Precies een jaar geleden begon de Arabische Lente

Het is vandaag precies een jaar geleden dat de 26-jarige fruitverkoper Mohamed Bouazizi zichzelf in brand stak in Tunesië. Het was een persoonlijke daad van verzet maar zijn actie veranderde niet alleen de situatie in zijn eigen land maar in de hele regio. Dit incident mobiliseerde demonstraties van Tunesië tot Egypte, Libië, Syrië en verder. Dit was het begin van de Arabische Lente.

Mohamed Bouazizi. © AFP

Op 17 december stak Bouazizi, zichzelf in brand, moegetergd door corrupte politieagenten. Zijn gruwelijke zelfmoord bracht de manifestaties tegen het regime van Ben Ali op gang. Op Bouzizi's begrafenis scandeerde 5000 demonstranten: 'Vaarwel Mohamed, we zullen je wreken. Vandaag huilen we om je, maar we zullen degenen die jouw dood veroorzaakten ook laten huilen.'

Maar niemand had toen kunnen bedenken wat er vervolgens zou gebeuren: 12 maanden van protesten, geweld en revolutie van Noord-Afrika tot het Midden-Oosten, dat regeringen omver wierp en waarbij duizenden mensen het leven lieten.

Maar wat is er de afgelopen 12 maanden ook al weer allemaal gebeurd? Welke regeringen zijn gevallen?

Tunesië
Op 17 december 2010, stak Bouzizi zichzelf in brand voor het provinciegebouw van Sidi Bouzid. Waarom? Omdat Bouzizi's fruit weer eens was geconfisqueerd. Een politieagent schold hem uit, een vrouwelijke collega gaf hem een klap in zijn gezicht. Mohamed ging klagen in het gemeentehuis en bij het provinciebestuur, maar niemand wilde hem ontvangen. Ten einde raad kocht hij een jerrycan benzine, overgoot hij zichzelf voor het provinciehuis en stak hij zichzelf in brand. Hij werd in coma naar het ziekenhuis gebracht, en overleed ruim twee weken later.

De wanhoopsdaad had onopgemerkt kunnen blijven, als neef Ali Bouazizi er niet was geweest. Hij filmde Mohameds omgegooide fruitkar, zijn verbrande lichaam en de kleine protesten die in Sidi Bouzid werden gehouden. Hij plaatste de filmpjes op internet, en riep op tot meer manifestaties. De volkswoede en de demonstraties werden steeds groter, verspreidden zich in heel Tunesië en leidden uiteindelijk tot de vlucht van Ben Ali op 14 januari. Ben Ali was vanaf 1987 aan de macht. Hij vluchtte naar Saoedi-Arabië.

Op 23 oktober vonden er verkiezingen plaats in Tunesië. De leider van de islamitische Ennahda-partij werd aangewezen als minister-president.

Egypte
Na Tunesië wakkerde de vlam over naar Egypte. Op 25 januari verzamelden duizenden mensen op het Tahrirplein. Het protest groeide ondanks het feit dat president Hosni Mubarak er alles aan deed om het protest in de kiem te smoren. Op 27 januari sloot Mubarak het internet en alle mobiele netwerken af en zette hij het leger in op de menigte op het Tahrirplein.

Het werd een bloedige strijd. Maar op 11 februari gebeurde iets wat niemand daarvoor voor mogelijk had gehouden: na bijna dertig jaar aan de macht te zijn geweest, trad Mubarak af.

Sinds februari zijn sommige Egyptenaren gedesillusioneerd over hun revolutie en de rol van het nog altijd machtige leger. In december stroomde het Tahrir-plein wederom vol, met gewelddadige uitbarstingen. Ook vandaag vonden er nog onlusten plaats. De betogers eisten dat de militairen, die sinds de val van president Hosni Mubarak in februari Egypte besturen, onmiddellijk plaatsmaken voor een burgerregering.

Jemen
De protesten tegen het regime van president Ali Abdullah Saleh begonnen gelijktijdig met de protesten in Egypte en zwollen aan. Nadat de regering scherpschutters inzette op ongewapende betogers om het protest tevergeefs te stoppen, keerden velen zich af van hun president. Enkele ministers en ambassadeurs namen ontslag. Drie generaals besloten hun troepen in te zetten om demonstranten te beschermen. Op 23 november 2011 trad Saleh af, na maanden van onrust en opstanden. Saleh was vanaf 1990 aan de macht.

Libië
In februari werd het eerste verzet tegen kolonel Muammar Kaddafi zichtbaar. Maar al gauw begon dit meer op een burgeroorlog te lijken. Terwijl de oppositie verharde in Benghazi, zette Kaddafi overheidstroepen in om de oppositie te onderdrukken.

De Verenigde Naties besloot de opstandelingen te steunen, die zich hadden verenigd in de nationale Overgangsraad in Benghazi. De VN handhaafde een vliegverbod en onder NAVO-commando werden militaire voertuigen van Kaddafi aangevallen vanuit de lucht. Maanden van bloedige strijd volgden. Maar in augustus viel Tripoli, dat lange tijd een Kaddafi bolwerk was, in handen van de oppositie. Kaddafi's tijd als leider van Libië kwam na 42 jaar tot een eind. Op 20 oktober werd hij gevangengenomen en gedood vlakbij zijn geboorteplaats Sirtre.

Syrië
Half maart begonnen in Syrië de eerste protesten tegen president Bashar al-Assad. De demonstranten eisten meer democratie. Tot op de dag van vandaag gaan de protesten door. Maar de Syrische regering zet hard in tegen de betogers. Volgens schattingen van de Verenigde Naties zijn meer dan 5000 mensen tijdens deze protesten omgekomen. Assad trekt zich vooralsnog niets aan van kritiek vanuit de Arabische Liga en westerse naties op zijn handelen. Ook economische sancties lijken hem niet te raken en hij blijft alle beschuldigingen van betrokkenheid bij kindermartelingen en grootschalig geweld ontkennen.

Bahrein
In Bahrein uitte de sjiitische meerderheid zich tegen de soennitische koninklijke familie die het land regeert. De gediscrimineerde sjiieten bezetten het Parelplein naar het Egyptische voorbeeld op het Tahrirplein. Met hulp van troepen uit buurlanden Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten herstelde de regering de orde hardhandig. In juli 2011 startte een 'nationale dialoog', waaraan de belangrijkste sjiitische oppositiepartij meedoet.

Elders
Ook op andere plekken ter wereld vonden er demonstraties plaats. In Oman werden er sociale protesten op straat gehouden. Ook in Irak vonden er wekelijks demonstraties plaats tegen de overheidscorruptie. In het Iraakse gedeelte van Koerdistan zouden democratische protestacties in februari volgens Reporters without Borders, bloedig zijn neergeslagen.

In Koeweit, Jordanië en in de Palestijnse gebieden waren ook sprake van protesten waar werd geroepen om politieke hervormingen. Maar deze acties hebben nog niet veel resultaat geboekt.

In andere landen zijn wel hervormingen doorgevoerd om demonstraties te voorkomen. In Algerije kondigde president Abdellaziz Bouteflika in april aan inspanningen te leveren om het politieke systeem te veranderen. Ook de koning van Marokko stemde in met constitutionele hervormingen.

Hoeveel mensen kwamen om?
Duizenden mensen zijn tijdens de Arabische Lente omgekomen door geweld en intimidatieacties van de overheid. Het is moeilijk om een exact dodental te noemen, zeker omdat het bijvoorbeeld in landen als Syrië moeilijk is om inzicht te krijgen in de situatie. Volgens niet bevestigde schattingen zijn tussen de 30.000 en 40.000 mensen omgekomen.

Wat is de impact geweest?
Wat nu precies de uitkomst van de Arabische Lente op de lange termijn zal zijn, is nog steeds onderwerp van discussie. Sommigen menen dat de Arabische lente in een Arabische winter kan uitmonden als de uitbundigheid en de roes van de revolutie is neergedaald en de harde economische werkelijkheid zich aandient.

Anderen zeggen dat de Arabische Lente boven alles heeft laten zien dat het volk de macht kan grijpen en dat het andere volken kan inspireren. Ook wordt gezegd dat de Arabische Lente heeft laten zien dat betogers de wereldwijde politiek opnieuw vorm kunnen gegeven.

Veel zeggend was dat het Amerikaanse tijdschrift Time 'de demonstrant' uitriep tot Person of the Year 2011. Volgens Time leken de grote demonstraties de afgelopen 20 jaar, sinds de val van het communisme in 1989, irrelevant en ineffectief, op enkele uitzonderingen als in Zuid-Afrika na. Het hoofdartikel van Time verwoordt het zo: 'Een massaal en effectief straatprotest was wereldwijd een oxymoron, tot het - plotseling, schokkend genoeg - precies een jaar geleden de doorslaggevende kracht van onze tijd werd. En de demonstrant opnieuw de maker van geschiedenis werd.'

Een ding is zeker, niemand had een jaar geleden kunnen bedenken dat toen de Tunesische fruitverkoper Mohamed Bouazizi zichzelf in brand stak, dit uiteindelijk tot gevolg zou hebben dat niet alleen Ben Ali, maar ook Mubarak, Saleh en Kaddafi het veld zouden ruimen.

De moeder van Mohamed Bouazizi met een afbeelding van haar zoon. © AFP
Het Tahrirplein in februari. © EPA
De voormalige president van Egypte Hosni Mubarak. © EPA
Een Syrische demonstrant houdt een afbeelding van president Assad met een kruis omhoog. Beeld reuters
Time magazine. © AFP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden