Presteren Presteren

SCHOOL MOET LEUKER, ZEGT DE COÖRDINATOR. ER WORDT TE WEINIG REKENING GEHOUDEN MET DE ZWAKSTEN, VINDT DE LERAAR. 20 PROCENT HAALT HET NIET, VERWACHT HET MINISTERIE....

Maandag: 08.15 uur. De mentor van klas 2p opent de rapport bespreking met zijn collega's. De opkomst is klein. 'Gelukkig is het een klas zonder problemen', merkt hij cynisch op. 'Zullen we dan maar beginnen? Even kijken, hier heb ik Koos. Nog luier geworden dan ie al was.'

Het team knikt instemmend. 'Hij staat bij mij een drie', meldt de wiskundejuf. 'Hij is tot absolute stilstand gekomen.' Ze stelt voor met de ouders te gaan praten. Maar dat is volgens de mentor al gebeurd. 'Zijn ouders weten het ook niet meer. Ze zitten hem al jaren achter de broek. Koos is al zo sinds zijn kleutertijd.'

Er wordt gewikt en gewogen. Koos kan niet over. Maar hij moet toch over, is de conclusie. Van zitten-blijven wordt ie alleen maar nog luier. 'Voorzover dat mogelijk is'. Gelach.

De krant staat vol onderwijsnieuws. Maar over het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo) geen woord. Toch gaat ruim 60 procent van de kinderen na de basisschool naar het vmbo, waarin de mavo en het vbo zijn opgegaan. Het vmbo slokt relatief het meeste geld op. Ook de grootste problemen doen zich in dit onderwijstype voor. Maar het witte-boorden-Nederland houdt niet van het beroepsonderwijs. Ouders verzinnen van alles om aan een vbo-advies voor hun kind te ontsnappen. En met elke wet die de onderwijspolitiek bedenkt, wordt het beroepsonderwijs theoretischer - en wordt het moeilijker de aandacht van de leerling vast te houden.

Het Volkskrant Magazine kroop twee weken lang in de schoolbanken van het vmbo van scholengemeenschap Het Zaanlands in Zaan dam. En dronk liters koffie in de lerarenkamer. Lesgeven op het vmbo vergt een ijzeren gestel. De lessen volgen ook.

In vmbo-klas 2a zit Rebecca te huilen. Ze wil op de vuist met Ilona. Ze hebben ruzie over een vriendje. De economieleraar, Ed Peppels, zet de klas aan het werk en troost de bleke, frèle Rebecca. Even later schuift hij aan bij de tegenpartij. 'Vechten lost toch niets op, Ilona!' 'Nee, maar als ze mij gaat slaan, sla ik wel terug. Dat mag van mijn moeder. Dat is zelfverdediging.' Peppels schakelt de leerjaarcoordinator in.

Ilona speelt vandaag de hoofdrol in een door haar zelf gecreëerde soap. En de klas is haar dankbaar. 'Rebecca gaat haar zus erbij halen', meldt Melvin verlekkerd. 'Die pis je zo omver', weet een ander. De drei gende matpartij is heel wat interessanter dan het rooster op deze woensdag: aardrijkskunde, natuur/scheikunde, economie, Duits, wiskunde en Engels. 'Geen doorkomen aan', vindt zelfs Henk - het 'stuudje' van de klas. Wat hij het leukste vak vindt? Zo'n domme vraag heeft Henk lang niet gehoord. 'Het enige leuke van school is vakantie.'

Na afloop van het economie-uur sjokt 2a naar het lokaal van Léon van Rossenberg, de leraar Duits. Voor de meeste kinderen is het lesrooster een onvoorspelbare tombola van vijftien vakken die allemaal even theortetisch zijn. 'Geen wonder', vindt Rossenberg. 'Ze hebben één uur verzorging, één uurtje geschiedenis, één uurtje van dit en één uurtje van dat. Het is allemaal zo fragmentarisch. Ze krijgen één jaar Frans. En één jaar Duits. Wat wil je dan?'

De doorsnee vbo'er gaat naar school omdat het moet. Het zijn veelal kinderen die al op de basisschool slechte rapporten kregen. 'Ze zijn niet gek. Ze weten heus wel dat ze het niet van hun schoolprestaties moeten hebben', aldus Rossenberg. 'Maar daarop worden ze wel beoordeeld. En dus hebben ze een slecht zelfbeeld. Weinig zelfvertrouwen. Een groot aantal komt van de mavo. Die hebben het daar niet gehaald. Dat voelt als een degradatie.'

Vince kijkt met een lege blik het klaslokaal in. De tafel voor hem is weer leeg, zoals zo vaak. 'Vince, pak je boek', zegt meester Peppels. Een kwartier later zit Vince nog steeds achter een lege tafel. De meester pakt de tas van Vince en zet die voor de jongen neer. 'Dat ding zit vol met boeken, man.' 'Ja, mees. Maar mijn wiskundeboek zit er niet in.' Peppels zucht.

Vince heeft bijna nooit de juiste boeken bij zich. Straffen helpt niet, is de schoolleiding gebleken. Bovendien komt Vince al drie keer per week om kwart over acht naar school om lessen in te halen.

'Het vliegtuig waar je in zat, is neergestort. In de jungle. Het is er vergeven van de krokodillen. Wie kan klimmen overleeft. De rest niet!' De gymleraar heeft een klimparcours uitgezet. 'Voor die tering meiden had je 't makkelijker gemaakt', gilt Frank. 'Meisjes worden in de jungle ook eerder opgegeten', kaatst de leraar terug. Frank bindt in.

'Jij moet ook mee naar gym!', had Natifa gezeurd terwijl ze me aan mijn arm de zaal introk. 'Daar zijn we héél anders.' Dat blijkt te kloppen. Zonder zijn dure Versace-truien en -broeken blijkt de slungelige, verveelde Melvin opeens één elastische bonk spieren. De kleine, stille Richard klautert behendig, haast gracieus over het klimparcours. En van de meisjes tikt Priscillia als eerste met gepaste trots het plafond aan. Ze wil bij de politie. En dan is een goede conditie belangrijk.

Alleen Vince behoudt zijn glazige blik. Maar hij zit dan ook met een geblesseerde ringvinger op de bank. 'Nog een geluk dat het deze vinger niet is, Vince', lacht de gymnastiek-leraar terwijl hij zijn middelvinger opsteekt.

'Ben je van hen geschrokken?', vraagt de Frank Smit, de leraar gym, even later. 'Ik wel hoor. Ik ben opgevoed in Amsterdam-Zuid. Kom uit een beschermd milieu. Dat rauwe, daar moest ik erg aan wennen. Ze zijn wat minder rap met de mond en dus zoeken ze contact door te stoeien. Dat heb je wel gezien op de gang, zeker. Ze kunnen gewoon niet van elkaar afblijven. Maar dit is wel de échte wereld. Daarom ben ik gebleven.'

De locatie Zaanlands-West is een typisch voorbeeld van ultra-goedkope, doodse systeembouw uit de jaren zeventig. Sinds kort gaat het gebouw schuil achter een nieuwe aanbouw met een opvallende, halfronde, aluminium pui. Naast de hoofdingang staat het hok van de conciërge open. Met als gevolg dat alle zevenhonderd leerlingen een fractie van een seconde oog in oog staan met Ko, de conciërge. Met zijn gemillimeterde kop, zware basstem en rijzige gestalte wil Ko maar één ding zeggen: hier ben ik de baas.

'Mag ik naar de wc?' Behendig gespt een leerling haar polshorloge los en overhandigt het aan Ko in ruil voor de wc-sleutel. 'Anders krijg ik mijn sleutel niet terug', weet Ko. Er mogen nooit twee jongens of twee meisjes tegelijk naar de wc. 'Anders kunnen ze de pot uit de grond rukken', is de ervaring van de conciërge. 'Het is jammer dat het zo moet. Want het zijn bijna allemaal lieve jongens en meisjes. Heus.'

Het regime op Zaanlands-West oogt strikt. Maar dat is het niet. 'We mogen best brutaal zijn', vindt Tom. 'Als je op andere scholen tegen een leraar "hou je bek zegt", moet je de klas uit. Hier niet. Ik ben een keer betrapt toen ik gereedschap had gestolen uit de werkplaats. Toen heeft de beheerder me niet aangegeven bij de directie. Toch wel tof.' Op de vraag waarom Tom dat gereedschap had gestolen, vertelt hij: 'Ik moest een werkstuk maken van hout voor een rapportcijfer. Maar ik heb thuis geen vijlen en zo.'

Als de beheerder dat achteraf hoort is ze helemaal gelukkig dat ze Tom niet heeft aangegeven. 'Ik ben blij dat ik dat kind een tweede kans heb gegeven. Zo hoort dat ook op deze school.'

Niet alle docenten steunen het coulante beleid. Vooral sommigen uit de mavo-bloedgroep neigen naar een strengere aanpak. 'Een school moet lésgeven, niet opvoeden', vindt Harry Cornelisse docent Nederlands. 'Elke les begint met: doe je jas uit, doe je pet af, haal die kauwgom uit je mond. Het is zonde van de tijd. Slecht voor de sfeer. Maar we hebben het zélf zover laten komen. Er heerst in onderwijsland een cultuur van gedogen. Er zijn wel regels, maar we houden ons er niet aan.'

Bij de rapportbesprekingen wordt weinig over cijfers gepraat. De achtergronden en persoonskenmerken van de kinderen staan centraal. Ans had nooit op het vmbo geplaatst mogen worden, vindt het team. Ze heeft een laag iq. 'Eigenlijk hoort ze in het speciaal onderwijs, maar onder druk van de ouders is het advies van de basisschool naar boven bijgesteld.'

De mentor vermoedt dat er niet meer in zit. 'Ze heeft geen inzicht. Ze is aanhankelijk. Kleverig. Passief. Afwezig.' Er wordt besloten dat de mentor met de ouders van Ans gaat praten. Maar wat er te bespreken valt, wordt niet duidelijk.

Michel is 'een positieve jongen. Evenwichtig. Mooie lijst. Hij wil chauffeur worden. Geen probleem.'

Pepijn loopt terug, vindt de mentor. 'Maar zijn moeder durf ik niet meer te bellen. Die springt uit het raam als je haar belt. Zij heeft al zo veel problemen.' Er wordt besloten de jongen 'erdoorheen te slepen', want hij is al eens blijven zitten. Binnenkort krijgt de school advies van een psychiater over hoe ze het beste met Pepijn kunnen omgaan.

Henk draait lekker. 'Dat wordt een goede timmerman.' De wiskundejuf twijfelt. 'Hij is wel erg bang.' De mentor: 'Dat komt wel goed. De faalangsttraining slaat goed aan. Die jongen functioneert heel behoorlijk als je bedenkt dat hij een nieuw thuis heeft moeten zoeken.'

De leraren uit de vbo-bloedgroep hebben de term 'erdoorheen slepen' voor in de mond liggen. Kinderen die hun stinkende best doen, krijgen niet snel een onvoldoende. 'Dat vinden ze zielig', smaalt een juf uit de mavo-bloedgroep. Ze hekelt het verschijnsel 'pedagogische cijfers'.

'Wat is wijsheid?', vraagt locatie-directeur Hans Kruiver zich hardop af. 'Een lijst met alleen maar onvoldoendes werkt heel demotiverend. Wat bereik je daarmee? Dat een leerling de school de rug toekeert. Op school bied je ze ten minste structuur, een vriendenkring. Voor sommige kinderen is zo'n houvast van levensbelang.'

De mavo-meesters en juffen hebben ook makkelijk praten, vinden de vbo'ers. Als je de mavo niet haalt kun je altijd nog naar het vbo. Maar voor het vbo is geen alternatief. Blijven zitten kan één keer soelaas bieden. Vaker doubleren mag niet van de minister van Onderwijs. Dat is te duur.

Sabina probeert Danny's tweekleurige kapsel uit model te halen. Als dat niet lukt, gooit ze hem tegen de muur. Daarna slaat ze Aziz voor zijn kop. Hij beschermt zijn hoofd met zijn handen: 'Ik sla niet terug', roept hij. 'Ik sla geen meisjes. Dat vind ik zielig.' Klas 2a is al stoeiend en scheldend ('skelet', 'lelijkerd', 'zeug') op weg naar haar mentor.

Mentor Rossenberg deelt lege blaadjes uit. Daarop moeten ze schrijven op welk niveau ze hun opleiding volgend jaar willen voortzetten. En welke sector hun voorkeur heeft: administratief, de techniek of de verzorging. Ilona is snel klaar. Ze wil actrice worden en naar de toneelacademie. Dus kiest ze voor de theoretische leerweg. Dat is het hoogste vmbo-niveau, vergelijkbaar met de oude mavo, maar dan iets zwaarder. Het is de enige mogelijkheid om tussentijds over te stappen naar de havo. Maar ze voelt de bui al hangen: 'En als zij denken dat ik het niet kan, vind ik dat ik het toch moet proberen. Mijn ouders zeggen: we weten dat je het kunt. Want ik heb havo nodig.'

'Voor actrice hoef je toch zeker niets te leren?', vindt Sabina. 'Tuurlijk wel', snuift Ilona. 'Doe jij maar eens alsof je doodgaat.' Ze grijpt naar haar borst, slaat de ogen omhoog en doet alsof ze in elkaar krimpt. 'Zo makkelijk is dat niet.'

Joyce en Samantha willen via het mbo de kinderopvang in. Daarvoor moeten ze de kaderberoepsgerichte leerweg halen. Dat is één van de hogere niveaus van het vmbo. Joyce kan dat makkelijk aan, vindt de rapportvergadering. En Samantha? De rapportvergadering twijfelt, maar geeft haar het voordeel van de twijfel. 'Ze zal er dol- en dolgelukkig mee zijn', glimt de mentor.

'De meisjes leveren hun blaadjes als eersten in. Ze weten doorgaans wel wat ze willen. En ook welke van de vier vmbo-leerwegen daarbij past. De jongens hebben veelal geen sjoege. Na een kwartier zit Aziz nog met een leeg blaadje voor zijn neus. 'Ik wil profvoetballer worden.' Danny smaalt: 'Dan had je nu allang bij Ajax moeten zitten.' 'Ja, ik ben te laat', zegt Aziz sip. Als de mentor de blaadjes komt ophalen, pent Aziz snel neer: architect.

In de lerarenkamer overheerst vijftig-plus en slobbertrui. Ze noemen hun werk topsport. En het is ook doodvermoeiend om dertig kinderen die geen zitvlees hebben en die zich niet op een boek kunnen concentreren, een uur lang stil te laten zitten met hun neus in een boek. Er zíjn docenten bij wie dat aardig lukt. En bij wie ook de sfeer plezierig blijft. Maar er zijn ook lessen waarin de leerlingen onverstoorbaar doorpraten over race-auto's, motoren met ingebouwde cd-spelers en hun verkering. 'Konden we ze maar met hun handen laten werken', verzucht Peppels. 'Dan zijn het echt engeltjes. Maar dat kan pas in het derde leerjaar.'

De invoering van het vmbo heeft op de leraren een zware wissel getrokken. Voor menig mavo-docent is het een degradatie om ook vbo-klassen voor zijn neus te krijgen. En vbo-leerkrachten zien met lede ogen aan dat er voor de zoveelste keer weer beknibbeld wordt op de tijd waarin ze de kinderen kunnen laten timmeren, zagen en permanenten.

'Maar het moet', zegt Hein Verhaar, de leerjaarcoordinator. 'Het onderwijs is inhoudelijk bijna veertig jaar niet vernieuwd.' 'Er zitten hele goeie dingen in', vindt zijn collega Hans Kruiver. 'We moeten meer de nadruk leggen op vaardigheden: leren discussiëren, hoofd- en bijzaken van elkaar onderscheiden, werkstukken maken. School moet leuker. We moeten de concurrentie aan met het bijbaantje, de computer, de televisie en noem maar op.'

'Waarom lach jij, Frank?' De juf Engels, Isabel Reina, onderbreekt haar gesprekje met een leerlinge. 'Jij lacht omdat ze een beugel heeft! Kijk liever naar dat hekwerk in je eigen mond.' De klas gniffelt. Als Isabel Reina, de juf Engels, in een goede bui is, zijn haar lessen het hoogtepunt van de week. Niet omdat ze zo graag Engels leren, maar omdat de juf grappig is. Ze doorbreekt de sleur. Na achtereenvolgens drie lessen over het lijdend voorwerp, de stelling van Pythagoras en Duitse grammatica is het een verademing om iemand gek te zien doen.

'Volgende week bent u jarig, juf.' 'Ja, ik ben woensdag jarig. Dus jullie hebben ruim de tijd om allemaal een cadeautje voor me te kopen.' Ilona: 'U krijgt van ons allemaal een kusje'. De juf rilt: 'Ook van Tom? Heb je die dracula-tandjes van hem gezien? Ik schiet me nog liever door mijn hoofd.' Iedereen lacht. Ook Tom. Want terugpesten mag. De juf vindt het helemaal niet erg om skippybal of gehaktbal op pootjes genoemd te worden.

Om de leerling vast te houden, moet het onderwijs aantrekkelijker worden. Maar het vmbo moet de leerling ook beter voorbereiden op het vervolgonderwijs, het mbo (middelbaar beroepsonderwijs). Een derde van de mbo'ers haalt de eindstreep niet. Een onhoudbare toestand, vindt Annette Hoeksema. Met alleen een vmbo-diploma red je het niet op de arbeidsmarkt.

Maar ook zo'n vmbo-diploma is niet voor iedereen weggelegd, vreest het team van Zaanlands-West. Er worden steeds meer eisen aan de leerling gesteld, zowel op het vbo als op de mavo. Pretpakketten samenstellen, mag niet meer. Net als in havo/vwo is er in de toekomst slechts keus uit vier combinaties. De eindexamens worden landelijk genormeerd. Pedagogisch cijferen kan straks niet meer. 'Het ministerie verwacht dat 20 procent het niet haalt. Daar moeten we dus wat anders voor verzinnen', aldus directeur Hoeksema.

'Het is een ramp voor de onderkant', vindt leraar Henk. 'Er wordt steeds minder rekening gehouden met de zwaksten. Nu is het rooster weer aangepast. De eerste pauze is straks om elf uur. Deze kinderen halen dat niet. Ze hebben niet eens ontbeten. Of denk jij soms dat die kinderen thuis lekker met pa en ma eerst een boterhammetje eten? Het zijn feiten die door het ministerie worden genegeerd. Ze moeten presteren, presteren en presteren. Maar wie neemt zo'n jongen die stinkt even apart om te zeggen dat hij zich ook onder zijn armen moet wassen. Misschien is dat wel nét zo belangrijk.'

De gymleraar voorziet een slachting onder de zwakste leerlingen. Hij grijpt zijn koffiekopje en zegt: 'Sommige kinderen hebben een klein koppie. Dat is gauw gevuld. En dan kun je het wel tegen heug en meug blijven volproppen, maar dan loopt het er gewoon weer uit. Het enige wat je bereikt is dat ze een hekel krijgen aan school.'

'Stel dat je met je moeder op een bushalte staat. Er komt een man die je moeder beledigt. Wat doe je dan?' Juf Reina kijkt Koos aan die onderuitgezakt op zijn stoel zit. Hij denkt na. 'Ik ga naar de winkel. Koop een pistool. Schiet hem dood.'

Juf Reina geeft niet alleen Engels, maar ook drama. Met dramalessen hoopt men zwakke leerlingen te stimuleren zichzelf te uiten. In het openbaar te spreken. Deze les gaat over conflicten oplossen.

'Stel dat je stage gaat lopen bij een jachtenbouwer. Je mag maar een week blijven. Er zijn drie dagen voorbij. Je hebt alleen maar wc's mogen schoonmaken. En je had je er zo op verheugd eindelijk een boot te mogen bouwen.' Koos haalt zijn schouders op. 'Ik heb al zo vaak een boot gebouwd.' Juf: 'Ja, kleintjes. Maar dit zijn échte.'

Koos: 'Dat is toch hetzelfde.' Juf: 'Nee, dat is niet hetzelfde. Maar wat doe je als je van de baas alleen wc's mag schoonmaken?' Koos: 'Ik ga naar de winkel. Koop een pistool. Schiet hem dood.'

'Wat zou jij doen, Helmuth?' Helmuth: 'Weglopen.' Juf: 'Dan weet je zeker dat je niet de kans krijgt om mee te helpen een boot te bouwen.' Fundat: 'Ik zou de baas gewoon vragen of ik wat anders mocht doen dan wc's schoonmaken.'

Als gevolg van de invoering van het vmbo worden alle basisschoolleerlingen in Zaanstad getest op hun iq, leerachterstanden en hun sociaal-emotionele ontwikkeling. Wie laag scoort op ten minste twee van de drie testen is een 'zorgleerling'. Voor een zorgleerling krijgt een vmbo-school 5000 gulden per jaar extra van het ministerie uitgekeerd: geen 8000 per jaar, maar 13.000 per jaar.

Door de leerlingen massaal te laten testen, sporen de scholen steeds meer zorgleerlingen op. Sinds de invoering van het stelsel van zorgleerlingen en de toetsroutine heeft Het Zaanlands 65 zorgleerlingen meer dan vroeger, een stijging van 30 procent. 'Wij zijn natuurlijk niet de enige die dat laten doen. Het ministerie is zich rot geschrokken van de groei van het aantal zorgleerlingen', aldus Hoek sema.

De zorgcoordinator van Het Zaanlands voelt zich inmiddels een rijk man. Van het extra geld heeft de school onder meer vijf extra full-timers kunnen aantrekken om zwakke leerlingen te begeleiden. Er zijn faalangsttrainingen, cursussen sociale vaardigheid en structurele bijlessen. 'Een prachtige uitvinding', aldus Karel Puhl. 'Vroeger hadden we voor zwakke leerlingen alleen kleine klasjes: het ivbo. Nu weten we precies waarin een kind zwak is en kunnen we gericht hulp bieden.'

Op de vraag hoe hun leerlingen uiteindelijk terechtkomen, kijken de docenten verbaasd op: best wel goed eigenlijk. De docenten die in Zaandam wonen of in Koog aan de Zaan komen hun oud-leerlingen vaak tegen. Als monteur of kapster, achter de toonbank. Leraar Henk: 'Het is totaal onvoorspelbaar. Soms zie je hoe de zwakste leerling de rest voorbijstreeft en het tot een leidinggevende functie brengt.'

'In financieel opzicht doen ze het soms beter dan wij', grijnst de gymleraar. 'Als je je handen vies wilt maken als stukadoor of loodgieter, kun je goud geld verdienen. Vroeger betekende een lage opleiding een laag salaris. Maar die tijd is voorbij.' Leraar Harry: 'Zodra ze een baan krijgen en verantwoordelijkheden, slaan ze om als een blad aan de boom. De grootste hufters worden later de braafste huisvaders.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden