President te koop

De campagne voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen wordt weer vele malen duurder dan de vorige. Alle kandidaten beschikken over netwerken van geldschieters en belangengroepen, die kunnen rekenen op een royale beloning voor hun diensten....

'Richie Rich', zoals Malcolm 'Steve' Forbes snerend wordt genoemd, dacht het presidentschap te kunnen kopen. Een talentvolle fokker van polo-pony's, maar hij is als 't erop aankomt een amateurpoliticus met dwaze ideeën over belastinghervorming. Als hij werkelijk denkt dat kiezers zich laten omkopen en dat hij met een handvol dollars het machtigste ambt ter wereld kan aanschaffen, staat hij nog verder af van de werkelijkheid dan velen al dachten.

De weinig charismatische Steve Forbes heeft met zijn uiterst kostbare, maar geheel zelf gefinancierde verkiezingscampagne, de boosheid - en na zijn tegenvallende score in Iowa ook de hoon - van zijn tegenstanders en de media over zich afgeroepen. In New Hampshire, waar dinsdag de eerste echte voorverkiezingen worden gehouden, moet blijken hoe serieus deze miljardair met overspannen ambities genomen moet worden.

De verontwaardiging van de andere Republikeinse kandidaten hoort bij het politieke theater. Allen zijn gedurende hun politieke en journalistieke carrières miljonair geworden en allen beschikken zij over goed gevulde 'oorlogskassen' en netwerken van geldschieters.

Nog voordat Forbes zijn eigen enorme uitgeversvermogen aansprak, was het al duidelijk dat de campagne van 1996 de duurste politieke show aller tijden zou worden. Forbes heeft de kostprijs van de campagne alleen maar verder opgedreven. De vijf belangrijkste kandidaten van dit moment - president Clinton en de vier Republikeinen - hebben al meer dan 100 miljoen dollar ingezameld, vijf maal zoveel als in 1992 aan het begin van het verkiezingseizoen.

Clinton is met een bedrag van 30 miljoen dollar, dat op banken in Washington, New York en Los Angeles rustig rente trekt, koploper, gevolgd door Dole met 26 miljoen en Alexander met 11 miljoen dollar. Pat Buchanan is daarbij vergeleken met 2 miljoen dollar in kas arm, maar na zijn eerste successen stromen vele duizenden dollars binnen. Hoe langer en harder het gevecht, hoe meer geld zij nodig hebben voor stafmedewerkers, direct mailing, reizen en vooral televisiereclame.

'Forbes is de zoveelste schatrijke zakenman die zich opwerpt als redder van de natie. Interessant, maar niet nieuw. Het verhaal over geld en politiek zit veel ingewikkelder in elkaar', zegt Charles Lewis, schrijver van het pas verschenen en ophef makende boek The Buying of the President. Hij is ook directeur van het Center for Public Integrity, een Washingtonse denktank van journalisten, politici en historici, onder wie Ben Bradlee, James MacGregor Burns en Arthur Schlesinger jr.

'De echte vraag is niet of een miljonair het presidentschap kan kopen, maar of grote geldschieters dat kunnen doen. De waarheid is dat de verkiezingscampagnes en het politieke proces in Washington één grote veiling zijn geworden, waar speciale belangengroepen en bedrijven met behulp van miljoenen dollars strijden om invloed en toegang tot kandidaten', aldus Lewis, een voormalig journalist van ABC News.

'Kiezers kiezen niet alleen kandidaten, maar ongemerkt ook de prioriteiten van de geldschieters van deze kandidaten. Kiezers worden overspoeld met soundbites, ideeën en ideologische opvattingen, maar krijgen de kleine lettertjes van het contract tussen kandidaten en geldschieters nooit te zien', zegt Lewis, die zijn stelling baseert op uitvoerig onderzoek van de relaties tussen politici en Big Money.

De voormalige tv-reporter, een zacht pratende en vasthoudende wroeter in de wereld van politiek en geld: 'Allianties tussen politici en geldschieters zijn, sinds Abraham Lincoln geld aannam van de spoorwegen en Franklin Roosevelt van de bierlobby, een bekend fenomeen. Maar de geldschieters en lobbyisten zijn zo invloedrijk geworden dat het grootste deel van de Amerikaanse kiezers zich buitengesloten voelt en zich afkeert van de politiek. Ruim 85 miljoen kiezers stemden in 1992 niet. In 1994 waren dat er zelfs 114 miljoen. De scepsis en het wantrouwen over de politiek zijn diep geworteld.'

De lage opkomst in Iowa - minder dan 100 duizend geregistreerde Republikeinen kwamen opdagen - belooft voor de verkiezingen van dit jaar weinig goeds. Oorzaak: het wijd verbreide, diepe wantrouwen in de politiek. De algemene onvrede over 'Washington' is nog sterker dan in '92 en in '94. De aan haat grenzende weerzin tegen 'de politiek' en maatschappijke instellingen wordt door politicologen, historici en commentatoren beschouwd als de belangrijkste trend van de laatste tien jaar.

Volgens Kevin Phillips, schrijver van onder andere Arrogant Capital en hoofdredacteur van The American Political Report, voelen doorsnee Amerikanen zich buitengesloten en beschouwen zij het grondwettelijk beginsel dat Amerika wordt bestuurd 'door het volk en voor het volk' als een farce.

'Men ziet en voelt dat Amerika wordt geregeerd door een groep politici en een klein leger van geldschieters, mega-lobbyisten en advocaten. Washington is sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog het speelterrein geworden van lobbyisten, speciale belangengroepen en politieke professionals, die het tweepartijensysteem hebben overgenomen.

'In feite hebben lobbyisten en speciale belangengroepen zich zo diep ingegraven, dat het vermogen van kiezers om door middel van verkiezingen schoon schip te maken, tot nul is gereduceerd. Een derde partij is bijna kansloos', aldus Phillips. De chronische behoefte aan geld om de vele campagnes te financieren, heeft politici sterk afhankelijk gemaakt van het bedrijfsleven en belangenorganisaties als de vakbeweging en de wapenlobby.

Sinds de Tweede Wereldoorlog is het aantal lobbyisten gegroeid van enkele duizenden tot 91 duizend in december 1995. Deze tienduizenden advocaten en experts op alle denkbare gebieden, trachten de 540 verkozenen in Witte Huis en Congres te beïnvloeden. In die krachtmeting tussen belangenorganisaties en politici wordt beslist welke wetten wel en welke niet worden aangenomen.

Bedrijfstakken, beroepsorganisaties, non-profit-instellingen, vakbonden, milieuclubs, staten en buitenlandse regeringen hebben lobbyisten aangesteld of eigen kantoren geopend in Washington. Zij moeten zich registreren, maar van openbaarmaking van contacten is geen sprake.

Iedere dag zwerven duizenden lobbyisten door het Congres in het uniform van de Washingtonse power player: grijs pak, wit overhemd en rode das voor de mannen; grijs, blauw of rood mantelpak voor de vrouwen. Bij grote debatten over bijvoorbeeld landbouw en telecommunicatie is er geen doorkomen aan. Zij wonen hoorzittingen bij en assisteren staf- en Congresleden bij het schrijven van wetten.

Enkele recente voorbeelden: de wetgeving over afvalverwerking en de aansprakelijkheid van grote bedrijven werd geschreven door het American Petroleum Institute. De olie-industrie blokkeerde de invoering van een energieheffing.

Verzekeringsbedrijven kregen voor elkaar dat gepensioneerden de premie voor een speciale zorgverzekering mogen aftrekken van de belasting, en de American Bankers Association schreef een wet waarmee een einde werd gemaakt aan de overheidsleningen voor studenten. Congresleden die 'een partnerschap' sloten met deze industrieën, werden beloond.

Dat gebeurt natuurlijk niet rechtstreeks. Charles Lewis: 'Er is een uiterst genuanceerde, subtiele cultuur ontstaan, waarin politici verworden tot huurlingen. Zij worden besmet en raken onvermijdelijk gecompromitteerd. Iedere grote geldschieter wil op een gegeven moment zien dat zijn investering rendeert en zal om een tegendienst vragen.'

Sinds de laatste grote hervorming van de campagnewetgeving, is er door middel van kleine wijzigingen een einde gemaakt aan directe dienstverlening. Congresleden mogen zich niet langer laten fêteren op de Bahama's en in luxe golfparadijzen. Evenmin mogen zij diensten en cadeaus aannemen van bedrijven en instellingen, zelfs de rekening in de restaurants moeten zij zelf betalen.

In 1974 werd de maximale individuele bijdrage aan politici op duizend dollar gesteld. Of de geldschieter een baby van twee maanden is of een tiener van twaalf, doet er niet toe. Door middel van grote bijeenkomsten wordt getracht zo veel mogelijk individuele bijdragen te bundelen. De donaties worden geregistreerd door de Federal Election Commission.

Hetzelfde geldt voor de bijdragen van zogenaamde Politieke Actie Comités. Bedrijven en instellingen mogen 'PAC's' vormen, die ongelimiteerd, maar wel in alle openheid, de kandidaten mogen steunen. Als kandidaten campagne voeren, worden deze particulere bijdragen door de overheid verdubbeld met belastinggelden. Zij moeten zich dan houden aan bestedingsplafonds, die per staat verschillen.

Na het Watergate-schandaal, waarin de illegale financiering van Nixons campagnes werd blootgelegd, leek dat systeem bevredigend te zijn hervormd. Maar behendige lobbyisten ontdekten nieuwe wegen. Kandidaten mogen onbeperkt gesteund worden met soft money. Dat is geld dat besteed moet worden aan het opbouwen van lokale organisaties, registratie en bewustmaking van kiezers en activiteiten om kiezers naar de stembus te krijgen. Kandidaten mogen eigen denktanks en organisaties met hooggestemde namen als de Better America Foundation (van Bob Dole) oprichten, waarvan de kassen ongelimiteerd en in het geheim kunnen worden gevuld.

Sinds Jimmy Carter tijdens de caucuses in Iowa en de voorverkiezingen in New Hampshire in 1976 de weg naar het Witte Huis insloeg, hebben kandidaten beloofd de invloed van lobbyisten te beperken en de wetgeving voor de financiering van campagnes te hervormen. Washington zou voor eens en altijd gezuiverd worden van speciale belangengroepen. Uitbuiting van de anti-Washingtonstemming wordt beschouwd als een handige tactiek. De beloftes van Carter zijn terug te vinden in de redes van Reagan, Clinton, de Republikeinse Revolutionairen en anno 1996 in die van Buchanan, Forbes en Alexander.

'Het is hoog tijd voor een grote schoonmaak in Washington DC. In de straten waar eens staatslieden liepen, zwemt nu het geld. Een nooit eindigende stroom geld gaat van hand tot hand en ketent degenen die gekozen zijn om het land te leiden', zei in 1992 Clinton, die de kandidaat van de verandering was. Dat klonk gemeend en veelbelovend.

Het was niet zo verwonderlijk dat de president in de zomer van 1995 woedend uitviel naar zijn campagnemedewerkers, toen via de Chicago Sun-Times het geheime 'Menu' was uitgelekt. Dat is de prijslijst voor het krijgen van toegang tot de president en de vice-president, die door partijvoorzitter Dodd was ondertekend.

Honderdduizend dollar is goed voor twee maaltijden met de president, twee maaltijden met de vice-president, een plaats in een van de vele buitenlandse handelsmissies van de regering, en permanente assistentie van een partijmedewerker bij het onderhouden van contacten met het Witte Huis.

De helft, vijftigduizend dollar, is goed voor een presidentiële receptie en een diner met Gore. Wie slechts duizend dollar doneert, wordt uitgenodigd voor bijeenkomsten met Hillary Rodham Clinton en Tipper Gore.

Vooral de maaltijden met Clinton en de handelsmissies met de ministers Brown van Handel en O'Leary van Energie zijn goudmijnen voor de president en de Democratische Partij. Brown reist met grote geldschieters de hele wereld af in de voormalige Air Force One en zorgt er voor dat overal deuren opengaan.

Lewis: 'Ook de Republikeinen hebben nooit de indruk kunnen wekken dergelijke praktijken te willen beëindigen. Dole is een van de beste fondsenwervers van het land, en in zijn lange carrière heeft hij de belangen van zijn sponsors consciëntieus behartigd.'

Clinton is beslist niet de enige politicus die teveel heeft beloofd. Tientallen nieuwe Republikeinse afgevaardigden die in '94 naar Washington kwamen om daar schoon schip te maken, zijn ingepalmd door het bedrijfsleven, omdat zij herkozen willen worden.

Pete Dagher, woordvoerder van 'Clinton-Gore '96', heeft een simpele verklaring: 'De president is voor de hervorming van het systeem van campagnefinanciering, maar wij doen niet aan eenzijdige ontwapening.' Dat is zacht uitgedrukt. Eerst als gouverneur van Arkansas, maar vervolgens ook als president van de Verenigde Staten, heeft Clinton systematisch en met veel succes de steun van het bedrijfsleven gezocht.

De president heeft zich niet echt hard ingespannen om de wetgeving te veranderen. Zijn inauguratiefeest was een grote commerciële onderneming. Het Center for Public Integrity en de Legal Times, het dagblad voor lobbyisten en juristen, ontdekten dat de Newyorkse investeringsbank Goldman, Sachs de belangrijkste donateur is van Clinton. Deze prestigieuze firma heeft ook de minister van Financiën, Rubin, geleverd en de inmiddels weer vertrokken onderminister van Financiën, Roger Altman.

Volgens Lewis en The Wall Street Journal zorgde Rubin er persoonlijk voor dat Goldman, Sachs tijdens de Mexicaanse peso-crisis het recht kreeg als eerste schadeloos gesteld te worden voor zijn verlies op Mexicaanse staatsobligaties. Rubin had er geen enkele moeite mee tijdens de reddingsoperatie ook de belangen van zijn vorige werkgever te behartigen. De Legal Times concludeerde dat een investering van enkele miljoenen dollars in de Democratische Partij de bank Goldman, Sachs behoed had voor een miljardenstrop.

Illustratief voor de legale verstrengeling van politiek en bedrijfsleven is de totstandkoming van de telecommunicatiewetgeving. Van president tot het jongste Congreslid werden de politici overspoeld met geld en stemadviezen. Als grote geldschieters hadden AT & T, US West, Apple en Microsoft bijzondere toegang tot de president en de vice-president, en daar maakten zij volop gebruik van.

Tijdens een lunch met zalm en witte wijn in Californië werd Clinton en Gore uit het hoofd gepraat dat de overheid een rol zou moeten spelen bij de aanleg van de elektronische snelweg. Daags na de ommezwaai liepen grote bedragen binnen bij het Democratisch Nationaal Comité.

Voor de geldschieters Microsoft en Boeing heeft minister Brown zich in China en Saudi-Arabië bijzonder succesvol ingespannen. Banken uitten hun tevredenheid over de bankwetgeving van de president door middel van forse donaties en zachte leningen voor de campagnes. 'Dit is allemaal in het belang van de Amerikaanse werkgelegenheid', zo verdedigde Brown zich onlangs.

Een andere verstandige zakenman is Carl Lindner, een melkboer en ijsverkoper uit Cincinnati, die zijn winkel uitbouwde tot United Dairy Inc met belangen in onroerend goed, de media en bananen. Lindner is de baas van Chiquita Brands, dat als gevolg van wegvallende markten in Europa een miljoenenstrop leed. De Europese Unie importeert sinds '92 bananen uit Afrika en het Caribische gebied en niet meer uit Latijns-Amerika, waar Chiquita grote belangen heeft.

Maar dankzij zijn gulle giften aan zowel de Democraten (600 duizend dollar in twee jaar) als aan senator Bob Dole (1,3 miljoen dollar) kreeg Lindner het voor elkaar dat het bananen-regime van de Europese Unie zal worden aangeklaagd bij de Wereldhandelsorganisatie. 'United States of America: Banana Republic', zette het weekblad Time boven een verslag over Lindners innige connecties met de president en de Republikeinse meerderheidsleider.

Lindner, een onopvallende teruggetrokken figuur, verleent ook andere diensten. Dole hoeft maar even op te bellen of hij stelt zijn Gulfstream-jet ter beschikking van de senator, die daar dankbaar gebruik van maakt. Het kost hem niet meer dan een eersteklas-ticket. De vliegtuigen van grote ondernemingen zijn bijzonder geliefd geraakt bij de kandidaten.

Clinton zelf maakt ook voor campagnereizen gebruik van de Air Force One, die de belastingbetaler 46 duizend dollar per gevlogen uur kost. Ook Clinton hoeft alleen maar een eersteklas ticket te betalen voor hemzelf en zijn medewerkers.

Andere handige geldschieters zijn Dwayne Andreas van het agrarische conglomeraat ADM, de tabaksindustrie, en Julio Gallo, de eigenaar van het grootste wijnconcern ter wereld. ADM steunt politici in ruil voor federale subsidies voor de produktie van ethanol. De tabaksindustrie is een onuitputtelijke bron van ready cash voor iedere afgevaardigde die tegen rookbeperkingen is.

Gallo, zoon van Italiaanse immigranten, bouwde samen met broer Ernesto zijn wijnimperium op. Hun invloed is zo groot dat zij gedaan wisten te krijgen dat de erfeniswetgeving vorig jaar in hun voordeel werd gewijzigd. Een investering van enkele miljoenen in de campagne leverde hen zo bij de regeling van hun erfenissen een besparing van vijftig miljoen dollar op. Vooral Dole heeft zich in zijn carrière bijzonder ingespannen voor de Gallo's. En Clinton heeft speciaal voor de Californische wijnen de exportsubsidies verhoogd. Een tastbaar bewijs van dankbaarheid van de Gallo's bleef niet uit.

Het 'partnerschap' tussen politiek en bedrijfsleven of maatschappelijke belangenorganisaties, werkt niet altijd even gladjes. De Amerikaanse vakbeweging AFL-CIO is met jaarlijks 14 miljoen dollar de grootste geldschieter, maar werd in de debatten over de handelsakkoorden Gatt en Nafta door Clinton totaal genegeerd. Exportbedrijven bedankten Clinton royaal. De homo-beweging, in 1992 goed voor twee miljoen dollar, voelt zich honds behandeld door Clinton.

De president heeft ook een zware nederlaag moeten incasseren. Zijn plan voor de hervorming van de gezondheidszorg was niet bestand tegen de lobby van artsen, advocaten en de medische industrie, die de Republikeinen overspoelden met donaties in ruil voor massief verzet tegen de plannen van Hillary.

Lewis: 'Er is zeker sprake van een soort machtsevenwicht. Politici kunnen geldschieters ook tegen elkaar uitspelen. Maar het punt is dat het grootste deel van het geld afkomstig is van ongeveer één procent van de bevolking, dat daardoor onevenredig veel invloed kan uitoefenen'.

De Democratische senator Bill Bradley, die aan het einde van dit jaar vertrekt: 'Na iedere geslaagde handelsmissie worden er cheques uitgeschreven. Na iedere aangenomen wet wordt er afgerekend. Het is stuitend maar volstrekt legaal.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden