Prettig liegen en bluffen

Ik heb het nooit zo op grove bluffers gehad. In de vaderlandse politiek kwamen de charlatans en showfiguren soms akelig hoog....

JAN JOOST LINDNER

Mijn favoriete Roald Dahl betreft de antiquair die als dominee verkleed het platteland afschuimt om de onwetende boerenstand voor een prikkie van kostelijke oude meubels te ontdoen. Zo vindt hij een heuse Chippendale (geen ontklede meneer) die hij spotgoedkoop krijgt met het voorwendsel dat hij het meubelstuk als brandhout nog wel kan gebruiken. Neuriënd over zijn geslaagde dubbele bluf gaat hij zijn auto halen, terwijl de gedienstige boerenzoon het meubelstuk alvast aan kleine stukjes hakt.

Het geeft een prettig gevoel als verneukers verneukt worden. Zelf ben ik geen goede bluffer. En spelen om groter geld aan de pokertafel of in kroeg of casino trekt me niet aan. Een meer dan symbolisch geldbedrag denatureert het spel, althans in de amateuristische sfeer. En versterkt de neiging tot valsspelen, om over gokverslaving te zwijgen. Kaartpoker is financieel lastiger in de hand te houden dan bekerpoker met stenen voor een vast bedrag. Bij mij was dat altijd een gulden per verliezer, maar daar moest je in Nieuwspoort of een andere ongure kroeg niet mee aankomen.

Er bestaat ook poker met stenen zonder beker en bluffen. Zoals Real of Straight Poker: wie begint gooit net zo lang achtereen met een aantal stenen naar keus (maximaal vijf) tot hij een prettige combinatie heeft (geen perfectionisme). De volgenden krijgen evenveel beurten.

Of het spel Opbouwen (voor twee spelers): je mag weer steeds achter elkaar gooien met beroerde stenen naar keus, als je je eigen combinatie maar verbetert. Lijkt dat te riskant dan doe je de boel aan de opponent over. Wie geen verbetering gooit, verliest instantelijk.

Het echte werk is Blufpoker met minstens een beker en het verplicht doorgeven, althans verbaal, van een steeds hogere combinatie. Vaak met overcall, maar ook wel met undercall. Ook hier gelden dezelfde combinaties als bij kaartpoker, al vervalt de Flush en komt Poker (vijf gelijken) erbij, natuurlijk als hoogste combinatie.

Hier wordt het liegen tot kunst, ja tot beloonde deugd verheven en wel op een directere manier dan bij kaartpoker. Verder heeft het met andere pokervormen gemeen dat je - meer dan bij de meeste spelen - op het karakter en de mimiek van de tegenstander moet afgaan. Kijk hoe sterotiep die is en vermijd dat zelf te zijn.

Dit geldt evenzeer voor een curieus spel dat ook voor kinderen geschikt is. Het heet Niets Aan Te Geven en herinnert aan de tijd dat er nog strenge douanes waren die liefst invoerrechten vingen. Zo werd CHU-leider Beernink ooit betrapt bij het binnensmokkelen van te veel gepoederde bolknakken, die hij immer in hoog tempo opstoomde.

In dit spel moet voor een fles wijn 25 gulden importrecht worden betaald (dus geen landwijntje, al staat gewoon 'Vin Rouge' op de fles), sigaren 50, cognac 75, parfum 100, horloge 150, fototoestel 175, kostbaar halssnoer 200 en gouden kroon 500. Van elk artikel zijn vier kaarten in het spel, maar van de kroon één. En ook een diplomatenkoffer, waarmee je gratis andere spullen over de grens mag brengen. Verder bestaat bijna de helft van de kaarten uit gewone koffers. Er is nepgeld, waarvan ieder 7500 gulden krijgt.

Elke speler is om de beurt douane en moet dan zien te verdienen. De eerstvolgende krijgt vier kaarten en probeert de daarop afgebeelde goederen goedkoop en liefst gratis langs de douane te krijgen. Voor wat hij aangeeft, moet hij meteen betalen. Vervolgens moet de douane zeggen of die het hele verhaal gelooft. Heeft de toerist gejokt, dan moet hij voor al zijn goederen nog eens dubbel betalen, wat lelijk kan oplopen. Is de douanier ten onrechte wantrouwend gebleken, dan moet hij aan de speler 200 gulden betalen. In dat geval gaan de vier kaarten meteen uit het spel, wat ook geldt als de speler gebluft heeft. Het nadeel voor de douanier is dat aldus zijn beurt korter duurt.

Als hij de tegenstander wèl vertrouwt, moet die zijn vier kaarten doorgeven aan de volgende, die er een - natuurlijk de hoogste - open weglegt. Iedereen ziet dan meteen of er gebluft was. (De diplomatenkoffer moet weggelegd worden). Die volgende speler zit ook met de resterende spullen van de vorige, wat de douane weer geld oplevert. Die doet er overigens verstandig aan een geclaimde handvol koffers wel te zien, ook al kost dat misschien 200 gulden. Dan zijn die er maar uit.

Het is een hilarisch blufspel, waarbij veel verwarrend volkstheater hoort. Zelfs ik, als niet-bluffer, kan weinig bezwaar tegen (gedoseerde) toepassing vinden. Maar het is - ten onrechte - uit de handel genomen.

Overigens is dat geen doodwond. Met een pak speelkaarten, pen en papier en geld van de monopoloïde spelen is het zo na te maken. Schoppen Aas staat voor diplomatenkoffer. Harten Aas voor de kroon, de andere azen voor andere dure zaken en twee tot en met zeven voor de koffers. De spullen met oplopende tarieven zijn te verdelen over de achten, negens, tienen en plaatjes, waarbij de bedragen naar smaak gevariëerd kunnen worden. Iets meer verschil dan bij het oorspronkelijke spel kan geen kwaad.

Ouders, leert uw kinderen prettig liegen en bluffen. Wellicht komen ze in de politiek nog heel goed terecht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden