Column

Priemgetallen waren slecht én opwindend. Een combinatie die Grunberg zal aanspreken

De verzameleditie van Arnon Grunbergs nieuwe novelle Het bestand verschijnt in een exclusieve oplage van 263 exemplaren. Vorige week verklaarde de auteur in de Volkskrant waar dat aantal vandaan komt: 'Ik ben geen kabbalist, maar ik vind 263 wel een aanzienlijk mooier getal dan 250 of 260 of 275 en eigenlijk ook dan 251.' Ik weet niet precies wat voor rol deze getallen spelen in de kabbala, maar het verbaast me niets dat ook Arnon Grunberg een lievelingsgetal heeft.

Eerst dacht ik dat hij misschien een priemgetallenfetisj heeft. Zijn favoriete getal 263 is namelijk alleen te delen door één en zichzelf. Terwijl 250, 260 en 275 stuk voor stuk deelbaar zijn door vijf. Jammer genoeg wordt mijn theorie verpest door Grunbergs toevoeging dat hij zijn favoriet mooier vindt dan 251. En dat is ook een priemgetal. Blijkbaar heeft 263 nog iets extra's. Misschien vindt hij het wel zo mooi omdat het het grootste bekende priemgetal is waarvan het kwadraat op zijn kop hetzelfde blijft (69169). Al is dit zo'n obscuur getallenfeitje dat zelfs ik het op internet moest opzoeken. Ik vrees dat een lievelingsgetal net zo persoonlijk en onverklaarbaar is als een lievelingskleur (blauw) of favoriete ijssmaak (chocolade).

Wetenschapsjournalist Alex Bellos hield begin dit jaar een onderzoek naar lievelingsgetallen. Meer dan 30.000 mensen van over de hele wereld reageerden. Er was één duidelijke winnaar, die bijna 10 procent van alle stemmen binnensleepte. Dat was het getal zeven. Dat is natuurlijk niet zo'n heel verrassende uitslag, want dit is zo'n beetje het universele geluksgetal. Drie en acht wonnen respectievelijk zilver en brons.

Meer dan duizend getallen werden genoemd als favoriet, maar bijna de helft van de mensen koos voor een getal onder de tien. Het kleinste getal dat niet gekozen werd is 110 - dat staat sindsdien huilend in een hoekje. Nog een paar opmerkelijke resultaten: meer dan duizend Douglas Adams-fans noemden 42, een paar honderd nihilisten kozen de nul en veertig wiskundigen gingen net als ik voor 1729 (daarover een andere keer meer).

Alex Bellos was ook geïnteresseerd in de verhalen achter de getallen. Waarom kozen mensen voor een bepaald getal? Bij zeven zeiden mensen bijvoorbeeld dat het een magisch getal was, dat er niet voor niets zeven dagen in een week zitten of dat de vorm met die scherpe hoek zo krachtig is. Het alleraandoenlijkste was een jongen uit Nieuw-Zeeland die schreef: 'Mensen zijn normaal niet geneigd om zeven te kiezen en ik vind het leuk om anders te zijn dan de rest.' Waarschijnlijk scoort deze jongen op mensenkennis lager dan zijn favoriete getal.


In zijn boek Genieten van getallen schrijft Bellos over hoe mensen getallen ervaren. Zo blijken mensen als je ze vraagt een willekeurig getal te noemen, vaak iets te kiezen dat op een zeven eindigt. Op de een of andere manier klinken die getallen blijkbaar spontaner. Onderzoekers vroegen aan proefpersonen om van alle getallen onder de honderd aan te geven hoe opwindend en goed ze die vonden. Interessant was dat priemgetallen daarbij omschreven werden als slecht én opwindend. Een combinatie die Arnon Grunberg ongetwijfeld zal aanspreken. Overigens bevestigde het getallenonderzoek ook de unieke smaak van de schrijver: helemaal niemand koos 263 als lievelingsgetal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.