Precies wat we wilden voorkomen

Wat doe je als een naaste niet langer wil leven, maar artsen niet bereid zijn mee te denken over euthanasie? Een vader vertelt over de dood van zijn zoon.

Het verhaal van Cor Boonstra (82) begint met een telefoontje, een paar jaar geleden. Het is de politie. Ze hebben zijn dochter gebeld en haar verteld dat haar broer in een auto langs de snelweg van Breda is gevonden. Zonder benzine, in verwarde toestand.


'Mijn zoon Martin was naar Frankrijk gereden', zegt Boonstra. 'Hij kende er een hoge brug waar hij van af wilde springen. Maar hij kon het niet. Daarna heeft hij staan wachten op een vrachtwagen waar hij zich voor kon gooien. Maar ook dat kon hij niet. Hij is teruggereden naar Nederland tot de benzine op was.'


'Mijn dochter is meteen naar het politiebureau gereden. Daar kwam het hele verhaal eruit: hij zag het niet meer zitten.'


Het telefoontje van de politie komt niet onverwacht. Het is niet de eerste keer dat Boonstra en zijn vrouw te horen krijgen dat hun oudste zoon niet meer wil leven. In de loop van bijna dertig jaar heeft hij op flatgebouwen gestaan, bij spoorwegovergangen gepost. Ook heeft hij een keer zijn polsen doorgesneden in de badkuip.


Maar het verhaal van Cor Boonstra gaat niet over deze pogingen. Het gaat over het vastberaden besluit dat hij op een dag neemt, samen met zijn vrouw en hun twee andere kinderen: ze gaan hun zoon helpen bij zijn doodswens. Voor zover dat mogelijk is. Ongeacht de gevolgen die dat voor hen heeft.


Hij geeft een interview naar aanleiding van de rechtszaak tegen Albert Heringa, die komende week begint. Heringa hielp vijf jaar geleden zijn 99-jarige moeder, die klaar was met leven, bij haar wens te sterven. Hij haalde de medicijnen en liet zich filmen in een documentaire. Naar aanleiding van het proces heeft de NVVE een actie opgezet om hulp bij zelfdoding uit het strafrecht te halen.


Boonstra staat achter die actie. 'Het leven is niet van de overheid, het is een kwestie van zelfbeschikking. De familie kan onder bepaalde omstandigheden ook best bijspringen', vindt hij. 'Het is niet makkelijk. Maar het kan.'


Hun zoon Martin is een kwetsbare jongen uit een goed opgeleide, liefdevolle familie. Redelijk intelligent, initiatiefrijk, maar niet opgewassen tegen het leven. Zijn stemmingen wisselen sterk. In de loop van zijn leven wordt hij steeds labieler. Hij drinkt soms te veel, gebruikt te veel kalmerende middelen.


Dertig jaar lang gaat hij van de ene psychiatrische opname naar de andere. Steeds valt hij weer terug. 'Elke keer kwamen ze weer met een nieuwe behandeling aanzetten. Bij Martin had het geen enkel effect. Maar ze hadden geen idee hoe ze hem moesten behandelen.'


Het is, zegt Boonstra, de zwakte van de psychiatrie.


Stellig

Na die dag langs de snelweg wordt hun zoon weer opgenomen. Als hij daarna opnieuw een poging doet - hij probeert zichzelf op te hangen aan een gordijnrail - verandert er voorgoed iets in zijn vader.


'Martin zei: als ik maar 20 procent van het plezier in mijn leven kon krijgen van vroeger, dan zou ik het proberen - maar mijn leven is niets meer waard, het is uitzichtloos. Hij was zo stellig. Hij vond het genoeg.'


Op een middag zit Boonstra met zijn vrouw aan tafel. 'Ik zei: hij moet dit niet langer in zijn eentje doen. Ik vond het gruwelijk dat hij die pogingen iedere keer in grote eenzaamheid moest ondernemen. Dat hij geen afscheid van ons kon nemen. Ook voorzag ik dat het uiteindelijk op een mensonwaardige manier zou gaan.'


Zijn vrouw, die een sterke emotionele band heeft met haar zoon, stemt ermee in. 'Dit gaf ons een beter gevoel dan die onzekerheid dat het op ieder moment op zo'n wrede manier afgelopen kon zijn.'


Hij doet zijn zoon, die dan bijna 50 jaar oud is, een voorstel. 'Ik zei: Martin, we zijn beschikbaar voor je - we zullen je helpen met het verzamelen van de dingen die nodig zijn. Ik heb hem duidelijk gemaakt dat er dan twee paden waren. Het ene pad leidde tot waardige levensbeëindiging. Het andere pad was dat van de psychiatrie. Elk moment kon hij van het ene pad overstappen naar het andere.'


Martin stemt daar mee in. Met zijn vader spreekt hij af dat hij zich voorlopig laat behandelen, en tegelijkertijd medicijnen gaat verzamelen.


Bij ggz Rivierduinen, de psychiatrische instelling waar hij zit, vertelt Martin over het plan. 'Maar er viel daar niet te praten over levensbeëindiging. Ze zeiden dat ze voor het leven waren, en niet voor de dood. Eigenlijk lieten ze hem gewoon zijn gang gaan. Ze maakten hem alleen duidelijk dat hij niet op welke begeleiding dan ook hoefde te rekenen.


'Toen Martin naar Frankrijk was gereden om van de brug te springen, hadden ze hem daar niet eens gemist. Hij werd ook niet gedwongen opgenomen. Ze vonden dat hij zo goed wist waar hij mee bezig was, dat er geen reden was voor dwang. Wel zeiden ze tegen hem dat ze het onnatuurlijk vonden, dat zijn ouders meewerkten aan de levensbeëindiging van hun kind.'


In 2009 wordt Martin uitbehandeld verklaard door de psychiater. Dan is hij zo ver: hij kiest voor de weg die hij in overleg met zijn vader heeft uitgezet. Hij noemt ook een datum. Het wordt 9 oktober 2009.


Op internet bestellen ze medicijnen: grote hoeveelheden antidepressiva, slaapmiddelen en anti-braakmiddelen. Boonstra helpt hem en slaat de medicijnen in huis op, in overleg met stichting De Einder. 'Kijk, Martin kon de pc wel bedienen, maar om zo'n hele bestelling op te zetten - daar kwam hij niet uit. Hij raakte verstrikt in de procedures.'


Hij laat twee A4-tjes zien. Een draaiboek voor de dood van zijn zoon.


'Mijn dochter vroeg: moet je het wel allemaal opschrijven? Maar ik zei: dat moet, daarmee kunnen we ons zo nodig verantwoorden. Al liet ik er wel dingen uit waarmee we kwetsbaar werden voor justitie. We wisten niet precies waar de grens lag, maar ik schreef bijvoorbeeld niet op dat ik mijn pc beschikbaar had gesteld. Of dat mijn dochter hem een vijzel uitleende om alles fijn te malen.'


De hele familie neemt op 9 oktober afscheid in Martins huis. 'Toen werd het heel verdrietig. Dat had bijna niemand meer in de hand. Ik ook niet. Een kleinzoon zei: ja, maar oom Martin, er zijn toch nog wel pillen voor jou? Ja, zei Martin in tranen, maar ik heb nu al zo veel pillen gehad, ik heb alles geprobeerd - het kan niet anders. Toch was de sfeer rustig. Iedereen accepteerde het.'


Uiteindelijk blijven Martin, zijn vader, zijn broer en zus over. Plus een counsellor van De Einder.


Martin neemt zelf zijn medicijnen in. 'Dat deed hij bijna fanatiek. Het ging in een enorm tempo. Daar hoefde ik hem niet bij te helpen.' Al had ik dat wel gedaan, als dat had gemoeten, zegt hij zacht.


'Eerst viel hij niet in slaap. Dat gebeurde pas toen hij na anderhalf uur een extra middel innam. Hij bleef heel onrustig.'


Daarna, zegt Boonstra, is de lijdensweg begonnen.


Er gebeurt wat niemand heeft verwacht: na 31 uur wordt Martin weer wakker. Hij slaat zijn ogen op. 'We waren radeloos. Op een gegeven moment besloten we de huisartsenpost te bellen. We zeiden: hij ligt hier, we weten het ook niet meer. Wilt u komen om hem te sederen?'


De arts komt, gaat niet tot sedatie over, belt een ambulance en stuurt hem naar het ziekenhuis. 'In het ziekenhuis zeiden ze dat de medicijnen die waren gebruikt, ondeugdelijk waren. We hadden de dosering uit een boek, maar blijkbaar was die toch niet hoog genoeg.


Aanspreekbaar

'Mijn dochter knapte helemaal af. Ze zei: wat kunnen we nou nog helemaal? We waren helemaal de kluts kwijt. We wisten niet wat we moesten doen. En om eerlijk te zijn: vanaf dat moment hebben we het ook niet meer geweten.'


'De volgende dag was Martin voor het eerst weer aanspreekbaar. De arts vroeg: hoe voelt u zich? Slecht, zei Martin. Hoezo, vroeg de arts? Nou, zei Martin, ik wil dood. Oh, zei de arts, maar daar gaan wij niet over, straks gaat u naar de afdeling psychiatrie en daar kunt u het opnieuw aan de orde stellen.'


In het half jaar daarna gaat het niet goed. Een psychiater in het ziekenhuis stelt voor om alsnog de weg te verkennen voor euthanasie, maar de aanvraag loopt op niets uit. Na een tijd gaat hij terug naar ggz Rivierduinen, waar hij terecht komt op de afdeling langlopende behandeling. 'Martin noemde dit het afvoerputje. Hij zei letterlijk: mijn leven hier is een hel. Het zat vol met uitbehandelde mensen. Zombie-achtig. Mensen die gek reageerden of zich vreemd gedroegen.'


Die hel kan hij niet lang verdragen. Na ruim een half jaar loopt hij naar het spoor en gooit hij zich voor de trein. Martin Boonstra overlijdt in juni 2010, 50 jaar oud. Een onwaardige dood, zegt Boonstra. 'Precies wat we hadden willen voorkomen: eenzaam, gewelddadig en zonder afscheid.'


'We hebben nog geprobeerd om contact op te nemen met de machinist. Op een gegeven moment kregen we antwoord: hij wilde graag weten wat er nou gespeeld kon hebben. Ik heb hem een brief geschreven waarin ik alles heb uitgelegd.'


Zijn vrouw is vorig jaar overleden. Tot haar dood had ze grote moeite met het feit dat ze nooit afscheid van haar zoon heeft kunnen nemen: Martin kon door zijn gewelddadige dood niet opgebaard worden.


Nog altijd kan hij niet onbevangen kijken naar de foto-albums van zijn zoon. 'Dat komt omdat ik mijn kind ben blijven zien als dat jongetje op die foto's. Dat jochie dat daar op het strand speelde.'


'Zonder twijfel is deze afloop het meest tragische voor mijn zoon geweest. Hij had zich hier zo integer op voorbereid. Tot 9 oktober was de zaak goed geregeld. Daarna is hem en ons alles uit handen geslagen. De meeste mensen die ik hierover spreek, zeggen: ik had zo'n hulp en begeleiding niet op kunnen brengen. Maar voor ons was dit vanzelfsprekend. Het alternatief - een ondraaglijk leven - was veel erger voor hem en ons.'


hulp bij doodswens

De zoon van Cor Boonstra, Martin, wilde na een lange geschiedenis in de psychiatrie niet meer leven. Zijn ouders besloten hem te helpen bij zijn doodswens. Boonstra: 'Ik zei: hij moet dit niet langer in zijn eentje doen.'


RECHTSZAAK

Hulp bij zelfdoding is strafbaar

Op 3 september begint in de rechtbank van Zutphen de rechtszaak tegen Albert Heringa, de man die wordt beschuldigd van hulp bij zelfdoding van zijn 99-jarige stiefmoeder in 2008.


De hoogbejaarde moeder van Heringa vond dat ze klaar was met leven. Heringa verzamelde pillen, vermaalde ze en gaf ze aan haar. Zijn moeder nam de pillen zelf in, terwijl hij haar filmde. Hij vertrok voordat ze overleed.


Eerst werd zijn hulp niet opgemerkt, maar nadat Heringa in 2010 in een documentaire verscheen, besloot justitie twee jaar later om hem te vervolgen. Hulp bij zelfdoding is strafbaar volgens artikel 294, lid 2. Hieronder valt ook het verstrekken van middelen.


De euthanasievereniging NVVE, die Heringa vanaf het begin steunt, begint vanaf maandag de campagne 'Hulp is geen misdaad' om hulp bij zelfdoding uit het strafrecht te halen. 'Doordat dit nu niet mag, zien veel mensen zich gedwongen op een eenzame manier een eind aan hun leven te maken', zegt NVVE-directeur Petra de Jong.


Als hulp bij zelfdoding niet strafbaar zou zijn, betekent dat volgens haar niet dat de weg vrij komt voor mensen met kwade bedoelingen. 'We hebben genoeg wetsartikelen in Nederland om uitwassen en misbruik hiervan aan te pakken', zegt De Jong. 'En een daarvan heet moord.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden