Prijs voor lucht

Sommige mensen doen iets gewoons. Sommigen doen iets bijzonders. En sommigen doen zó iets bijzonders dat ze daar een prijs mee verdienen. Omdat ze een nieuw medicijn hebben uitgevonden, een ontbrekende ster aan het firmament hebben ontdekt, of een minuscuul scheikundig elementje dat iedereen over het hoofd heeft gezien. Mooie, baanbrekende prestaties, je kan er brede waardering voor krijgen. Een flink geldbedrag. Een bronzen beeldje. Een gouden legpenning in een met fluweel ingelegd doosje.


Maar soms krijgt iemand ene prijs als je dat niet verwacht. Voor iets wat hij (nog) niet heeft gedaan. Neem Barack Obama. Aan hem werd eind 2009 de Nobelprijs voor de Vrede uitgereikt. Hij was toen net één jaar president. De eerste met een donkere huidskleur. De eerste ook die na lange tijd weer eens over 'change' durfde te praten. Hoewel hij van die 'veranderingen' nog maar bitter weinig had verwezenlijkt. Het waren voornamelijk beloftes geweest. Bijvoorbeeld dat hij Guantanamo Bay zou sluiten.


Maar voor al die beloften, voornemens, dromen en luchtkastelen, die toen nog grotendeels uit papier bestonden, kreeg hij toch een handgeschreven oorkonde, een geldbedrag en een penning. In een mooi wit doosje. Iedereen legde de toekenning uit als een prijs voor de toekomst. Voor een 'nieuw klimaat'. Een frisse wind. De prijs leek bedoeld om Barack een zetje in de rug te geven, om te doen wat hij had gedroomd.


Ik moest er aan denken, omdat begin deze week bekend werd dat Stedelijk Museum-directeur Ann Goldstein ook een prijs gaat ontvangen. In april. In New York. De Award for Curatorial Excellence. Nooit van gehoord. Maar hij schijnt prestigieus te zijn. En gezien de lijst met eerdere winnaars is-ie dat ook. Om er een paar te noemen: Harald Szeemann, Kasper König, Catherine David, Hans Ulrich Obrist en Okwui Enwezor.


Het is een clubje tentoonstellingsmakers dat soms omstreden, veelal geprezen, en in ieder geval altijd onderscheidend werk heeft verricht of nog steeds verricht. Elke afzonderlijke naam laat prestaties in het hoofd opborrelen die uitzonderlijk waren. Omdat ze de Afrikaanse of Arabische kunst probeerden te emanciperen, een paar Documenta's samenstelden, kunst in een hotel, een speciale lezingenreeks, een nieuw soort sculptuurproject. Et cetera. Precies wat de organiserende instelling van de prijs, The Center for Curatorial Studies at Bard College, ook memoreert: dat ze nieuwe ideeën, toewijding en een gedurfde visie hebben geëtaleerd.


Ann Goldstein mag zich in de arm knijpen dat ze tot dit selecte gezelschap gaat behoren. Want er klopt natuurlijk geen fluit van. Op grond van haar bewezen verdiensten kan ze nog niet in de schaduw staan van wat Szeemann, König, David, Obrist of Enwezor hebben gedaan. 25 jaar lang liet ze in hetzelfde museum in Los Angeles veel minimale en conceptuele kunst zien van het veilige, brave soort. Een nieuw tentoonstellingsconcept of gedurfde visie? Ze heeft er geen bijzondere naam mee opgebouwd. Ook niet in het Stedelijk de afgelopen twee jaar.


Blijft over die andere mogelijkheid: dat de prijs aan haar wordt toegekend voor haar nog niet uitgekomen dromen en voornemens - zoals dat bij Obama twee jaar geleden is gebeurd. Maar lees een interview met Goldstein en je krijgt een maanlandschap aan ideeën voorgeschoteld, in een vacuüm getrokken stilte. Nee, op een vernieuwend inzicht kan je haar niet betrappen. En toch een prijs. Gek.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden