Prijsschieten op 'racistische' en 'homovijandige' schrijvers

Voor de jagers op politieke incorrectie in de literatuur geldt een merkwaardig uitgangspunt, meent Em. Kummer. De lezer mag maar raak interpreteren, het doet er niet toe of het juist is....

YRA van Dijk doet het in haar artikel Incorrectheid (Cicero, 6 februari) voorkomen alsof het boek van René Marres Zogenaamde politieke incorrectheid in Nederlandse literatuur een oud debat betreft, uitsluitend gevoerd naar aanleiding van De canon onder vuur (1991) van Maaike Meijer en Ernst van Alphen.

Maar dit debat gaat niet alleen over dat boek, intussen zijn er diverse artikelen en stukken verschenen over allerlei andere auteurs en teksten die geen haar beter zijn dan bepaalde stukken uit Canon.

Ik noem: De toekomst der herinnering van Van Alphen uit 1993 waarin hij de teksten van Helman voor racistisch uitmaakt (dat dus niet in Canon staan zoals Van Dijk abusievelijk vermeldt), In tekst gevat van Maaike Meijer uit 1996 waarin onder andere Rubber van Szekely-Lulofs onder vuur wordt genomen, ook racistisch, (de rest van haar boek is trouwens niet veel beter).

En onlangs verscheen een artikel van Verbiest in Onze taal (juni 1997), waarin ze in het kader van taalseksisme, Ter Braak verwijt dat hij het werk van Carry van Bruggen op één hoop gooit met damesromans in plaats het te vergelijken met gelijkwaardige schrijvers (m/v). Homogenisering van vrouwen.

Eep Francken heeft in Onze taal van november jongstleden aangetoond dat Ter Braak helemaal niet alle vrouwelijke auteurs over een kam scheert. Verbiest kan niet lezen, niet denken en helemaal niet schrijven, wat ze al eerder heeft laten zien.

En dan spreek ik maar niet over De lust tot lezen (1988) van Maaike Meijer, waarin zij uit de gedichten van Neeltje Maria Min afleidde dat die, zonder het zelf te weten, een incestslachtoffer was.

Het gaat in deze gevallen niet uitsluitend om kromme redeneringen of misleidend gebruik van citaten, zoals Van Dijk dat graag wil, het gaat om de hele achterliggende benadering van literaire teksten.

Voor de groep jagers op politieke incorrectie in de literatuur geldt een merkwaardig uitgangspunt: de lezer mag in het licht van een of ander detail uit de tekst op grond van een speciale visie maar raak interpreteren, het doet er niet toe of het juist is. 'Op mij had de tekst nu eenmaal het effect dat ik beschreven heb en voor mij als lid van die groep is het zo', omschrijft Marres dat.

Het is de in begrijpelijk Nederlands gestelde variant van wat men deconstructivisme noemt; daarbij gaat het om details waarop de tekst zogenaamd uit zichzelf losbreekt (!!!), dat wil zeggen binnen een door jouw gekozen kader racisme, seksisme een eigen effect krijgen.

Je hoeft zodoende geen rekening te houden met het hele verhaal of andersoortige contexten. Dat levert volkomen willekeur op, want je kunt uitspraken van personages en andere passages die jou uitkomen binnen dat kader kiezen en manipuleren, andere details die het tegendeel bewijzen laat je schieten.

Dat is wat er gebeurt bij Van Alphen, Bal en vooral Meijer. En uit naam van die benadering worden links en rechts schrijvers en teksten voor homovijandig, racistisch of seksistisch uitgemaakt, wat toch niet niks is.

Van Dijk meent dat mijn rabiate toon Marres heeft geïnspireerd en geeft als voorbeeld de passage waarin hij Mieke Bals' 'homofobie als schrijftafelpotenrammen' vertaalt. Om te beginnen haakt Marres in op de uitspraak van Bal zelf in een interview (Literatuur 1992), waarin ze insinueert dat er een relatie bestaat tussen de vermeende homofobie van Du Perron en potenrammers.

Bovendien is de manier waarop Bal zich uit in haar proza van een buitengewone kwaadaardigheid, ze krijgt een koekje van eigen deeg. Daarbij komt dat de wijze waarop mensen blindelings, zonder enig degelijk argument, voor oud vuil worden uitgemaakt, bij Marres en mij woede opwekt, jazeker.

De tegenstelling die Van Dijk signaleert in Marres' boek: hij zou in zijn artikel over Kellendonk de schrijver aanvallen op ideeën die zijn personages hebben, hetgeen hij bij andere critici juist veroordeelde, klopt niet. Marres heeft zich principieel nooit vastgelegd op een bepaalde methode of uitgangspunt. Hij eist alleen maar consequente en correcte analyse.

Dat doen Bal en anderen niet, zie boven. Uitspraken van personages kunnen in sommige gevallen, in verband gebracht met andere details en passages en met het hele verhaal, best de boodschap van een auteur vertolken. Yra van Dijk zou er beter aan doen eens goed te lezen en te kijken of zijn argumenten juist zijn.

Treurig is het dat dit soort volstrekt onwetenschappelijk denken en infaam belasteren, het werk is van hoogleraren en docenten weliswaar uit de hoek van Algemene Literatuurwetenschap en vrouwenstudies, wegterende vakgroepen. Maar toch.

Em. Kummer is schrijver.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden