profiel Omar al-Bashir

President Bashir, de grootste oorlogscrimineel van Afrika, heeft vele vijanden gemaakt

De Soedanese president Omar al-Bashir, die donderdag na een militaire coup is afgetreden, heeft een lang verleden van oorlogsmisdaden. Onder meer het Internationaal Strafhof in Den Haag wil hem graag berechten. 

Omar al-Bashir tijdens een overwinningstocht, nadat de Soedanese Volkskrijgsmacht (SAF) en Rapid Support Forces (RSF) de rebellen hadden verslagen in april 2015. Beeld Reuters

Moord. Marteling. Plundering. Verkrachting. Uitroeiing. Genocide. Omar Hassan al-Bashir werd in 2009 als eerste staatshoofd aangeklaagd door het Internationaal Strafhof in Den Haag. Hij kwam te boek te staan als de grootste misdadiger in Afrika, en slaagde erin om arrestatie te ontlopen.

Geweldpleging is jarenlang de modus operandi geweest van de meedogenloze machthebber, van de voormalige militair die Soedan verdeelde en beheerste tot het moment kwam waarop het land economisch en maatschappelijk zo onttakeld was dat het volk het niet meer pikte. Alsof het zo moest zijn, kwam de daadwerkelijke val van de 75-jarige ex-generaal door zijn eigen, beruchte veiligheidsapparaat, dat de handen van hem aftrok.

Militaire onderwerping, politieke patronage en islamitische tuchtwetten waren de instrumenten van Bashir, waarbij de geloofsijver in de kern ten dienste stond van de versteviging van zijn heerschappij. Bashir, van de Arabische bevolkingsgroep de Ja’aliyyin in het centrale landschap rond de Nijl, meende Soedans ingewikkelde postkoloniale constructie – met langs de periferieën veel ‘Afrikaanse’ volken – te moeten besturen met wapens en een hard beleid van arabisering.

Het leger bood houvast voor Bashir, de man die opgroeide in armoedige omstandigheden en in zijn geboortedorp een tijdje werkte in een garage. Hij volgde de militaire academie en vocht in 1973 met Egypte mee in de oorlog tegen Israël. Hij werd officier en in 1989 nam hij deel aan een staatsgreep in Soedan tegen de gekozen regering van premier Sadiq al-Mahdi. Het brein achter de coup, Hassan al-Turabi van de streng-religieuze Moslimbroederschap, werd later naar de zijlijn verdreven door Bashir.

Moammar Kadhafi wordt begroet door Omar al-Bashir, voorafgaand aan zijn tweedaagse bezoek aan Soedan in 2001. Beeld AP

Volksopstand

Maar eerst bood Soedan in de jaren negentig nog wel onderdak aan Osama bin Laden, de leider van terreurnetwerk Al Qaida. Bashirs regime steunde ook moslimstrijders van Libië en Ethiopië tot Somalië en Eritrea. Zijn land werd voor het Westen een pariastaat. De VS stelden sancties in. Toen kwamen ook nog de aanslagen van 9/11 en kwamen in Washington begrippen als regime change op. De strateeg Bashir besloot voor het voortbestaan van zijn bewind ietsje afstand te nemen van islamitische hardliners en inlichtingen over terroristen te gaan delen met de VS.

Desondanks steunde Bashir de gearabiseerde bewoners van de regio Darfur tegen de ‘Afrikaanse’ bevolkingsgroepen de Fur, de Zaghawa en de Masalit door de gewapende milities van de Janjaweed los te laten, wat na de eeuwwisseling ontaardde in een grootschalige geweldscampagne met volgens de VN bijna 3 miljoen ontheemden en 300 duizend doden tot gevolg. ‘Darfur’ leidde tot de genocide-aanklacht van het Internationaal Strafhof tegen Bashir. In de Nuba-bergen, bij de grens met Zuid-Soedan, daalden niettemin bommen uit Antonov-vliegtuigen neer op weerloze bewoners. Politieke tegenstanders en demonstrerende burgers werden voorts tegemoetgetreden met geweld en onderdrukking.

Onder druk van vooral de VS en na een uitputtende oorlog besloot Bashir wel toe te geven aan onafhankelijkheid van de zwarte, christelijk-animistische regio Zuid-Soedan. Door die onafhankelijkheid, in 2011, verloor Soedan wel het merendeel van zijn olievelden en daarmee een belangrijke bron van inkomsten voor Bashirs bewind. Economische ontberingen vormden een factor in de recente volksopstand.

Bashir ging de laatste jaren opportunistisch met de pet rond, hij zocht steun in de Arabische wereld, onder meer door zijn Janjaweed-milities uit Darfur tegen betaling in te zetten in de oorlog in Jemen, aan de zijde van de coalitie geleid door Saoedi-Arabië. Van de EU kwam geld in ruil voor het tegenhouden van Afrikaanse migranten, een klus waarbij ook de voormalige Janjaweed werden ingezet.

De aanpak van steeds wisselende allianties, van verdeel-en-heers en van repressie werkte lange tijd voor Omar al-Bashir maar bracht hem uiteindelijk op een doodlopende weg. Naar een situatie van economische neergang en een zich steeds verder versmallende machtsbasis, die uiteindelijk is geïmplodeerd.

Dit schreven we eerder over de volksopstand in Soedan

De Soedanese president Omar al-Bashir is donderdag 11 april 2019 na een militaire coup afgetreden, melden regeringsbronnen. Volgens ooggetuigen zijn militairen het hoofdkwartier van de presidentspartij binnengevallen. Waar Bashir verblijft en hoe de legertop hem heeft afgezet, is nog onduidelijk. Er zou overleg gaande zijn in Khartoem over de vorming van een overgangsregering. 

De jeugd van Soedan zucht onder het islamitische regime. Vrijheden zijn beperkt. De geheime dienst zit overal. Jongeren zoeken een toekomst. Een opvallende gids daarbij is zanger Mo Ali, de Bob Marley van Soedan én cultheld in Nederland.

Omar al-Bashir spreekt Zuid-Soedanese demonstranten toe in Khartoem, 2009. Beeld Reuters
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.