Prentenboek Appingedam

God is niet altijd voor Appingedam geweest.Tegen de stad Groningen viel niet op te boksen. Maar in het historisch erfgoed is het aparte karakter van Appingedam nog steeds gemakkelijk te herkennen....

Het huis Ebenhaëzer midden in de Solwerderstraat, die net als de Dijkstraat is aangelegd op de verhoogde dijk langs de oude Delf, werpt een voor Appingedam interessante vraag op. 'Als God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?', staat op de voorgevel van het renaissancepand, dat na aanwijzing van het Middeleeuwse centrum als beschermd stadsgezicht in 1972 als een van de eerste historische woonhuizen in oude luister werd hersteld.

Interessant: indien niets of niemand tegen Appingedam zou zijn geweest, was het stadje nu wellicht het belangrijkste centrum van het noorden in plaats van de stad Groningen. Appingedam kreeg al stadsrechten in 1327, lag gunstig op een kruispunt van water- en landwegen en was in het bezit van een zeehaven. In de Middeleeuwen groeide de hoofdplaats van Fivelingo dankzij de Noord- en Oostzeehandel uit tot een handelsstad, overslaghaven en marktcentrum van internationale betekenis.

Een stad waar recht werd gesproken door de bezitters van de tachtig 'edele heerden', waar het marktrecht een van de vrijheden was van de stad en waar de opbrengst van de stadswaag als de belangrijkste bron van inkomsten gold. Geen wonder dat Groningen in Appingedam een grote concurrent zag. In een regio waar vooral boter, kaas, spek, vette beesten en andere vette waren, goederen uit den vreemde en later ook bier werden verhandeld, verwierf de stad Groningen vanaf 1482 langzaam maar zeker de hegemonie. In dat jaar sloot Groningen het 'Grote Verbond' met de Ommelanden, waardoor de huidige provinciehoofdstad het stapelrecht kreeg. Dit marktmonopolie degradeerde Appingedam tot een marktcentrum van een beperkte regio. De handelspositie van het stadje was al aangetast door de aanleg aan het begin van de veertiende eeuw van de sluizen (zijlen) in de Delf bij de monding van de Eems. Daardoor verplaatste de buitenlandse handel zich geleidelijk naar Delfzijl.

Vooral dankzij de aanleg van een trekweg langs het Damsterdiep omstreeks 1650, beleefde Appingedam een nieuwe economische bloeiperiode in de zeventiende en achttiende eeuw, die zich vertaalde in de architectuur van de stad. Net als Ebenhaëzer is het oude raadhuis uit 1630 nog een fraai voorbeeld van de toen gangbare renaissancestijl. Veel koopmanshuizen in de Solwerderstraat kregen een modieuze voorgevel.

Wie van de oorspronkelijke architectuur iets terug wil zien moet doen als Sammy, omhoog kijken. En rondneuzen in de kleine steegjes, de 'opslagjes', die naar het water lopen. Want daar staat geen oude muur meer recht. Een lunchroom of een modern ogend woonhuis kan een Middeleeuwse zijmuur hebben met kloostermoppen. Zoals de stins op nummer 47, naast de katholieke kerk in de Solwerderstraat.

Auke Hoft schat dat de voorgevel van dit historische pand dateert uit ongeveer 1760, terwijl de zijmuur alle sporen draagt van dertiende eeuwse bouw. 'Veel koopmanshuizen zijn helaas afgebroken', aldus Hoft. 'Er is veel kaalslag. Maar soms wordt die op een positieve manier gebruikt, om de sfeer van de Middeleeuwse marktpleintjes terug te brengen.' Een voorbeeld daarvan is het pleintje tussen Solwerderstraat 20 en 22, dat herinneringen oproept aan de oude vismarkt in dezelfde straat.

Oud-geschiedenisdocent Hoft is Appingedam-kenner bij uitstek. Hij schreef Vissen rond de Floem, een boek dat wordt beschouwd als het standaardwerk over Appingedam. Daarin komt hij als eerste met de theorie dat Appingedam niet is ontstaan uit een wierde langs het Damsterdiep ten noordwesten van het centrum, maar uit een dam ten zuiden van het Damsterdiep in het stroompje de Appe. De Wijkstraat, waaraan het oude raadhuis ligt, is aangelegd op die oorspronkelijke dam.

Hoft is vooral onder de indruk van het aparte karakter van Appingedam, dat volgens hem op geen enkele manier is te vergelijken met de Friese of Hollandse steden, laat staan met die in het zuiden. 'Appingedam heeft een vrij streng patroon van drie hoofdstraten. De Dijk- en Solwerderstraat worden verbonden door vier bruggetjes en tussen de huizen zijn steeds gangetjes naar het water aangelegd.

Een tweede bijzonderheid van Appingedam is dat de versieringsvormen minder rijk zijn dan in de pronkzieke Friese steden. Zo is Vrouwe Justitia in de voorgevel van het aan de romaans-gotische Nicolaikerk vastgebouwde oude raadhuis niet eens geblinddoekt. Hoft: 'Ze zag hier wel eens wat door de vingers. De weegschaal hangt ook scheef. Het was hier niet altijd een kwestie van gelijke monniken, gelijke kappen.' Hij zegt het enigszins ironisch. De Latijnse spreuken in de voorgevel duiden ook op een strengere leer: 'Alleen God de eer; Eendracht maakt macht, tweedracht breekt kracht; Waar men recht niet eerbiedigt en handhaaft, waar geen eerlijkheid, vroomheid of trouw gevonden wordt, daar staat het bestuur op zwakke grond.'

Wat verder opvalt aan Appingedam is het knusse, het genoeglijke van zo'n klein monumentaal stadje. De historische beleving van het stratenpatroon met zijn natuurlijke bochten, zoals het Gouden Pand dat welhaast lijkt te bezwijken onder zijn historische rijkdom. En de vrijwel ongewijzigde Middeleeuwse stedenbouwkundige structuur met de opeengepakte huizen en doorkijkjes.

'Appingedam presenteert zijn historie als een soort prentenboek', aldus Hoft. 'Het oudste pand uit 1150 maakt deel uit van het Museum Stad Appingedam, de schatkamer van het rijke, stadse verleden. De welvarende periode van de korenhandelaren, die profiteerden van het feit dat Delfzijl rond 1760 de enig toegankelijke haven was van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, is nog duidelijk zichtbaar. En de stad heeft een aantal belangrijke gebouwen gekend, zoals het klooster, het gasthuis, de Munt en de Latijnse school.'

Liefst 65 rijksmonumenten, 17 gemeentelijke monumenten, 25 beschermde gronden, waaronder alle wierden, twee beschreven terreinen, een oude borgstee en landschapstuin telt dit schilderachtige stadje. Toen Appingedam werd aangewezen als beschermd stadsgezicht werden in een toelichting ook de beroemde 'hangende keukens' - zo geconstrueerd omdat de oorspronkelijke pakhuizen als woningen en winkels te weinig ruimte hadden - als bijzonder aangemerkt. Er resteren er nog drie en die zijn te bewonderen aan de zuidzijde van de Solwerderstraat, vanaf de Vlintenbrug.

Vreemd eigenlijk, dat in zo'n monumentaal stadje een vrij moderne bezienswaardigheid de grootste aantrekkingskracht op toeristen uitoefent en hét 'beeldmerk' is geworden van Appingedam. Wat een aantal ondernemers in het stadje betreft worden dat straks de onderaardse, Middeleeuwse gangen, die volgens orale traditie vanaf de noordzijde van de Nicolaikerk in verschillende richtingen lopen. Maar het bewijs voor dit fenomeen ontbreekt nog steeds en bovendien gelooft de provinciaal archeoloog er niet in. Maar dat zal alles te maken hebben met het feit dat de concurrentie tussen Appingedam en Groningen van alle tijden is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden