Preek of propaganda

Nederland is in oorlog met extremistische moslims. Dat stelt justitie in de zaak tegen twaalf moslims die vandaag begint in Rotterdam....

'De meeste Algerijnen die hierheen komen zijn zich aanvankelijk niet bewust van de islam. Maar eenmaal in Nederland raken ze geïndoctrineerd door de opruiende taal van de imams. Die hebben grote invloed op jongeren. Ze brengen het kwaad in je hoofd.'

Met zijn verklaring raakt Taher Boualem B., een van de verdachten in het jihad-proces, de kern van de zaak die vandaag aan de Rotterdamse rechtbank wordt gepresenteerd. Wanneer slaat preken om in aanzetten tot de gewapende jihad? En is dat strafbaar? Zijn er grenzen aan de vrijheid van godsdienst?

Het Openbaar Ministerie vindt van wel. Officier van justitie Jo Valente beschuldigt de twaalf verdachte moslims van 'het opzettelijk hulp verlenen aan de vijand in tijden van oorlog', een delict waar levenslange gevangenisstraf op staat.

Valente probeert de rechtbank te overtuigen met een negenduizend pagina's tellend dossier over de radicale islam in Nederland. Daarin wordt een niet bepaald geruststellend beeld geschetst van orthodoxe moslims en van hét centrum waar zij elkaar treffen: de Eindhovense Al-Fourqaan-moskee. Evengoed laat het dossier vele vragen onbeantwoord. Wat speelt zich precies af in deze moskee? Hoe radicaal zijn de imams die hier preken? Hoeveel volgelingen hebben zij? En als het allemaal zo verderfelijk is, waarom wordt de leiding van de moskee en de daaraan gelieerde stichting Al-Waqf dan niet vervolgd?

Het Openbaar Ministerie wil voor de zitting niet op de zaak ingaan. Maar sommige vragen houden ook verdachte Boualem B. bezig: 'U heeft mij aangehouden, maar u moet bij de imams van Al-Fourqaan zijn', verklaarde hij tijdens een van zijn vele verhoren. 'Zij bepalen wat moet. De imams in de moskee kunnen dingen zeggen waarvan je in de war raakt. Het lijkt de waarheid. Je wordt geïndoctrineerd.'

Wat voor een man is Taher Boualem B.? Een radicale moslim, die betrokken is bij de gewapende jihad? Of een economische vluchteling, die met een handeltje in valse paspoorten in zijn onderhoud voorzag? En zijn klanten, die over de jihad spraken? Moeten we die serieus nemen of waren het stoere praatjes?

Justitie doet er in het dossier alles aan om te bewijzen dat Boualem B. en zijn medeverdachten strijders ronselden voor de heilige oorlog. De Al-Fourqaan-moskee en de imams die daar preken zouden het fundament hebben gelegd voor de radicalisering van groepen moslims in Nederland.

Om die stelling te onderbouwen zijn grote hoeveelheden in beslag genomen materiaal over de islam uit het Arabisch vertaald en geanalyseerd. Uit deze documenten citeert het dossier enkele geschriften en preken met een radicale toonzetting. Zo zegt Sjeik Abu Abdurrah Mokbil Bin Hadi al Wadi het volgende als Nederlandse studenten van de Al-Fourqaan vragen hoe je moet omgaan met niet-islamieten: 'Als je vriendschap met deze mensen aangaat omwille van de aardse middelen, dan wordt u verzocht deze omgang te staken. Als je vriendschap met deze mensen aangaat uit geloofsnalatigheid, dan ben je in overtreding ten opzichte van uw geloof.'

Ook werken bij de overheid stelt deze Jemenitische imam niet op prijs: 'God zegt: neem mij en jullie vijanden niet als medestanders. Het mag dus niet. Wij raden aan om in de handel te gaan werken. Het beoogde doel van de vijanden van god is de moslims van hun geloof te verwijderen.'

De oprichters van de Al-Fourqaan-moskee, een groep gelovigen uit Saudi-Arabië (onder wie de vader van AEL-leider Mohammed Cheppih), zijn aanhangers van het salafisme. Volgens justitie is dit een radicale islamitische stroming, met extreme opvattingen over koraninterpretatie en wetgeving. Het salafisme streeft naar de invoering van de islamitische staat, het kalifaat, en de islamitische rechtsorde, de sharia. Met de aantekening dat Osama bin Laden tot de aanhangers van het salafisme behoort, kleurt het dossier het radicale karakter van deze moslims verder in.

Justitie onderbouwt haar stelling over het radicale karakter van de salafisten met een analyse van getuige-deskundige Walid Phares, een in Amerika woonachtige Libanese islamoloog met een christelijke achtergrond. Phares concludeert op basis van het in beslag genomen materiaal over het salafisme dat daarin wordt opgeroepen tot gewelddadigheden en (toekomstige) terreur.

Daarmee roept het Openbaar Ministerie het schrikbeeld op van een Taliban-regime in Nederland. Zijn de verdachten en de imams van de Al-Fourqaan daarop uit? De verdediging van de verdachten ontkent het met klem. De verdachten worden veel radicaler afgeschilderd dan ze zijn, stellen de advocaten. Zij beroepen zich daarbij onder meer op de bijzonder hoogleraar islam Ruud Peters, die is opgeroepen als getuige-deskundige. Peters, die eerder als getuige-deskundige betrokken was bij de zaak rond de Marokkaanse imam El Moumni, relativeert het radicale beeld dat justitie van het salafisme schetst.

Volgens Peters kent het salafisme verschillende stromingen, waaronder liberale. Dat salafisten een moslimstaat in Nederland zouden nastreven is volgens de Nederlandse islamoloog onjuist. Ook de stelling van de door justitie opgevoerde imam Hadi al Wadi dat het salafisme contacten met westerlingen verbiedt, wordt door Peters tegengesproken. Het zijn volgens hem interpretaties van splintergroeperingen waartoe ook Osama bin Laden behoort.

Peters' verklaring maakt er de zaak van officier van justitie Valente niet sterker op. Die zaak steunt immers op het beeld van de radicale islam als voedingsbodem voor een groep verdachten die gelovigen recruteert voor de jihad.

Het dossier inventariseert welke teksten over de jihad de verdachten lazen, welke bijeenkomsten ze bijwoonden, met wie ze contact hadden enzovoort. Maar het bezit van documenten betekent nog niet dat je de inhoud onderschrijft. En zelfs als hieruit de opvattingen van de verdachten over de jihad kunnen worden afgeleid, wil dat nog niet zeggen dat ze die in praktijk wilden brengen.

Het Openbaar Ministerie stelt dat die plannen er wél waren en heeft hiervoor opmerkelijke bewijzen gevonden. Het gaat om een aantal geschreven en op geluidsband opgenomen testamenten waarin verdachten afscheid nemen van hun familie en geliefden en aankondigen dat zij in naam van god de jihad gaan uitvoeren. Justitie ziet hierin het bewijs dat de verdachten zich opmaakten voor de gewapende strijd.

Alleen al dat voornemen is volgens het Openbaar Ministerie strafbaar. Justitie voegt eraan toe dat één verdachte daadwerkelijk op reis is gegaan om zijn missie uit te voeren: Dadi M., een jonge Algerijn die geregeld in de Al-Fourqaan-moskee werd gesignaleerd. Volgens het dossier is Dadi in Iran geweest. Afgeluisterde telefoongesprekken zouden erop duiden dat hij op doorreis was naar Afghanistan. Zeker is dat hij daar nooit is aangekomen.

Wilde Dadi M. martelaar worden in de heilige oorlog? Boualem, die Dadi M. meermalen heeft ontmoet, verklaart dat hij aanwezig was bij de opname van een aantal testamenten. 'Ik ken deze jongen', verklaart Boualem na het beluisteren van een van de bandopnamen. 'Hij is ook een slachtoffer. Hij is ongeveer 20 jaar en kwam ook in Al-Fourqaan. Hij is een gelovige man.' Boualem identificeert de tweede stem op het bandje als zijn voormalige huisgenoot Rodoin D. 'Hij deed dit soort dingen. (. . .) Rodoin bracht het als een grap. Maar misschien ligt het aan mij en heb ik het niet goed begrepen. De anderen lieten graag horen wat zij van de jihad vonden. Rodoin is af en toe moeilijk te begrijpen. Hij bracht het op een speelse manier, zodat mensen makkelijker tot deze gedachten werden gebracht.'

Een truc dus, deze testamenten? Of, zoals een andere verdachte verklaarde, 'een manier om mijn ouders bang te maken'? Ook hier zal enige overredingskracht van officier Valente nodig zijn om de rechtbank te overtuigen.

En als dat al zou lukken, dan nog heeft het Openbaar Ministerie de zaak niet rond. Het in praktijk brengen van de gewapende jihad is in Nederland namelijk niet verboden. De Nederlandse wet kent geen algemeen terrorisme-artikel waarmee dergelijke activiteiten kunnen worden vervolgd. Officier van justitie Valente zag zich daarom gedwongen de zaak via een omweg voor de rechter te brengen.

De verdachten wordt 'het opzettelijk hulp verlenen aan de vijand in tijden van oorlog' ten laste gelegd. Dat is strafbaar gesteld in het zelden gebruikte artikel 102. Die gecompliceerde constructie maakt het noodzakelijk aan te tonen of Nederland wel in oorlog is, of is geweest, en zo ja met wie.

Over die vraag is hoogleraar staatsrecht Roel de Lange gehoord. De Lange komt tot de conclusie dat áls Nederland al in oorlog is geweest, dat gedurende de korte strijd in 2001 is geweest, toen het Afghaanse Taliban-regime werd verdreven. Een tweede getuige-deskundige, hoogleraar volkenrecht Terry Gill, gaat een stap verder. Hij stelt dat Nederland alleen in oorlog kan zijn als er sprake is van actieve militaire betrokkenheid. In Afghanistan is dat pas sinds 1 oktober 2002 het geval, als Nederlandse F16's gaan deelnemen aan patrouilles in het Afghaanse luchtruim.

De missie van het Openbaar Ministerie om de verdachten veroordeeld te krijgen voor het ronselen van jihad-strijders lijkt op voorhand gedoemd te mislukken. De vraag is waarom justitie toch doorzet. Heeft de angst voor de radicale islam het gewonnen van het gezonde verstand?

Advocaat Victor Koppe stelde vorige week in de Volkskrant dat justitie een religieuze oorlog construeert tussen moslims en de Nederlandse bevolking. 'Dit is een dossier over een culturele en religieuze kloof. Door hier het strafrecht op los te laten gaan we terug in de tijd, en ver ook. Dit lijkt op het verbieden van het protestantisme tijdens de Spaanse inquisitie van vierhonderd jaar geleden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden