Primitieve analfabeten versus rijke voetbalfans

De stichting Marokko-Nederland 400 jaar heeft grootse plannen voor een intensieve kennismaking van beide landen. De tijdgeest werkt alleen niet mee....

Wij weten niks van Nederland, zegt Abdelmajid Kaddouri, hoogleraar geschiedenis in Rabat. 'Wij hebben slechts een beeld van rijkdom. Problemen met de Marokkaanse jeugd - die zijn hier onbekend.'

Marokko? 'Elke dag krijgen de Nederlanders in het nieuws te horen over jonge Marokkanen die in handen zijn gevallen van de georganiseerde criminaliteit', zegt Wouter Hazelhoff Roelfzema, consul-generaal te Casablanca. 'En dat is helaas het enige beeld dat van het land beklijft.'

Hij is de afgelopen week op pad geweest, samen met Kaddouri en de andere bestuursleden van de stichting Marokko-Nederland 400 jaar, om een begin te maken met een betere verstandhouding. Volgend jaar viert de stichting vier eeuwen van onderlinge betrekkingen en dat moet groots. Ambities genoeg voor een privéproject dat werd bedacht door Marokko-kenners Paolo de Mas en Herman Obdeijn, en inmiddels onder voorzitterschap staat van de Leidse emeritus-hoogleraar geschiedenis Henk Wesseling.

De voorzitter stelt bij de presentatie in Casablanca, in het cameralicht van de Marokkaanse televisie, dat hij vooral 'geen propaganda-instituut voor Marokko' wil: 'Wij houden van dit land, en willen het beter leren kennen. Dat is alles.'

Hoogtepunt moet het staatsbezoek worden van Mohammed VI aan Nederland, de jonge koning die zich anders dan zijn vader Hassan II als redelijk liberaal presenteert, als een roi des pauvres. In vier eeuwen tijd bracht geen enkel Marokkaans staatshoofd een officieel bezoek aan Nederland, wat opmerkelijk is gezien de langdurige diplomatieke contacten. Al in 1610 sloot de Republiek der Verenigde Provinciën een verdrag met Marokko; het eerste tussen een islamitisch en een Europees land. Vijf jaar eerder hadden ze kennisgemaakt: bij een zeeslag voor de Zeeuwse kust maakten de Nederlanders honderd Marokkaanse slaven buit op Spaanse oorlogsbodems. Die werden keurig teruggebracht naar Marrakech door de Nederlandse gezant Pieter Maertensz Coy - Marokko immers kon een goede bondgenoot zijn in de Tachtigjarige Oorlog, als vluchthaven voor de Nederlandse vloot.

Maar die geschiedenis, en de geschiedenis die erop volgde waarin Nederlandse ondernemers naar het land trokken om er fortuin te maken (en zich soms, zoals de Haarlemmer Jan Janszoon, tot de islam te bekeren) is ver weg. De landen nu zijn enkel verbonden door migratie: meer dan 300 duizend Marokkanen wonen in Nederland, waarmee elk bilateraal project beladen wordt.

Deze stichting, zegt Wesseling, wil breed opereren en zoveel mogelijk initiatieven ondersteunen: van grote exposities in Amsterdam (Nieuwe Kerk) en Rotterdam (design en moderne kunst), tot een schip met aan boord de theatergezelschappen Zuidplein en Moulay Rachid die in beide landen havens aandoen. Plus uitwisselingen van scholen, journalisten, schrijvers en artsen, wetenschappelijke congressen en een verbintenis tussen de marathons van Marrakech en Eindhoven.

'Opdat we elkaar beter leren kennen', zegt Wesseling, de historicus die zich een leven lang vooral met overzeese geschiedenis bezighield en eind jaren zeventig bij het geven van gastcolleges getroffen werd door de 'menselijke' sfeer in Marokko. De 'radicale omslag' in het Nederlandse denken over Marokkanen heeft hem wel geraakt: 'Ineens gaat het alleen nog maar over meer politie. Hard aanpakken. Dat is dwaas.'

Juist deze week oordeelde de parlementaire commissie-Blok dat Marokko de integratie bemoeilijkt, door zich vast te klampen aan haar uitgevlogen onderdanen. Juist nu komt er een einde aan de idee dat integratie mogelijk is door de eigen cultuur van migranten te stimuleren. 'Dat heeft inderdaad iets paradoxaals', zegt Wesseling op de vraag of de samenwerking die zijn stichting voorstaat zo gezien geen ouderwetse benadering is. 'Maar iedereen voelt dat de relaties beter kunnen. En als we de jarenlange betrekkingen met Japan groots vieren, waarom dit dan niet?'

Steun van de Nederlandse overheid voor het project is er in elk geval 'niet al te veel', klaagt Obdeijn, historicus en voormalig onderwijsattaché in het land. Misschien heeft dat te maken met de diplomatieke rimpelingen over bijstandsfraude en het vrijlaten van Nederlandse gevangenen, die inmiddels zijn gladgestreken.

Waarschijnlijk heeft het te maken met de terreur van 11-9 ('sindsdien is elke Marokkaan vooral een moslim'). Welzeker heeft het te maken met de harde denkbeelden over integratie. Obdeijn: 'Maar wil je Marokkanen laten integreren, dan moet je ze in elk geval niet in de verdediging drukken. Dan zoeken ze hun eigen cultuur, hun islam juist op. Dan gaan ze hoofddoekjes dragen. Je moet ze laten zien dat je ook in hun land interesse hebt.'

'Marokko', concludeert Kaddouri, 'moet eens af van het idee dat alleen Frankrijk belangrijk is in Europa.' En Nederland, concludeert Obdeijn, 'moet leren dat Marokko iets anders is dan een land van primitievelingen en analfabeten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden