenezeres' werd genoemd. Hofmans bad niet, dat paste niet in haar religieus denken, en zij genas ook niet. Zij kreeg 'ingevingen' en had vaak een weldadige invloed op mensen in nood voor wie ze, eerst in Hattem en later in Baarn en in een Amsterdamse dansschool, vele dagen per week gratis spreekuur hield.

Giebels bestrijdt de bewering van de 'Bernhardpartij' dat in de Hofmans-periode geen dokters meer op het paleis mochten komen. De mystica leerde gelovige zieken ook wel in hun kwalen te berusten. Op bijna iedereen (maar niet de nuchtere en niet-gelovige Drees) maakte zij een grote indruk, ook op Beel.

Bernhard heeft zelf Hofmans en enkele van haar vrienden geïntroduceerd op Paleis Huis Ten Bosch. Dat gebeurde in 1948 toen de (pas aangetreden) koningin wanhopig was over de goeddeels ongeneeslijke oogziekte van haar jongste dochter. Juliana sloot een hechte vriendschap met Hofmans en haar kring.

Die kring werd ook betrokken in religieuze conferenties in de 'Ridderzaal' van kasteel Het Oude Loo, daarvoor afgestaan door koningin-moeder Wilhelmina. Giebels bestrijdt dat die conferenties een links-pacifistische teneur hadden. Ze waren apolitiek vredesgezind, niet gebonden aan een kerk en ze werden vooral bezocht door politiek conservatieven.

Er kwamen vrienden van het hof, predikanten, bankiers en gelovigen van alle gezindten, ook het religieus zeer bevlogen KVP-kamerlid Marga Klompé. Een van de sprekers was de joodse filosoof Martin Buber. De voertaal was Engels. Hofmans sprak er niet, maar hield wel consulten. De BVD verloor al gauw belangstelling voor deze, vrij grote, bijeenkomsten. Volgens Giebels is de politieke betekenis die er later aan gegeven een fabel.

Ook het verhaal dat Juliana, onder invloed van Hofmans, vreemde 'pacifistische' redevoeringen gehouden heeft tijdens haar officiële bezoek aan de VS in 1952, wijst hij af. Beweringen over dit pacifisme, en over de kwalijke invloed van Hofmans, zijn vooral gebruikt als propaganda in de Paleisoorlog.

Op Soestdijk was er tot 1956 letterlijk èn figuurlijk een 'Soester-vleugel' van Juliana en een 'Baarn-vleugel' van Bernhard. De prins-gemaal was vanaf 1951 een onverzoenlijk tegenstander van Greet Hofmans. Die had hem (al of niet opzettelijk) een onwerkbaar advies gegeven om zijn rijpaard No No Nanette tot grotere prestaties aan te zetten. De prins, die als springruiter aan de Olympische Spelen van 1952 wilde deelnemen, maakte zich daarbij belachelijk en hij heeft dat Hofmans nooit vergeven.

Tegen zijn biograaf Alden Hatch zei hij later dat hij Hofmans het paleis had uitgezet. Volgens Giebels heeft Hofmans nooit op Soestdijk gewoond, wel in een stacaravan in Baarn, waar Juliana haar vaak bezocht. Bovendien was het uitgesloten dat de prins enige zeggenschap had over wie er in de Soester-vleugel kwam.

Vanaf die tijd behoorde Hofmans, evenals de conferenties op het Oude Loo, tot de vele conflictpunten op het paleis. Die waren persoonlijk èn ideologisch van aard en betroffen ook de 'amoureuze escapades' van de prins. Bernhard vond dat Juliana's vriendschap met Hofmans het decorum van het hof schaadde. Op den duur was er nauwelijks nog communicatie op het paleis, terwijl er op de tennisclub van Baarn druk werd gebabbeld.

In 1955 heeft Juliana geëist dat Bernhard bij diens moeder zou gaan wonen. Later heeft Bernhard gedreigd om te scheiden en zijn twee oudste dochters mee te nemen. Zelfs zou er sprake van zijn de koningin gedwongen op te nemen in Wassenaar.

Toen minister-president Drees hoorde van een mogelijke scheiding zond hij Louis Beel (ex-premier, toen minister van Binnenlandse Zaken en sinds lang vertrouwd met het Hof) naar Soestdijk. Beel en Drees hebben in lange gesprekken en met vele beroepen op het hoogste landsbelang het koninklijk paar van een scheiding afgehouden.

In 1956 werd het Driemanschap onder leiding van Beel (die aftrad als inmiddels demissionair minister) ingesteld. Die adviseerde een reorganisatie van het Hof, waarbij Greet Hofmans en al haar vrienden moesten worden verwijderd. Dit hoorde kennelijk bij de verzoening tussen staatshoofd en prins. Juliana heeft nog, met steun van Drees, geprobeerd enkele vertrouwde personeelsleden te behouden. Maar Beel maakte daar met behulp van KVP-leider Romme een einde aan. Zijn advies was niet voor niets gegeven.

Drees was teleurgesteld in Beel. Volgens Giebels, die het daarmee eens is, rekende Drees de contacten met Hofmans en haar groep tot het privé-domein van het staatshoofd en had de politiek zich daarmee niet in te laten.

Beels driemanschap hechtte kennelijk meer geloof aan de beweringen van de Bernhard-partij over de politieke invloed van Hofmans. Ook werd het vertrek van al het Hofmansgezinde personeel gezien als een middel tot verzoening. Giebels concludeert ('voorlopig') dat vooral koningin Juliana de prijs voor die verzoening heeft betaald.

'Zij moest zich distantiëren van een vrouw die zij respecteerde en meende niets te verwijten te hebben; zij moest een aantal getrouwen aan het hof tot ontslagneming brengen; zij mocht niet meer verschijnen op het Oude Loo waar zij met geestverwanten had kunnen praten over de religieuze aspecten des levens die haar bezig hielden. Het betekende een vergaande ingreep in haar constitutioneel prerogatief ten aanzien van de inrichting van Haar Huis, waaraan zij zeer hechtte', schrijft Giebels in zijn biografie over Beel.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden