Prestatieafspraken haal je met vingers in de neus

De politie meet zelf, en het aantal strafbepalingen is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Dus zegt het halen van prestatiedoelen niets over onze veiligheid, stelt Arie Kuijvenhoven....

In deze krant (Forum, 4 januari) stond een stukje van de Rotterdamse hoofdcommissaris Aad Meijboom. Daarin reageerde hij op een opmerking over schijnveiligheid, gemaakt door een oud-persvoorlichter van zijn korps. Die zou 'niet helemaal goed hebben begrepen' waarom het jagen op verbalen goed is voor onze veiligheid. Wat toch wonderlijk is, want je zou verwachten dat de hoofdcommissaris dat toch had kunnen voorkomen toen die oud-persvoorlichter nog gewoon onder hem diende.

Blijkens het stukje is die oud-persvoorlichter overigens niet de enige die het niet begrepen heeft. Journalisten blijken het ook niet te snappen. En daarom wil de hoofdcommissaris nog wel eens uitleggen 'waarom het goed is dat de politie heldere afspraken maakt over te behalen resultaten'. Want de hoofdcommissaris is niet boos, maar verdrietig.

Dat veiligheid een belangrijk onderdeel van de overheidszorg is, is al eeuwen zo. Het is zelfs een van de belangrijkste redenen om er een overheid op na te houden. Dat die overheid, en ik bedoel hier gekozen ambtsdragers en volksvertegenwoordigers, daartoe gebruik maakt van onder andere politie en justitie, is in onze samenleving ook heel gewoon. Politie en justitie zijn daarbij instrumenten die hun taken en bijbehorende bevoegdheden niet aan eigen gezag ontlenen, maar aan die van de gekozen overheid. Het stukje van de hoofdcommissaris lezende, blijkt daar weinig meer van. Eigenlijk blijkt daaruit het omgekeerde, want de hoofdcommissaris stelt rustig: 'Over de prioriteiten maakt zij (is: de politie) afspraken met de minister, de burgemeesters en het Openbaar Ministerie.' Het zij zo, ook al is het een riskante ontwikkeling.

Die prioriteiten worden vervolgens vastgelegd in prestatie-afspraken. Toen die voor het jaar 2004 werden vastgesteld, lag geen agent(e) daar wakker van. En terecht, want het waren afspraken waarvan iedere ingewijde wist dat ze met twee vingers in de neus te halen waren. De meeste korpsen lukte dat dan ook ruimschoots.

Vervelend is dat die gemaakte afspraken nauwelijks iets bijdragen aan onze veiligheid. Dat er meer verdachten zijn aangehouden, komt zeker ook omdat het aantal strafbepalingen de afgelopen jaren fors is toegenomen. Het gaat dan niet alleen om zaken als de zogenoemde veiligheidsfouillering, om gebiedsverboden of om het grote aantal snelheidsovertredingen. Het gaat dan ook om bijvoorbeeld nieuwe bevoegdheden bij de tot voor kort zwaar onderschatte vormen van geweld binnenshuis: kinderverwaarlozing, oudermishandeling en geweld tussen partners, vooral tegen vrouwen. Door daaraan geen aandacht te schenken doet de hoofdcommissaris het voorkomen alsof er van een statische, een onveranderlijke hoeveelheid criminaliteit sprake is. Het tegendeel is het geval.

Dan is er nog een derde aspect dat genoemd had moeten worden. De gemaakte prestatie-afspraken betreffen de uitkomst van het handelen van de politie. En misschien in het verlengde daarvan van justitie. Zoals elke overheidsmanager al jaren lang te horen krijgt, zijn prestaties echter niet hetzelfde als de uitkomst of het effect daarvan. Al die verkeersboetes hebben pas zin als het aantal verkeersdoden en -gewonden daalt. En gebeurt dat? Welk korps heeft als doel gesteld dat dat aantal naar beneden moet? En vervolgens hoe dat bereikt kan worden?

En zo kunnen er nog meer echte en ook nog eens meetbare en controleerbare doelen worden gesteld. En dan graag gemeten en gecontroleerd door onafhankelijke controleurs. Dat de politie haar prestaties publiceert en dan denkt daarmee verantwoording af te leggen, is een gevolg van het feit dat ze zichzelf tot haar eigen controleur heeft benoemd. Maar niet alle burgers zijn bereid tot zoveel goedgelovigheid.

Tot slot heeft het prestatiecontract ook al slachtoffers gemaakt. Vorig jaar, tijdens een kleine conferentie, werd gesteld dat er wijk agenten waren die minder tijd aan hun werk konden besteden, omdat dat geen telbare resultaten opleverde. Zo levert een vruchteloos onderzoek naar een mogelijk geval van kindermishandeling minder op dan een boete voor te hard rijden, namelijk een streepje. Die neergaande ontwikkeling van de maatschappelijke functie van de wijkagent - of hoe die beste brave man of vrouw ook genoemd wordt - blijkt ook uit een recent onderzoek van medewerkers van de Nederlandse Politie Academie. En het enige vakblad dat zich speciaal richtte op gebiedsgebonden politiewerk is in 2004, na een moeizaam bestaan, ter ziele gegaan. Nee, van cijferfetisjisme is geen sprake.

Maar wat verwachten we anders van een politie die wordt aangevoerd door een minister die als eerste verantwoordelijk is voor de coördinatie bij een nationale ramp? Minister Remkes - dezelfde die een vechtersbaas zo ferm een rotschop zou geven - liet de kans voorbijgaan om te kijken of er iets te doen viel, of te leren, bij de grootste natuurramp die we ons kunnen heugen, terwijl hij er vlakbij was. Nog afgezien van het feit dat hij troost en steun had kunnen geven aan de ontredderden. Maar dat valt niet te turven en te tellen.

Minister Remkes als ons lichtend voorbeeld. En de Rotterdamse hoofdcommissaris als zijn profeet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden