'Precies een jaar geleden voelde ik het strand voor het laatst'

Wat maak je mee in een Nederlands asielzoekerscentrum? Door de ogen van Mohannad (39) en zijn gezin volgen we het dagelijks leven in de opvang. Deel 20: Naar het strand.

Mohannad met zijn zoons en de dochter van zijn schoonzus. In zijn rugzak zit een visvergunning, gekregen van een anonieme weldoener.Beeld Aurélie Geurts

Ibrahim tuurt door de verrekijker over de Noordzee. In de verte ziet hij de schepen die wachten totdat ze verder kunnen naar de haven van Rotterdam, dichterbij racet een boot van de reddingsbrigade over het water. 'Kijk, die gaat hard', roept hij in het Nederlands.

Mohannad heeft zijn zonen Ziad (9) en Ibrahim (8) mee naar boven genomen in de Bungy Toren op de Scheveningse pier, voor het uitzicht. Je kunt er van dichtbij zien hoe waaghalzen aan het elastiek zestig meter naar beneden springen. Mohannad en Ibrahim zwaaien naar beneden, waar Layla geniet van een cappuccino met appelgebak.

Terwijl Ibrahim het bungeejumpen gebiologeerd gadeslaat, klemt Ziad zich in het midden van het uitkijkplatform met één hand vast aan de muur. Hij heeft last van hoogtevrees. 'Zullen we gaan zwemmen?', vraagt hij met een zacht stemmetje.

Afwisseling van dagelijkse routine

Het dagje strand is een welkome afwisseling van de dagelijkse routine in het azc, zeker nu het vakantie is. De eerste weken organiseerden vrijwilligers dagelijks iets voor de kinderen, zoals tekenen, Nederlandse les of een partijtje voetbal, maar dat is nu stilgevallen. Het enige uitstapje deze zomer ging naar recreatiegebied Slijk-Ewijk.

Ook nu willen de jongens zwemmen, maar na een blik op de grijze lucht en een teen in het water zijn Mohannad en Layla onverbiddelijk: te koud. Mohannad werpt een blik op de golven. 'Misschien dat het zwemmen nog wel gaat, maar als je er dan uitkomt is het veel te koud', zegt hij. 'Nederland kent geen echte zomer', stelt Layla vast.

Pootjebaden mag natuurlijk wel. Terwijl Ziad schelpen zoekt en Ibrahim achter een bal aanrent, loopt Mohannad de zee in tot het water aan zijn knieën rijkt. Hij steekt een sigaret op en kijkt een tijdlang naar de zee. 'Precies een jaar geleden voelde ik het strand voor het laatst', mijmert hij.

Destijds bivakkeerde het gezin een paar nachten in de Turkse badplaats Marmaris, voordat een smokkelaar hen naar het Griekse eiland Kos bracht.

Vroeger stond Mohannad als duikinstructeur vrijwel dagelijks op het strand. Hij wrijft met beide handen over zijn armen. 'Kijk, ik krijg kippevel. Ik moet nu eigenlijk de zee in; duiken en zwemmen.'

Een van de dingen die hij vroeger het liefste deed, was met vrienden naar de zee, een beetje vis vangen en frituren. Als er geen hengels waren, zetten ze een pan met wat zand en brood onder water, afgebonden met een T-shirt. De visje kwamen door de boord van het T-shirt naar binnen. Na een paar uur was het een kwestie van de boord onder de pan draaien en dan had je een pan vol kleine visjes.

Mooi cadeau

Ook nu zeult Mohannad al de hele dag met een enorme groene rugtas met visspullen, tot hilariteit van de rest van het gezin. 'Als we willen, kunnen we daar vannacht met z'n allen in slapen', grapt Layla.

Laat ze maar lachen, denkt Mohannad. In de tas zit het mooiste cadeau dat hij tot nog toe in Nederland kreeg.

Drie dagen geleden belde iemand anoniem naar het COA om te vragen naar de geboortedatum en het sofinummer van Mohannad. Hij wilde hem iets geven, had de mysterieuze krantenlezer gezegd. Mohannad vond het een beetje vreemd, maar stemde toe. Een dag later vond hij een envelop in de bus met daarin een visvergunning voor Nederland en een lidmaatschapskaart van de Nijmeegse Hengelsport Vereniging De Voorn, opgericht in 1923.

Een beter cadeau had de anonieme weldoener Mohannad niet kunnen geven. 'Zullen we kijken of we hier in de buurt mogen vissen', oppert Mohannad, terwijl hij zijn telefoon erbij pakt. Op de app visplanner.nl kijkt hij of het hier is toegestaan.

Maar Layla, Ziad en Ibrahim hebben andere plannen; het is tijd om de Hollandse keuken te proberen. Op het terras van het pannekoekenrestaurant in de haven van Scheveningen breekt eindelijk de zon door. 'Is ham varken?', vraagt Ziad, die als enige de Nederlandse menukaart gebruikt. Varkensvlees eten de El Jechi's niet.

Uiteindelijk kiest Ziad voor een pannekoek met ananas, Ibrahim neemt er een met chocola. Het is de eerste keer dat ze een zoete pannekoek eten.

'Nu zou je dus een shishapijp moeten hebben', zegt Layla na het eten. Ze kijkt naar de zeilboten in de haven. Scheveningen doet haar denken aan hun vroegere woonplaats Latakia, daar had je ook zo veel restaurantjes met uitzicht op het water. 'Maar ik begrijp dus niet dat ze nergens waterpijpen hebben in al die restaurants.'

Mohannad ziet sowieso wel markt in meer Arabische invloeden in de Hollandse horeca. Hij heeft zitten denken, zou het niet iets zijn om een mobiele eetkraam te beginnen? Op zijn telefoon laat hij een plaatje zien van een fietskar. Daaruit zou hij, om maar eens wat te noemen, een Arabische variant van de Hollandse pannekoek kunnen verkopen, met garnalen, kaas en kruiden. Als hij eenmaal naam heeft gemaakt, zou hij een eigen zaak kunnen beginnen. Misschien wel aan de Waal in Nijmegen, waar hun Nederlandse avontuur begon.

Verantwoording

In de Nederlandse asielopvang verblijven momenteel 33.535 personen, waaronder ruim 15.500 statushouders.

Onder hen Mohannad El Jechi (39), zijn vrouw Layla (34) en hun twee kinderen Ziad (9) en Ibrahim (8). De familie is van Palestijnse origine en verbleef de laatste jaren afwisselend in Syrië en Saoedi-Arabië.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden