Prettig informele en vreemde pendant van Klap op de Vuurpijl

Stranger Than Para. . .noia Festival. Paradox, Tilburg. Tot en met 30 december...

Zo vreemd is Stranger Than

Para. . .noia nu ook weer niet, en met achtervolgingswaan heeft dit festival gelukkig niets te maken. De zesdaagse manifestatie die nu voor de derde keer het Tilburgse jazz-jaar afsluit, genoemd naar een compositie van initiatiefnemer en altsaxofonist Paul van Kemenade, experimenteert weliswaar met ongebruikelijke combinaties, maar daar schrikken we niet meer zo van. Veel Nederlandse improvisatoren stikken tegenwoordig immers hun eigen stilistische lappendeken, en het bonte programma in Tilburg is daar gewoon een boeiende afspiegeling van.

De komende avonden kunt u naast rechttoe-rechtaan jazz bijvoorbeeld een Russisch-Afrikaanse confrontatie horen, marsen van Mauricio Kagel, flamenco, en teksten van Jan Hanlo op popmuziek gezet. Bestaande groepen doen eens wat anders, zoals de hardboppende Beets Brothers die er een strijkkwartet bij halen. Ogenschijnlijke tegenpolen als de pianisten Rein de Graaff en Leo Cuypers proberen het eens samen. Een mix van etnische, geïmproviseerde en gecomponeerde klanken dus, soms wat gewild misschien, maar met genoeg direct aansprekende onderdelen.

Net als bij Willem Breuker's Klap Op De Vuurpijl, de Noordnederlandse tegenhanger, worden er ook hier curiosa afgestoft uit de beginjaren van het modernisme. Dat gebeurde op de eerste avond door stemkunstenaar Jaap Blonk, die klankgedichten bracht van dadaïsten en futuristen, aangevuld met eigen werk waarin dezelfde procédés werden gehanteerd. Woorden als pure klank, betekenisloze klanken als oermuziek. In het interbellum schokte dat het kunst-establishment en de burgerij, wat ook de bedoeling was. Die functie heeft klankpoëzie niet meer, nu iedereen welwillend bereid is naar wat dan ook te luisteren. Wat overblijft is lichtelijk amusant, en knap uitgevoerd, maar omdat bijna alle stukken jakkerend en overspannen van toon zijn, en de ideetjes uiteindelijk te mager, is het leuke er vrij snel af.

De rood aanlopende, theatraal ratelende en krijsende Blonk vormde een opvallend contrast met de nuchtere aanwezigheid van Boy Raaymakers en Arjen Gorter, die een van de intiemere programma-onderdelen vulden. De trompettist en bassist van het Breuker Kollektief communiceerden niet met het publiek, en de muziek ging ook niet voor hen spreken, vooral omdat Raaymakers zijn avond niet leek te hebben. Veel noten werden niet of niet lekker geraakt, en de timing was stroef, wat zich vooral wreekte in de snellere bebopstukken. De trompet werd lang niet altijd bij de microfoon gehouden, wat de indruk versterkte dat het duo onder elkaar wat stukjes aan het doornemen was.

Jammer, want Gorter is een Nederlandse Dave Holland, met een bewonderenswaardige bastechniek in dienst van lied-achtige, duidelijk gestructureerde solo's, en Raaymakers koos op zich mooie, minder voor de hand liggende noten.

Het optreden van het Paul van Kemenade Kwintet onderstreepte ten slotte het prettig informele karakter van het festival, door te beginnen met een nieuw nummer en dat te laten volgen door een 'nog nieuwer nummer, pas vanmiddag ingestudeerd'. Het werkte, want de groep is hecht en ervaren, en speelde de Mingus-achtige jazz van de leider met het vereiste vuur. Net als bij de grote Amerikaanse bassist werd er keihard geswingd, in gesegmenteerde composities met veel ritmische variatie, van ballad-intro's via latin naar een stomende vierkwartsmaat. Van Kemenade is een hartstochtelijk altist en terecht een van de publiekslievelingen van zijn eigen festival.

Frank van Herk

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden