Precariërs aller landen, verenigt u!

Precair en proletarisch - dat zijn de kenmerken van de nieuwe 'gevaarlijke klasse' die de Britse econoom Guy Standing in onze flexwerkende samenleving ziet ontstaan.

In een zwartkomisch reclamefilmpje voegt het Australische uitzendbureau OneShift dezer dagen een lugubere dimensie toe aan het begrip 'tijdelijke werknemer'. 'De baan voor het leven is dood', oreert een baas terwijl een zilverharige typiste doodblijft op haar toetsenbord met een ninja-werpmes in haar achterhoofd. Ninja's hebben vlak daarvoor de vorige tijdelijke baas om zeep geholpen. 'Onze werknemer-van-de-maandbokalen zijn omgesmolten tot trompetten. Bij OneShift draait het alleen nog om werknemers van de dag, werknemers van het uur, of werknemers van de na-de-lunchdip.'


Dezelfde werkelijkheid, maar dan zonder de grollen, beschrijft de Britse econoom Guy Standing in zijn boek The Precariat (2011), dat hem in anderhalf jaar tijd tot internationale spreekbuis van de wegwerpwerknemer heeft gemaakt. In zijn boek schetst Standing de lotgevallen van de nomaden van de arbeidsmarkt, rondtrekkend van flutbaan naar flutbaan.


Standing spreekt van het precariaat, een kofferwoord van precair en proletariaat, voor de groeiende groep mensen met onzekere, mager betaalde banen, zonder mogelijkheden om bij te leren of hogerop te komen.


Wie behoren tot het precariaat, in Standings woorden de 'nieuwe gevaarlijke klasse'? De extreemste voorbeelden zijn te vinden in de kelder van de arbeidsmarkt. Amerikaanse hamburgerbakkers, die in sommige McDonald's-filialen niet meer dan 29 uur mogen werken en daarom de rest van de week burgers flippen bij Wendy's of Burger King, opdat hun werkgevers geen zorgpremie voor hen hoeven te betalen.


Of de honderden Poolse en Spaanse seizoensarbeiders bij de Duitse tak van Amazon.com. Toen ze eind vorig jaar werden ingevlogen om in Duitse distributiecentra cadeaus in te pakken voor de drukke kerstperiode, bleken ze vijftien dagen lang zonder rustdag te moeten werken voor 8,52 euro bruto per uur en te moeten verblijven in door neonazi's bewaakte vakantiedorpen en motels.


Maar ook de hoogopgeleide Nederlandse 55-plusser die alleen nog aan de bak komt als lijkwagenchauffeur of krantenbezorger rekent Standing tot het precariaat. Evenals de zwartwerkende Ghanese poetsvrouw in Bloemendaal, de horden werkloze jongeren in Zuid-Europa of de uit nood geboren zelfstandigen bij wie het predikaat 'zzp'er' dikwijls een eufemisme is voor semi-werkloosheid.


De weerklank van zijn boek heeft hem overdonderd, zegt Standing - net terug van een spreekbeurt in Nieuw-Zeeland - telefonisch vanuit zijn woonplaats Gèneve. 'In de anderhalf jaar sinds de publicatie van The Precariat ben ik 130 keer te gast geweest in 27 landen. De komende weken volgen Straatsburg, Schotland, Zweden en Portugal. Nog elke dag ontvang ik reusachtige hoeveelheden e-mails van lezers. Of het nu Nieuw-Zeeland, Amerika, Japan of Scandinavië is, overal blijken mensen zich met het boek te vereenzelvigen.'


'Dat heeft me wel verrast, want je zou denken dat deze landen zeer verschillend zijn. Maar of je het nu hebt over Nederland, Japan of het Verenigd Koninkrijk, de kenmerken zijn vrijwel hetzelfde. Van tevoren had ik verwacht dat het precariaat in Italië veel duidelijker aanwezig zou zijn als in Zweden, maar ook daar zie je dezelfde symptomen: een gebrek aan beroepsidentiteit, en een gevoel van ontgoocheling in hoe zowel de linkse als de rechtse politieke partijen de problemen van de precaire klasse aanpakken. Natuurlijk is de situatie minder nijpend dan in Spanje of Portugal, waar de jeugdwerkloosheid boven de 50 procent ligt, maar zelfs in Zweden is een kwart van de jongeren werkloos.'


Begrijp hem niet verkeerd: de flexibele arbeidsmarkt is anno 2013 een feit des levens, of mensen het nu leuk vinden of niet. Tegen de regen kun je ook beter een paraplu opsteken dan pleiten voor de afschaffing van wolken. Flexibilisering willen terugdraaien heeft geen zin, zegt Standing, maar het is wel zinnig om te proberen de nieuwe situatie draaglijker te maken.


'De tijden waarin een meerderheid van de mensen een vaste baan had met zekerheid voor de lange termijn liggen achter ons. We moeten ons aanpassen en proberen nieuwe vormen van sociale zekerheid te bedenken - zekerheid die we allemaal nodig hebben, en zonder welke je een opportunistische, egoïstische maatschappij creëert.'


En het precariaat ziet zich geconfronteerd met vele onzekerheden, niet alleen in de vorm van ontslag dat altijd op de loer ligt, schrijft Standing. Pensioenen, bescherming tegen ziekte of ongevallen op het werk, kansen om zich verder te ontwikkelen, vertegenwoordiging door vakbonden, adequate lonen, beroepsidentiteit - alles staat onder druk.


In het evangelie van de flexibele arbeidsmarkt, schrijft Standing in zijn boek, is 'rigiditeit' de satan. Maar de maatschappij is niet gebouwd op permanente verandering, maar juist op 'de langzame constructie van stabiele identiteiten en tamelijk rigide vormen van zekerheid'.


Het resultaat van doorgeslagen flexibilisering is in zijn ogen een groeiende massa van vervreemde, kwade en angstige mensen.


Standing verdeelt de maatschappij in zeven groepen. De elite - het piepkleine gezelschap van absurd rijke wereldburgers zoals Carlos Slim en Bill Gates. Het salariaat- de groep mensen bij bedrijven of overheden met vaste aanstellingen, behoorlijke salarissen en betaalde vakantiedagen. Daarnaast een groep van onafhankelijken met gewilde vaardigheden, zoals ict-consultants en zakenbankiers, die gedijen bij de flexibele, geglobaliseerde arbeidsmarkt omdat ze vorstelijke honoraria kunnen vragen. Standing noemt hen proficians, een samentrekking van professional en technician.


Bataljons

De vierde groep bestaat uit de restanten van de oude arbeidersklasse: fabriekslassers, bouwvakkers, kraanmachinisten en andere blauweboordenwerkers. De verzorgingsstaat is met het hen in gedachten opgezet, maar 'de bataljons industriewerkers die de arbeidersbewegingen van weleer vormden, zijn verschrompeld en hebben hun gevoel van solidariteit verloren'. Daar weer onder stelt Standing het precariaat, geflankeerd door groep nummer zes, de werklozen, en een zevende groep van onaangepasten zoals zwervers of criminelen - het oude lompenproletariaat.


'Op een goede dag reken ik mijzelf tot de proficians', zegt Standing. 'Ik verkeer in de gelukkige positie dat ik een mastergraad en een doctorstitel heb en een beroep kan uitoefenen waarvan ik veel houd. Maar veel van mijn familieleden en vrienden schaar ik onder het precariaat. Ik vind dat je altijd eerlijk moet zijn over je maatschappelijke positie: dat de een het beter doet dan de ander heeft veel te maken met geluk. Denk niet dat je slimmer bent alleen maar omdat je een beetje meer succes hebt op de arbeidsmarkt. Of we tot het precariaat behoren of niet, hangt voor een groot deel af van mazzel of pech.'


Een van de door Standing bepleite veranderingen is dat politici ophouden te doen alsof een baan - wat voor baan dan ook - een panacee is voor alle problemen. 'De linkse politicus roept: 'Meer banen! Meer banen!' De rechtse politicus roept: 'Meer banen! Meer banen!' Maar werk is niet het pad naar het nirwana. Alle politici die over banen spreken alsof ze de essentialia des levens vormen, kijken er wel voor uit dat ze het werk niet zelf hoeven te doen.'


'We moeten accepteren dat een baan voor de meesten van ons geen levensdoel is, maar een middel. De meeste mensen ontlenen hun geluk niet aan hun baan. En daar komt nog bij dat we veel werk waaruit mensen wel voldoening halen - vrijwilligerswerk, zorgen voor je ouders of kinderen - niet tot arbeid rekenen!'


Standing citeert graag de Engelse econoom Arthur Pigou (1877-1959), die zei: als ik een kokkin of huishoudster in dienst neem, stijgt het nationaal inkomen en de werkgelegenheid; als ik daarna met haar trouw en ze blijft hetzelfde werk doen, maar dan gratis, dalen het nationaal inkomen en de werkgelegenheid weer.


Standing ziet niet zo veel in pleidooien om massaal minder uren te gaan werken, zoals vorige maand het plan van honderd Duitse academici en vakbondslieden voor een 30-urige werkweek. 'Een dwaas idee. Het gevolg is waarschijnlijk dat de hoeveelheid onbetaald werk stijgt en de grens tussen werk en privé alleen nog maar vloeiender wordt: eigenlijk werk je 35 uur of meer, maar je werkgever hoeft je nog maar 30 uur te betalen. In een mechanische wereld zou je de arbeid zo kunnen verdelen dat iedereen een baan heeft, maar zo zit de echte arbeidsmarkt, vrees ik, niet in elkaar.'


Standing is meer een man van de diagnose en het grote verhaal dan van het gedetailleerde doktersrecept voor de kwalen van de arbeidsmarkt. Een van zijn concretere voorstellen is het invoeren van een internationaal accreditatiesysteem voor studies en beroepen, zodat buitenlanders in een nieuw land gemakkelijker hun oude beroep kunnen oppakken. Nu zijn migranten die in eigen land advocaat of arts waren in Nederland dikwijls veroordeeld tot laagbetaalde baantjes. Ook zouden mensen in precaire banen dezelfde voordelen moeten hebben als mensen met vaste contracten, zoals bijvoorbeeld moeder- dan wel vaderschapsverlof.


Basisinkomen

Maar waar hij meeste in ziet - en waarvoor hij al jaren ijvert - is een onvoorwaardelijk, door de staat gegarandeerd basisinkomen voor iedereen, rijk of arm, dat op zichzelf genoeg is om sober van te leven. 'Als politieke partijen willen voorkomen dat het precariaat afdrijft naar extreem-rechtse groeperingen, die de angst van de precairen bespelen, dan moeten ze met een strategie komen waardoor mensen een basale zekerheid geboden kan worden en ze een gevoel van identiteit kunnen ontwikkelen. Daarom ben ik voor een basisinkomen.'


Het basisinkomen bouwt voort op de ideeën van uiteenlopende economen als Jan Tinbergen en John Galbraith, of Milton Friedmans voorstel voor een negatieve inkomstenbelasting. 'Zoals psychologen weten: als mensen geen basiszekerheid hebben, zijn ze niet geneigd altruïstisch te zijn. Onzekere mensen staan vaak vijandig tegenover immigranten, zijn gevoeliger voor populisten. De zekerheid van een basisinkomen zet mensen aan om beter te zijn en om meer uit zichzelf te halen.'


Het basisinkomen zou in de plaats kunnen komen van het huidige stelsel van bijstand en andere uitkeringen, dat volgens Standing zeer inefficiënt en bureaucratisch is, en uiteindelijk duurder dan een basisinkomen. Standing noemt de armoedeval van uitkeringstrekkers als voorbeeld: als zij een betaalde baan nemen, gaan ze er vaak sterk in inkomen op achteruit.


'Een baan kan na een paar weken of maanden alweer voorbij zijn. Durf je dan een baan aan te nemen, wetende dat je de hele bureaucratische mallemolen weer opnieuw zult moeten doorlopen als je je baan verliest en weer een uitkering moet aanvragen? Dat alles bij elkaar draait uit op een geweldige ontmoediging om werk te zoeken, met allerlei kwalijke gevolgen: sommige mensen gaan zwart werken, anderen willen helemaal niet meer werken. Tegelijkertijd leidt het ertoe dat overheden de sociale zekerheid steeds meer misvormen van een instrument voor maatschappelijke solidariteit - zoals ze ooit bedoeld was - tot een dwangmiddel om mensen koste wat het kost de arbeidsmarkt op te jagen.'


Dat een gegarandeerd, maandelijks overgemaakt basisinkomen mensen luier zou maken, bestrijdt Standing. Sterker nog, uit experimenten met basisinkomens blijkt dat ze juist ondernemender maken, omdat mensen geen tijd en energie meer kwijt zijn aan het in hun eerste levensbehoeften voorzien, zegt Standing.


En het argument dat een basisinkomen onbetaalbaar zou zijn, zeker in tijden van crisis, wil er ook niet in bij Standing. 'De Nederlandse staat schenkt bijvoorbeeld omvangrijke belastingvoordelen aan huizenbezitters en aan bedrijven. Dat staten zich geen basisinkomen kunnen veroorloven is onzin - het ligt er alleen maar aan waar je je prioriteiten legt.'


-----------------------

'Wereldbankadviseur

Guy Standing (1950) is hoogleraar ontwikkelingseconomie aan de Universiteit van Londen en mede-oprichter van het Basic Income Earth Network, dat een universeel basisinkomen bepleit. Standing werkte van 1975 tot 2006 voor de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) en was adviseur van de Wereldbank, de Europese Commissie, de OESO en het VN-Ontwikkelingsprogramma. Van zijn hand verscheen eerderWork after globalization (2009), over hoe de flexibilisering van arbeid de fundamenten van de verzorgingsstaat aanvreet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden