Premier Aznar kan de beerput niet langer dichthouden

Ignacio Velazquez lust wel wat. De vorige maand afgezette burgemeester van de Spaanse stad Melilla houdt zo van eten dat hij over de laatste twee jaar van zijn bewind voor anderhalf miljoen gulden aan maaltijden declareerde....

CEES ZOON

Van onze correspondent

Cees Zoon

MADRID

Bij zijn gedwongen vertrek bleek Velazquez vrijwel de hele inventaris van het gemeentehuis te hebben meegenomen. En deze week meldde zich de elektriciteitsmaatschappij met de mededeling dat de gemeente een openstaande rekening heeft van meer dan vier miljoen gulden. Een bedrag dat wel op de begroting stond, maar nooit is betaald. Ignacio Velazquez is lid van de Partido Popular van premier Aznar.

Francisco Tomey is senator en de hoogste bestuurlijke autoriteit in de provincie Guadalajara. Hij wordt gerechtelijk vervolgd wegens het op de begroting opvoeren van 50 miljoen gulden aan 'fictieve betalingen en niet bestaande kredieten'. Volgens Tomey is er geen sprake van frauduleuze handelingen, maar moet de kwestie worden opgevat als een vorm van creatief boekhouden. Tomey is lid van de Partido Popular.

Luis Fernando Cartagena was minister van Publieke Werken in de deelstaat Valencia. Vorige week trad hij af omdat justitie hem beschuldigt van belastingsontduiking. Hij zou het bezit van kredietbrieven ter waarde van twee miljoen gulden jarenlang voor de fiscus verborgen hebben gehouden. Ook Cartagena is een prominent lid van de Partido Popular.

De Spaanse pers vaart wel bij de onophoudelijke reeks corruptieschandalen. Er gaat vrijwel geen dag voorbij of een nieuw geval wordt onthuld van een overheidsdienaar die niet zuiver op de graat blijkt te zijn. Alle namen van figuren voor wie justitie plotseling grote belangstelling heeft, hebben een gemeenschappelijk kenmerk: alle behoren toe aan gekozen vertegenwoordigers van de PP.

Nu is Spanje wel iets gewend op het gebied van corruptie. Het dertienjarige bewind van de socialisten groeide langzaam maar zeker uit tot een nauwelijks bij te houden reeks corruptiegevallen, gesymboliseerd door Luis Roldan die als hoofd van de Guardia Civil vele tientallen miljoenen bij elkaar wist te stelen.

Een nieuwe moraal en onverschrokken strijd tegen de corruptie vormden een van de bouwstenen van de verkiezingswinst van José María Aznar twee jaar geleden. Het zou afgelopen zijn met het zakkenvullersgedrag van politici. De PP zou schoon schip maken en laten zien dat je ook op eerlijke wijze kunt besturen.

Van die belofte is weinig terechtgekomen. Vorig jaar raakte een aantal partijprominenten al in moeilijkheden. Doorgaans betrof dat illegale schenkingen aan de partijkas in ruil voor politieke diensten of bouwopdrachten. Aznar deed die affaires af als 'kwestietjes' waar hij geen woorden aan vuil wilde maken.

De laatste maanden lijkt de beerput echter niet langer door een voet van de premier dichtgehouden te kunnen worden. Veelal gaat het om lokale of provinciale autoriteiten die een bijzonder soepele opvatting hebben over het omgaan met overheidsgelden.

Maar ook de grote jongens blijven niet langer buiten spel: komende week spreekt de Senaat zich uit over verzoeken van rechters tot opheffen van de onschendbaarheid van maar liefst vijf PP-senatoren, zodat zij zich kunnen komen verantwoorden.

De socialistische partij is uiteraard in haar nopjes met de aanhoudende golf onthullingen. De partij heeft zelfs voor intern gebruikt een lijst opgesteld van '163 kwestietjes', gevallen waarin PP-bestuurders worden beschuldigd van corruptie en nepotisme. Die loopt van senatoren die zich laten omkopen tot burgemeesters die de sieraden voor hun vrouwen op overheidskosten aanschaffen.

Nepotisme blijkt nog altijd onuitroeibaar. José Luis Baltar, voorzitter van het bestuur van de provincie Ourense, heeft zijn twee schoondochters, de drie kinderen van zijn secretaris, neven en nichten van PP-leiders en dertig raadsleden van de PP in Ourense een baan bij de provinciale overheid bezorgd. In totaal meer dan zestig mensen. Maar hij is geliefd; een dankbare ex-burgemeester in het dorp Os Blancos liet een borstbeeld van Baltar op het centrale plein neerzetten.

Sommigen laten een dergelijk eerbetoon niet aan anderen over. Zoals Isaac Prado Villapol, burgemeester van het Galicische oord O Vicedo, die hoogstpersoonlijk besloot een straat naar zichzelf te vernoemen. Villapol houdt van luxe auto's, hij heeft er drie, die op kosten van de gemeente worden onderhouden en met benzine gevuld. Hij liet voor 1400 gulden een hondenhok bouwen en stuurde de rekening naar het stadhuis.

De burgemeester is onbezoldigd, maar presentiegelden en kilometervergoedingen vergulden die pil. Tussen 1993 en 1995 bijvoorbeeld streek hij negen ton op. Villapol blijkt zeer creatief te kunnen declareren. Teneinde zijn presentiegelden wat op te hogen wist hij zelfs maanden van 34 dagen in te voeren.

De leiding van de Partido Popular begint langzaam onrustig te worden over de corruptie in eigen gelederen. Voorlopig houdt ze het er, zoals gebruikelijk, op dat de schandalen deel uitmaken van de offensief van de oppositie die 'de ventilator hanteert' om Aznar in diskrediet te brengen. De PP staat in voor de integriteit van haar leiders, maar durft 'haar hand niet in het vuur te steken voor al haar 570 duizend partijleden'.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden