President Habibie moet zich nog bewijzen

De Nederlandse regering heeft positief gereageerd op het verzoek van de Indonesische president Habibie om de ontwikkelingsrelatie te herstellen. Suharto is weg, maar hoe geloofwaardig is de regering Habibie?...

INDONESIE heeft hulp nodig, zeker. Toch is het onverstandig die hulp te geven zonder daaraan voorwaarden te verbinden, hoe graag we de relatie met Jakarta ook willen herstellen. Den Haag loopt hiermee de kans niet serieus te worden genomen nu zowel internationaal als vanuit Indonesië zelf druk wordt uitgeoefend op de regering in Jakarta om duidelijkheid te verschaffen over een aantal zaken.

Dat betreft met name de gewelddadigheden tegen activisten, studenten en Chinezen afgelopen mei, het lot van de politieke gevangenen, en de verslechterde situatie op Oost-Timor.

Kwesties waarbij het leger, (oud-)bondgenoot van Suharto, direct is betrokken. Hetzelfde leger waarvan president Habibie afhankelijk is.

Om met de raciale onlusten te beginnen: er zijn naar nu bekend is geworden vele tientallen Chinese meisjes op soms brute wijze verkracht. De verkrachtingen volgden op de plunderingen en brandstichtingen in de Chinese wijken, waarbij ruim duizend doden vielen. Het overgrote deel van de slachtoffers waren gewone, onschuldige, rijke en arme, Chinese en niet-Chinese, burgers. Politie en leger keken tijdens de rellen slechts toe.

Begin juni maakten vertegenwoordigers van niet-gouvernementele organisaties die een onderzoek naar de rellen hadden ingesteld, hun bevindingen bekend. Alleen al in Jakarta en omgeving waren 1339 doden genoteerd, van wie er 1190 bij branden om het leven waren gekomen. Nog eens 27 mensen waren doodgeschoten of op een andere gewelddadige manier om het leven gebracht, 91 gewond en 31 mensen werden nog vermist.

Het aantal registreerde verkrachtingen bedroeg 168, waarvan twintig met dodelijke afloop.

De organisaties kwamen tot de conclusie dat de gewelddadigheden systematisch waren gepland en uitgevoerd door, vermoedelijk, militairen in burgerkleding. Uit de beschrijvingen kon worden opgemaakt dat het waarschijnlijk (mede) ging om leden van het speciale legercorps, de Kopassus, voorheen onder bevel van Suharto's schoonzoon, generaal Prabowo Subianto.

De schok die de gewelddadigheden teweeg hebben gebracht, is groot. Niet alleen in Indonesië, maar overal in de wereld. Onder de Indonesische gemeenschap in Canada, de VS, Australië en Duitsland, zijn solidariteitsacties begonnen ten behoeve van de slachtoffers van de pogrom en andere recente schendingen van mensenrechten. Ook in Nederland is vorige maand een soortgelijke actie door Indonesiërs en Nederlanders opgezet.

De regering van president Habibie lijkt vooralsnog doof voor de eis om opheldering. Eind mei al bezocht Habibie de Chinese wijk Glodok, maar zijn verklaring ging niet verder dan dat hij de gebeurtenissen 'betreurde'. Enkele van zijn ministers hebben zelfs geprobeerd de verkrachtingen te ontkennen, maar kwamen daar later van terug.

Een groep vooraanstaande leiders van verschillende religieuze en maatschappelijke stromingen kwam midden juni met een speciale verklaring om de regering tot veroordeling van de gewelddadigheden en berechting van de daders te bewegen. De regeringscommissie voor de mensenrechten deed later hetzelfde.

Ook de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright deed een beroep op Habibie om een veroordeling uit te spreken. De president deed dat uiteindelijk twee weken geleden toen hij een onderzoekscommissie installeerde. Een geval van te weinig en te laat.

Een andere kwestie is die van de ontvoeringen. Tientallen activisten werden begin dit jaar ontvoerd om de herverkiezing van Suharto veilig te stellen en pas recent weer vrijgelaten. In verband hiermee is opnieuw de naam van generaal Prabowo genoemd en ook de opperbevelhebber van de strijdkrachten, generaal Wiranto, heeft toegegeven dat leden van Kopassus betrokken waren bij de ontvoeringen. Maar of dit ook gevolgen heeft voor de militairen, blijft zeer de vraag.

Habibie's beleid ten aanzien van de politieke gevangenen ontmoet eveneens kritiek. Een aantal vooral internationaal bekende gevangenen zijn vrijgelaten en binnenkort volgt er nog een aantal. Dat zijn belangrijke stappen, maar er zijn nog altijd mensen die al meer dan dertig jaar vastzitten, en het leger wil enkel en alleen om ideologische redenen dat ze ook vast blijven zitten.

Ten slotte de kwestie Oost-Timor. De situatie verslechtert snel, vooral omdat de regering de eis van de meerderheid van de bevolking tot het houden van een referendum koste wat koste wil indammen.

De delegatie van de Europese Unie die onlangs Oost-Timor bezocht, en waarvan ook de Nederlandse ambassadeur in Jakarta deel uitmaakte, trok de conclusie dat de mening van de Oost-Timorese bevolking hoe dan ook moet worden geraadpleegd wil men tot een vreedzame en gerechtvaardigde oplossing van de kwestie komen.

De terugtrekking door Habibie van duizend soldaten, van de twaalfduizend Indonesische militairen op Oost-Timor, verandert niets wezenlijks aan de situatie.

Dat nu ook de legertop zelf toegeeft dat de strijdkrachten niet vrijuit gaan, is zeer ongewoon. Volgens waarnemers in Jakarta ziet het nieuwe bewind zich hiertoe mede gedwongen om de impasse rond de IMF-hulp te doorbreken.

Zowel van buiten als binnen Indonesië zelf klinkt de roep om eerbiediging van de mensenrechten, als bewijs van geloofwaardigheid van de regering-Habibie. President Habibie kan uiteraard niet verantwoordelijk worden gesteld voor alle staatsterreur die onder Suharto plaatsvond.

Maar zolang zijn regering, en vooral het leger, geen openheid van zaken geeft over de gebeurtenissen eerder dit jaar, vormt de kwestie een tijdbom onder zijn regering.

De inmiddels door president Habibie ingestelde onderzoekscommissie komt weinig vertrouwenwekkend over. Bijna de helft van haar leden bestaat uit regeringsambtenaren en officieren, terwijl notabene het leger in de eerste plaats verantwoordelijk is voor de genoemde schendingen van mensenrechten.

De eis vanuit de Indonesische samenleving blijft dan ook: Habibie en het leger moeten volledige opening van zaken geven en de daders zonder aanziens des persoon berechten.

De internationale gemeenschap, in het bijzonder de Europese Unie en de nieuwe regering in Den Haag, kan die eis ondersteunen door in de subcommissie voor de mensenrechten van de VN, die dezer dagen in Genève vergadert, een onafhankelijk onderzoek onder toezicht van de VN te eisen.

Er is dus alle reden terughoudend te zijn bij het herstel van de ontwikkelingsrelatie met Indonesië. Het vertrek van Suharto alleen is daarvoor onvoldoende voorwaarde.

Aboeprijadi Santoso is journalist bij de Wereldomroep.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden