Prijsuitreiking

Ik moest mij melden aan de achterzijde van het Paleis op de Dam. Daar werd ik te woord gestaan door een wantrouwende politieman met dito snor....

Martin Bril

Ik kon me dat niet voorstellen.

'Dat is uw probleem', zet de agent. Hij had volkomen gelijk. Daarom liep hij ook weg. Met nonchalante politiepas.

Ik dacht eens na over mijn probleem. De regen ratelde op mijn parapu. Ik was niet in het bezit van een uitnodiging voor de uitreiking van de Erasmusprijs, maar wel uitgenodigd - per telefoon. Mijn naam stond op een lijst bij de ingang.

Niet dus.

'Misschien bij de achteringang', zei de man die de lijst bediende. Hij klonk weinig hoopvol. Ik sjokte toch maar om het paleis heen.

Ik schoot opnieuw mijn agent aan. Zijn snorpunten hingen boos langs zijn mond. Ik deed de zaak wat beter uit de doeken. Met tegenzin en grote argwaan werd ik door het hek gelaten. De agent marcheerde met mij mee naar de poort waar twee doorweekte marechaussees hun sabels eerbiedig in de lucht staken.

Daarna was ik binnen en werd ik omringd door allemaal identieke mannen in allemaal dezelfde bruingrijze pakken. Ze hadden de bekende oordoppen in en keken alsof ze allemaal een jodiumtablet onder de tong hadden. Weer deed ik mijn verhaal en nu moest ik wachten in een stille gang onder een schilderij van koningin Emma. Geen geweldig schilderij, maar daarom hing het hier ook. De betere schilderijen hingen aan de voorkant.

Af en toe kwam iemand voorbij. De gang had een geweldige akoestiek. Het enige wat ontbrak was het jammeren van een gevangene die in de kerkers beneden werd gemarteld. Uiteindelijk werd ik aangesproken door een dame die was beladen met paperassen. Zij dacht dat ik Frits Abrahams was.

Waarom ook niet.

'Wat doet u hier? U moet naar de ingang Damzijde', sprak ze terwijl ze op haar horloge keek. Vriendelijk was anders, maar duidelijk was het wel. 'Ik laat u wel even uit.' Frits Abrahams zei dat hij de weg wist.

'Nee nee', sprak de beladen dame. Bang dat Frits pardoes ergens een deur zou opentrekken en bij een dommelende prins Bernhard binnenstapte.

We haastten ons door de gang en kwamen bij een glazen deur. Aan de andere zijde was een kille hal, met verderop de poort naar buiten. De beladen dame bediende wat knoppen en de deur ging moeizaam open.

'Succes meneer Abrahams', hoorde ik achter me terwijl de deur weer dichtging. Ik liep door de hal en verliet het paleis. De natte marchaussees staken hun sabels weer in de lucht. Ze konden het goed, dat viel niet te ontkennen. Daar stond ik dan.

Ik vroeg mij af wat Frits Abrahams nu zou doen. Terug naar de hoofdingang natuurlijk. Ik begaf mij dus die kant op, tegen beter weten in. Halverwege had ik er ineens genoeg van. Wat was nou een prijsuitreiking? En was er niet volgende week ook weer eentje? Aldus ontmoedigd maakte ik rechtsomkeer, nieuwe avonturen tegemoet. Ik was blij dat ik mijn paraplu bij me had.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden