Preken in deeltijd

Hanna van Dorssen (41) is parttime dominee in Durgerdam. Gemeenschapszin kweken ziet ze als haar belangrijkste taak. 'Je kunt gemakkelijk een vreemde, zwevende solist worden.'..

Een langgerekt pelotonnetje toeristen op gele huurfietsen kringelt over de voormalige Zuiderzeedijk naar Volendam en Marken. Voor hen is Durgerdam het eerste dorp achter de Amsterdamse ringweg. Nu klinkt er klokgelui. De dominee, Hanna van Dorssen (41), is vanochtend om half negen opgestaan, heeft na het ontbijt de kippen van de op vakantie zijnde buurman gevoerd, haar preek en sleutelbos van tafel gepakt en is de 20 meter van haar huis naar de kerk gewandeld.

In de strijd om het voortbestaan heeft de gemeente de pastorie boven aan de dijk van de hand moeten doen, vandaar dat de woning van de predikant is ondergebracht in de diaconie, het gemeenschapshuis. Ze deelt de ruimte met de yogaclub, het zangkoor en haar eigen zondagsschooltje. En met haar vriend, Jeroen Zijlstra, die ondanks het winnen van de Annie M.G. Schmidt-prijs 2002 door de dorpelingen nog steeds de vrouw van de dominee wordt genoemd.

Volgende week kan Jeroen zomaar bij Hanna in de kerk trompet spelen; afgelopen weekend ging zij met hem mee naar Joe's Garage, een rockopera van Frank Zappa. Het gaat bij hen allebei over improviseren, zegt Hanna. 'Jeroen doet het met muziek, en ik improviseer rond een tekst. En bij ons allebei moet er iets groters uitkomen dan je eerst dacht.' Ze vindt trouwens dat je wél een beetje gek moet zijn om hier te wonen. Vanmorgen kwam ze al een vrijwilliger van de kinderkerk in de gang tegen terwijl ze zelf nog in haar pyjama liep.

De laatste zondagen van oktober tot en met maart worden de Korte Metten gevierd, van het Franse matin (middag), en begint de dienst om half elf in plaats van tien uur. 'De toon is licht en vrolijk, er wordt gezocht naar balans tussen eenvoud en diepgang', is te lezen in het ouderwets met behulp van schaar en lijmpot vervaardigde kerkblaadje. De laatste zondag van november is tevens de laatste dag van het kerkelijk jaar: dan worden alle lidmaten die de gemeente zijn ontvallen herdacht. Het zijn er vier, dit keer. Voor de adventtijd erna, die tot de kerst zal duren, heeft Hanna een Dorpsadventkalender in het leven geroepen, die begint en eindigt bij de kerk. Elke dag hangt er bij één Durgerdams gezin een nieuw plaatje achter het raam. Gemeenschapsvorming ziet ze als een van haar belangrijkste taken: als ze zich niet vergist, betekent religare zelfs verbindingen leggen.

Doorhalingen

De preek nog eens doorlezen hoeft ze niet meer: dat heeft ze gisteravond in bed gedaan. Hardop, intussen met pen de laatste verbeteringen aanbrengend. Wat dat betreft kwam het niet slecht uit dat Jeroens midlife Chrysler pas om drie uur 's nachts het pad opdraaide. Als altijd is haar tekst een ingenieus borduurwerk van doorhalingen en aantekeningen geworden; over driehonderd jaar kun je er een museumdirecteur de dag van zijn leven mee bezorgen. Verticale potloodstreepjes markeren de pauzes: één streepje = korte pauze laten vallen, twee streepjes = middellang, drie streepjes = lange stilte. In de kantlijn staat bij verschillende alinea's de tijdsduur geschreven, eventueel waar ze moet gaan staan, een enkel niet te vergeten gebaar.

Precies een uur zal de dienst in beslag nemen, zang inbegrepen. Na het welkomstwoord, de mededelingen en het inzingen, begint ze met het aansteken van een grote kaars, de paaskaars, als teken van Gods licht en warmte om ons heen. De vlam brandt geel en stil wanneer de eerste maten van het lied van de Schotse Iona community weerklinken: 'Neem de plaats, de ruimte en de tijd / ieder hier incluis. / Maak de plek waar wij nu zijn / tot uw eigen thuis.' De zon speelt in de kruinen van de kastanjes. De organist rommelt nog wat in het dashboard. Dan zet de gemeente aarzelend in.

Bijbelse beesten

Uiteindelijk zal Hugo (zo heet de organist) de leden vierstemmig aan het zingen weten te krijgen, waarvoor hem na afloop bij de koffie alom lof wordt toegezwaaid. Hanna's dienst ging over de gelijkenis van de verloren zoon, die alles verliest en varkenshoeder wordt. De vertelling van de gelijkenis werd afgewisseld met de coupletten van 'Een vader had twee zonen' (1. 'Een vader had twee zonen, twee zonen frank en vrij, / die bij hem bleven wonen. Wat was de vader blij.'), de gebeden met de psalm 'Alle ogen wachten op U.'

In de Korte Metten worden bijbelteksten vanuit een bijzondere invalshoek belicht, en dit seizoen is dat die van de bijbelse beesten. Het dier dat het verhaal vertelde was het varken: 'Hij aaide even over mijn kop. 'Bij ons ben je veilig, zwijn. Je zult een vredige oude dag hebben. Wij eten geen varkensvlees hier.' Dat wist ik al, maar het was toch aardig van hem om dat te zeggen.'

Het ijle van de door de hoge boogramen omlijste blauwe lucht, de zang, het volkomen ontbreken van enige vorm van haast of druk (van tijd, bijna), en aan de andere kant de warmte van de woorden, het idee dat de mensen hier al eeuwenlang samenkomen - je hoeft niet gelovig te zijn om de bijeenkomst ontroerend en troostrijk vinden. Mevrouw Westerneng-Jongh Visscher (83) steekt voor ze terug naar huis loopt de dominee altijd even een hart onder de riem: 'Mooi gesproken'. Op haar vijftiende is ze in Durgerdam komen wonen, en tussen toen en nu heeft ze maar weinig diensten gemist. Nee, Hanna heeft ze nog nooit slecht horen spreken, laat ze weten. 'Ze ziet het ook in het licht van deze tijd. Vroeger werd er nog weleens zware verdoemenis gepreekt. Daar geloof ik niet in.' Wat betekent de kerk voor haar? 'Als je het moeilijk hebt, is het een hele troost om met anderen te zijn. Je voelt je door warmte omringd.' Mevrouw Westerneng glimlacht. 'Je kunt het thuis ook vinden, hoor. Maar ik ben eraan gehecht. En ik hou van zingen.'

Is dat wat een dominee doet: eenzaamheid opheffen? 'Uhm...' Hanna twijfelt. 'Misschien. Maar ik zou liever zeggen: hoop bieden. Perspectief.' Dat geldt ook buiten het kerkgebouw. Aan huis-, tuin- en keukenbezoeken doet ze niet, maar op crisismomenten moet ze er zijn. 'Dan weet je: nu moet de dominee komen. Dan moet je niet zeuren. Dan sta je er niet namens jezelf - want in veel gevallen zou je een potje gaan janken - maar probeer je de woorden te zeggen waar iedereen wat aan heeft. Ik ben blij dat dat tot nu toe altijd gelukt is, ja.'

Voorspraak

Hoewel - of misschien zelfs doordat - Hanna's vader ook dominee was, blijkt ze eigenlijk helemaal geen plannen in die richting te hebben gehad. Ze is theologie gaan studeren omdat ze dan filosofie, psychologie, geschiedenis en talen zou krijgen, vakken waarvoor ze zich allemaal interesseerde. 'Dat ik toch dominee werd, kwam voort uit de liefde voor het vertalen. Ik heb dat op de universiteit ontzettend veel moeten doen. Uit het Hebreeuws om het Oude Testament in de grondtaal te kunnen lezen, het evangelie van Markus bijvoorbeeld uit het Grieks. Dit vak bood me de kans om daarmee op een heel bijzondere, intensieve manier bezig te zijn. Niet alleen vertaal je letterlijk wat er in de bijbel staat, maar ook probeer je de betekenis van die oude teksten te vertalen voor mensen van nu, een verbinding te leggen tussen tekst en mens, ze allebei tot hun recht te laten komen.' Na haar studie aan de Universiteit van Amsterdam volgde ze een aanvullende opleiding van twee jaar bij de kerk, en kreeg ze op voorspraak van de vorige predikant deze baan.

Gemiddeld doet ze twee dagen over het voorbereiden van haar dienst. De eerste tijd om zich de te behandelen bijbeltekst eigen te maken ('ermee in gesprek te raken'), die erna 'om op een stoel te gaan zitten en pas op te staan als je klaar bent.' Ze kan het proces lastig versnellen, zegt ze. Hanna vertelt ook dat alle dominees een landelijk leesrooster hebben waaraan ze zich kunnen vasthouden. Wat ze over een bijbeltekst zal zeggen, begint bij haarzelf. Ze put uit wat ze hoort om zich heen, of uit eigen ervaringen. 'Het grappige is: het gaat altijd over grote dingen als liefde en hoop en geloof, maar in het algemeen zou ik daar niet eens iets over kunnen zeggen. Ik kan niet anders dan mijn verhaal vanuit het bijzondere en specifeke vertellen. En de grote thema's komen er op een of andere manier toch altijd weer in terug.'

Bomvol

Hanna's kerkje ligt net naast het diaconiegebouw beneden de dijk, tussen De Oude Taveerne (café) en de Durgerdammer Racing Club (voetbal). Vijftien jaar geleden is het sober maar smaakvol gerestaureerd - de fotograaf is nog even bang dat het hier te idyllisch is, met ook het Waterland rondom. Rechts voorbij de kerkdeur hangt de Naamlijst der Hervormde Predikanten van de gemeente, beginnend met Petrus Wijnstok (1648-1669) en, hoewel ze nooit officieel in het ambt van predikant is beroepen, als laatste Hanna van Dorssen (1992- ). Daarnaast herinnert een plaquette aan het verhaal dat het vissersplaatsje anderhalve eeuw geleden even heel bekend maakte: 'Ter nagedachtenis aan drie Durgerdammer vissers, Klaas Klaassen Bording en zijn zonen, die 14 dagen van angst en ontbering hebben doorgebracht op een drijvende ijsschots op de voormalige Zuiderzee. Na hun redding te Vollenhove zijn de vader en zijn zoon Klaas aldaar gestorven en begraven. 14 januari 1849 - 27 januari.' Psalmen zingend dreven de mannen over zee. En nog steeds is er een Bording (Alie) die de koffie voor en na de dienst inschenkt en wandelen Edel (8) en Eva Sterre Bording (11) naar de kinderkerk, net als hun vader Hans dat vroeger deed, en hun opa, en die van hem. 'Dat wij niet de eersten en enigen zijn die hier elke zondag samenkomen, maakt een plek als deze bijzonder', vindt Hanna. 'Dat is een reden waarom je er geen tapijtwinkel van wilt maken. Het is ook tegendraads om het open te houden. Je zegt hier dingen die je niet niet altijd tegen elkaar zegt. Daar is lef voor nodig. En doorzettingsvermogen.'

Gevist wordt er vanuit het dorp al jaren niet meer, veel inwoners hebben plaatsgemaakt voor gefortuneerdere stadsbewoners, en achter het Buiten-IJ, waar ooit het dramatische avontuur van de Bordings begon, verrijst op nieuw, opgespoten land de wijk IJburg. Daarbij dateert de laatste echt strenge winter alweer van 1979 - een tijd waarin ook de kerk nog elke zondag vol zat. Tegenwoordig varieert de opkomst van tien tot vijftig man, uitzonderingen als kerst daargelaten, want dan is het met rond de honderd belangstellenden bomvol.

Toen Hanna om half elf de dienst begon, waren er zestien mensen in de banken aangeschoven - er zou zich nog één laatkomer melden - maar koppen tellen doet ze nooit, en als iemand anders zich eraan bezondigt, zegt ze er wat van. De bekommernissen, over de teruglopende opkomst, het onderhoud, het aantal vrijwilligers en waar een dominee zich al niet zorgen om kan maken, dat is allemaal voor door de week. Op zondag daarentegen wordt het geloof gevierd en beleefd, dus ook door haarzelf, daar is ze resoluut in: 'De zondagmorgen heb ik nodig om de dingen te relativeren. Als je angstig wordt, schiet je zomaar in de verkeerde vibe. En uiteindelijk gaat het echt niet om aantallen.' Ook aan de vissers op de ijsschots heeft ze wel eens een dienst gewijd. Verschillende keren waren die zo dicht bij de kust geweest dat ze de kerkklokken konden horen luiden.

Import-bewoners

Als eerste daad na haar aantreden heeft ze de Hervormde Kerk omgedoopt in Dorpskerk, een plek waar alle gezindten welkom zijn. De klok wordt er geluid door de kinderen, om de beurt per twee, waarna de gelukkigen van de week zich weer snel melden bij de vrijwillige meesters en juffen van het zondagsschooltje. De samenstelling van de klasjes biedt een wel heel oud-Hollandse aanblik: twee groepjes van elk tien blonde jongetjes en meisjes, gecompleteerd door één oosters meisje.

De import-dorpswoners hebben volgens Hanna een positief effect gehad op de vergrijzing. De kinderkerk is hier een beetje wat Achterwerk in de kast voor de rest van Nederland is; de kinderen verheugen zich er al op als ze wakker worden, zeggen ze zelf. Vanochtend worden onder leiding van juf Joke en meester Ben de eerste voorbereidingen getroffen voor de kerst. Het thema is 'volhouden'. Wat gaan wij doen als we gaan oefenen voor het kerstspel?, vraagt Ben. 'Volhouden.' 'Volhouden als engel!' 'Heel goed. En wie maakt de muziek?' (Ben weer) 'Meneer Hugo!' 'Meneer Hugo!' Edel: 'En hij krijgt er geen geld voor!'

Want geld is wel een terugkerend gespreksonderwerp in de vele commissies en commissietjes waarin Hanna zitting heeft. Het touw van de klok bleek te hangen in een door een gordijn discreet aan het gezicht van de kerkgangers onttrokken kantoortje op het voormalige orgelbalkon, dat op werkdagen wordt verhuurd aan onder andere de voetbalbond. Voor het oude orgel is beneden een kleiner exemplaar in de plaats gekomen. En 's zomers, als de kerk dicht is, is die benedenruimte in gebruik als galerie.

Het zijn dit soort creatieve kunstgrepen waardoor de kleine gemeente (ongeveer veertig lidmaten) er vooralsnog in slaagt het hoofd boven water te houden, en uiteraard dankzij het werk van vrijwilligers als Ben en Joke en Hugo. Toch is de dreiging van een faillissement reëel: in de buurdorpen Schellingwoude en Ransdorp zijn de kerken al verkocht, aan Stadsherstel. 'Subsidie krijg je niet als kerkgemeente', legt Hanna uit. 'Elke kerk is volledig selfsupporting.' Ook haar salaris moet door de leden van haar gemeente worden opgebracht. Het heeft ertoe geleid dat de dominee van Durgerdam nog maar één dag per week officieel in dienst is, en eens per maand zelf preekt. De andere diensten worden door 'gastdominees' opgevuld. In dat geval zit Hanna gewoon tussen de kerkgangers.

De andere vier dagen van haar werkweek was ze tot voor kort in dienst bij een educatieve uitgever, maar in het blaadje van de kerk laat ze weten dat ze per 1 november voor 36 uur per week aan een nieuwe baan is begonnen, bij het landelijk Dienstencentrum van de Protestante Kerk in Utrecht. Ze doet er eigenlijk in het groot wat ze in Durgerdam in het klein doet. Het vult elkaar heel goed aan, zegt ze.

Toch, hoewel dat haar bijbaan is, voelt ze zich dominee. Hanna: 'Het is wel een way of life, of zo.' Een tentenmakersmodel noemt ze de constructie, naar het verhaal van Paulus, die ook een beroep had, tentenmaker, en daarnaast predikant was. Die Paulus had het nog niet zo suf bekeken, volgens haar. 'Zo blijf je fris. Ik had al lang ergens fulltime dominee kunnen worden, maar heb dat bewust niet gedaan. Het domineeschap is namelijk het soort werk waar je niet mee stopt. Voor je het weet ben je zes dagen in de weer, als het er geen zeven zijn.' Bedachtzaam: 'En je kunt gemakkelijk een vreemde, zwevende solist worden.'

Wat dat betreft weet ze waarover ze praat, want niet alleen haar vader was dominee ('Niet dat hij zo'n vreemde man was, maar toch'), ze heeft er velen meegemaakt in de loop der jaren. Hanna: 'Zoals ik het nu doe, werk ik het grootste deel van de tijd met collega's op een gelijkwaardige basis. Als dominee daarentegen ben je de enige professional tussen vrijwilligers. Wat dat betreft is het een heel eenzaam beroep.' En, nadat ze de laatste kerkganger heeft uitgelaten en de deur afgesloten: 'Ook op een andere manier is het weleens eenzaam. Want zij vormen de gemeenschap en jij komt er een tijdje bij.'

Regisseren

Dat ze veel meer en langer met haar werk voor de dorpskerk bezig is dan die ene dag dat ze ervoor betaald wordt, neemt ze niettemin graag voor lief. Een van de mooiste dingen van haar werk vindt ze dat het haar verbindt met mensen die ze niet zelf gekozen zou hebben. In het spoor van haar vader, die het leeuwendeel van zijn loopbaan op Wieringen doorbracht, is Hanna voorlopig trouw aan haar standplaats. 'Door ergens te blijven, ontdek je juist van alles. Veel blijkt anders te zijn dan je dacht.'

De toekomst ziet ze vol vertrouwen tegemoet. 'Dit jaar moeten we gebruiken om iets op poten te zetten waarmee we verder kunnen. En als je maar begint, gebeurt er van alles. Dan blijken mensen opeens wel over een drempel te stappen. Maar je bent nooit klaar, nee. Ook met zo'n klein kerkje is er gigantisch veel te regelen. Je bent voortdurend aan het regisseren. Wat me het meest zorgen baart? Of we erin zullen slagen een goede ploeg vrijwilligers te vinden die de boel bestuurt. Maar zorgelijk ben ik niet. Ik zie het absoluut niet somber in. Je doet wat je kunt, en ik ben er gewoon. Alleen moet je af en toe zeggen wat - geloof ik - Johannes Paulus XXIII tegen Onze Lieve Heer, zei: 'Ik ga nu lekker slapen. Want het is Uw kerk. Welterusten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden