Precies 14 jaar en 286 dagen geleden stond Nico Dijkshoorn tegen een deur te sproeien

Nu vraagt hij zich af: hoelang kun je een wildplasboete aanvechten?

Kan ík mijn wildplasboete ook nog aanvechten?

Foto de Volkskrant

Ik las in Het Parool: 'Geerte Piening vecht wildplasboete op Leidseplein aan', en ik dacht: hoelang kun je een wildplasboete aanvechten? Is dat ergens is vastgelegd, dat je tot vijftien jaar na het wildplassen nog beroep kunt aantekenen? Dan zou ik die boete namelijk nog net kunnen aanvechten.

Dat was trouwens niet het eerste wat ik dacht. Ik moest denken aan een oom die opeens naar Ierland verhuisde. We begrepen er niets van. Het ene moment was hij nog gelukkig in Schoorl en twee maanden later kregen wij foto's opgestuurd van Oom Cor heel blij tussen honderd schapen en met een raar instrument in zijn handen.

Ierland, daar was plassen altijd wildplassen. Ik besloot toen een reportage over mijn oom te schrijven. Eerst liet ik hem vier jaar met rust en toen zocht ik hem op. De eerste zin had ik al. 'Daar staat hij, onmiskenbaar Oom Cor, dit keer niet met een regenjas om zijn schouders, maar met een sportief visjack aan. Hij pist een woord in het water. 'Stilte.''

Het is er nooit van gekomen. Oom Cor is gestorven. In Canada.

Maar nu over mij. Ik stond precies 14 jaar en 286 dagen geleden in Amsterdam, op de Zeedijk, tegen een deur aan te sproeien. Ik had urenlang in Café Casablanca de karaoke bedreven. Drie keer Radar Love.

Vanuit de bar liep ik recht vooruit tot ik tegen een deur aanliep. Ik urineerde. Onvergeeflijk, want toen al snapte ik dat ik als toekomstige columnist van de Volkskrant een zekere verantwoordelijkheid had. Ik was ook spierwit en een man, dus dat schoot allemaal niet erg op.

Achter mij vroeg iemand of we lekker gingen. Ik dacht: dat kan nooit voor mij zijn. Ik ben alleen. Ik plaste door. Weer die stem. Of we lekker gingen. Ik keek om. Drie man politie. Een vervelende situatie, omdat ik, met het gezag in mijn rug, mijn heterdaadje niet zo een-twee-drie wist te beëindigen. Ik druppelde wat na, keerde mij om en wilde alle drie de agenten een hand geven.

Of we dat normaal vonden, was de vraag. Ik bekende schuld. Ik begreep ze volledig. Jongens, jongens wat was ik de fout in gegaan. Goed dat zij mij daar op wezen. Ik snapte meteen dat ik niet moest zeggen dat ze de echte criminelen aan moesten pakken, bijvoorbeeld de appelboer op de Nieuwmarkt die goudrenetten verkocht als buitenlandse appels. Nee, ik ging door het stof. Waarom had ik het zover laten komen? Ik wilde de agenten omarmen, omdat zij mij eigenlijk net op tijd hadden gered.

Ze deden een stap naar achteren. 80 euro. En mijn naam. Ik trok het geld uit mijn achterzak, streek het glad en zei: 'Nico Dijkshoorn.' Meteen kwamen ze in actie. Een agent sprak heel hard in een elektrisch apparaat en twee minuten later reed een busje voor. Door vier man werd ik achter in de auto gesleurd. Ik hoorde een paar keer het woord 'bijgoochem'.

Op het bureau werd alles duidelijk. Zij dachten dat ik een grappige valse naam had opgegeven. Nico Dijkshoorn was een beroemde dierenarts die in de tv-show van Catherine Keyl met een jonge giraffe onder zijn arm de studio binnen liep.

Ik weet nu: antwoord altijd 'Oom Cor' als ze je naam vragen.

Meer over