Praten om het zwijgen te verhullen

In de subtiliteit van zijn dialogen zit bij Tsjechov het echte drama. Eindelijk is er een eigentijdse vertaling, compleet en direct uit het Russisch. Theatermakers hoeven zich vanaf nu niet meer met tweederangs teksten te behelpen.

Anton P. Tsjechov: Verzamelde Werken, deel VI. Toneel

Uit het Russisch vertaald door Yolanda Bloemen en Marja Wiebes.


Van Oorschot; 1248 pagina's; euro 59,-.


Het theater van Tsjechov lijkt maar niet aan populariteit te verliezen. Zijn - kleine aantal - rijpe toneelstukken worden vaker gespeeld dan die van Strindberg, Ibsen of Shaw, en blijven trouw publiek trekken in Nederland. Waarom? De problematiek die hij schetst, het verval van het Russische landleven en de bijbehorende elites, staat toch verder van ons af dan de problematiek van huwelijk, seks en generatieconflict die centraal staat in het theater van Ibsen, of dan de sociale problematiek van Shaw? Is Tsjechov gewoon beter?


Tsjechovs taalgebruik is beroemd onpretentieus, zijn personages babbelen maar door, soms wijdlopig, maar zelden welbespraakt - net echt. Ze praten om hun zwijgen te maskeren, om de stilte niet te voelen, om de leegte te vullen. Vanwege die kwaliteit van Tsjechovs dialogen wordt hij vaak gezien als een voorloper van het theater van het absurde, van Beckett en Pinter. In het theater van het absurde is taal een contextloos ritueel geworden, en is de sociale en regionale omgeving waarin de personages optreden van geen belang meer. De personages bewegen zich in een existentiële leegte. Dat lijkt inderdaad op Tsjechov, maar het is iets heel anders. De bedreiging die uitgaat van de veranderende omgeving, het verval van het landgoed in De Kersentuin, de provinciale vereenzaming in De Drie Zusters, is reëel.


Als ik met mijn studenten Tsjechov lees, pikken we die sociale en regionale context er de hele tijd uit. Als je erop let, zie je ze overal, de steken onder water, de subtiele verwijzingen naar sociale hiërarchie en relaties, de verschillen tussen regio's, tussen stad en platteland, het is allemaal aanwezig, niet alleen in de plot, maar ook in de taal. Het bijna contextloze gebabbel van Tsjechovs personages is geen existentiële metafoor, maar een manier om spanning te creëren, spanning tussen de besluiteloosheid en machteloosheid van de personages, en het onverbiddelijk aanzwellende onheil dat hen tegemoetkomt.


In de opbouw van die spanning speelt Tsjechovs taal een hoofdrol: schijnbaar betekenisloze dialogen, waarin het venijn langzaam toeneemt. Zulke dialogen hebben een uitstekende vertaling nodig, om de nuance recht te doen, zodat ze niet meer lijken op een dialoog van Beckett.


Je zou denken dat Nederlandse toneelgezelschappen zaten te springen om goede vertalingen. Helaas. De meest gespeelde vertaling van Tsjechov is die van Chiem van Houweningen, de scenarioschrijver van Zeg 'ns Aa en Oppassen, maar ook Gerardjan Rijnders, Hans Croiset en Jacob Derwig zijn bekende Tsjechov-vertalers. Deze regisseurs en acteurs vertalen Tsjechov niet uit het Russisch, maar uit het Duits. Ik vermoed dat daar een financiële reden aan ten grondslag ligt, of een rechtenkwestie, maar zeker weet ik het niet.


Dat vertalen uit het Duits komt in ieder geval niet doordat er geen goede Nederlandse vertaling uit het Russisch voorhanden was. Die was er wel, van Charles Timmer, in de Russische Bibliotheek van Van Oorschot. Ik ben een bewonderaar van Timmer, het zijn uitstekende vertalingen, maar het kan zijn dat zijn taalgebruik voor een speeltekst wat stijfjes is. Maar zelfs als dat zo is, was de vertaling van Timmer zeker een beter uitgangspunt geweest voor een te spelen tekst, dan bewerkingen uit het Duits.


Ik heb wel vaker gemerkt dat theatermakers geen zin hebben in de bemoeienis van slavisten, alsof die Tsjechov van hen willen afpakken, alsof kennis van zaken hen frustreert in het toe-eigenen van de tekst.


Nu is er een nieuwe vertaling van de gelauwerde vertaalsters Yolanda Bloemen en Marja Wiebes, die de versie van Timmer bij Van Oorschot vervangt. Hun vertaling is erg precies en erg voorzichtig. Veel bondiger en trouwer aan het origineel dan Timmers vertaling. Het zou van mij wat gedurfder mogen, maar hun trouw aan de tekst geeft in ieder geval de basis voor een veel rijker begrip van Tsjechovs drama, en een basis voor hernieuwde interpretaties van Nederlandse regisseurs.


Dit nieuwe deel in de Russische Bibliotheek is bovendien bijna twee keer zo dik als het deeltje dat het vervangt. Er is ruimte gemaakt voor allerlei curiositeiten, dramateksten die Tsjechov schreef in zijn beginjaren, toen hij voor humoristische blaadjes schreef. Het bevat een aantal absurde teksten en kluchten, die nog nooit in het Nederlands zijn vertaald, waardoor je Tsjechovs ontwikkeling als dramaschrijver kunt volgen.


Voor een schrijver van het formaat van Tsjechov is het opvallend hoe lang de weg is geweest die hij moest bewandelen om een grote toneelschrijver te worden. Van de ruim 1.200 bladzijden van deze uitgave zijn er maar 340 gewijd aan de vier toneelstukken waarmee hij beroemd werd - de rest is grotendeels een curiositeit, zeker spannend, maar vooral als monument voor de strijd die Tsjechov voerde met de conventies van het drama.


Vond Tsjechov als schrijver van verhalen heel snel een eigen toon, die hij langzaam verdiepte, als toneelschrijver knikkert hij alle kanten uit. Grotesken in de traditie van Gogol worden afgewisseld met pogingen tot sociaal drama à la Alexander Ostrovsky, tot dan toe Ruslands grootste toneelschrijver, maar zonder veel artistiek succes.


Als Tsjechov dan in oktober 1895, negen jaar voor zijn dood, begint te werken aan De Meeuw, lijkt hij zich ervan bewust te zijn dat hij een nieuwe vorm heeft gecreëerd: 'Ik maak een toneelstuk', schrijft hij, 'maar zondig vreselijk tegen de regels van het theater. Een komedie, drie vrouwenrollen, zes mannen-, een landschap (uitzicht op een meer), veel gepraat over literatuur, weinig handeling, en tachtig kilo liefde.'


In zijn nieuwe stuk had Tsjechov eindelijk een methode gevonden om de wereld van zijn tijd, en vooral de ondergang daarvan, te beschrijven op een manier die niet kunstmatig was, schijnbaar zonder de dwang van een plot, zonder protagonist eigenlijk en zonder 'realistisch' gedoe op het toneel. Het drama stopte hij weg in de subtiliteiten van zijn dialogen. Die zijn nu zeer correct en eigentijds vertaald. Nu de theatermakers nog.


Erik Whien: 'De nieuwe vertaling bekt lekker'

Erik Whien (1978) is regisseur bij Toneelgroep Oostpool. Vandaag is de laatste speeldag van zijn voorstelling Tsjechov, rond drie eenakters.


'Voor de voorstelling hebben wij de nieuwe vertaling van Yolanda Bloemen en Marja Wiebes al gebruikt, wij hadden de primeur. Daar hebben we geen reuring aan gegeven, omdat het nog onduidelijk was wanneer de vertaling bij Van Oorschot zou verschijnen. De laatste vertaling van Tsjechovs eenakters stamde uit de jaren zeventig, en die was een beetje truttig. Dat merk je aan de scheldwoorden. 'Pummel!', staat er dan. De nieuwe is perfect, die bekt lekker, gaat rechtdoor.


'De eerdere vertalingen van bijvoorbeeld Karel van het Reve waren prachtig proza, maar zo praten mensen niet.


'De taal van gewone mensen, dat is wat Tsjechov beoogde. Bij hem vind je geen zinnen die blijven hangen, geen 'to be or not to be'. Het gaat eerder om wat de personages niet zeggen. Dat vind ik heel knap, die omtrekkende bewegingen, die de personages juist herkenbaar en alledaags maken.


'De teksten staan vol met halve zinnen, met puntjes, er wordt door elkaar heen gepraat. Als een personage wanhopig is, barst hij niet uit in een monoloog, maar begint hij te stamelen. Zegt iemand wat van een wiebelende tafel, dan bedoelt hij eigenlijk dat hij eenzaam is. Je moet bij Tsjechov graven naar de persoon achter de tekst.'


Carine Crutzen: 'Geen enkele voorstelling is hetzelfde'

Actrice Carine Crutzen (1961) speelt momenteel Ljoebov in Tsjechovs De Kersentuin, geregisseerd door Gerardjan Rijnders.


'Het mooie aan de tekst van Tsjechov is dat je elke avond weer anders kunt spelen. Ik volg daarin mijn intuïtie. Ga ik van ontroering naar enorme woede, of volgt op de ontroering juist gelach? Er zijn uiteraard grenzen, maar daarbinnen kun je veel zelf invullen.


'Toen ik De Kersentuin voor het eerst las, wist ik niet direct hoe ik het spelen moest. Je leest het met je hoofd, en dan lijken sommige dialogen onduidelijk. Er zit geen psychologische opbouw in. Pas als je het gaat spelen, pas als je je eraan overgeeft, wordt het duidelijk. Dan blijkt een opmerking die je aanvankelijk niet snapte een vlucht te zijn uit de gespannen situatie, bijvoorbeeld.


'Ljoebov wordt vaak als een kwijnende, zwakke vrouw gezien. Ik probeer haar neer te zetten als een krachtige, aardse vrouw, die vanuit hartstocht opereert. Die ruimte laat de tekst, en daarom wordt De Kersentuin ook zo vaak gespeeld: geen enkele voorstelling is hetzelfde.


'Dat is de uitdaging ook. Op de repetities zoek je naar wie je personage eigenlijk is, en soms krijg je de puzzel compleet. Op een andere dag lukt dat weer niet. Het ligt niet voor je klaar.'


Hein van der Heijden: 'Heerlijk om te spelen'

Acteur Hein van der Heijden (1958) speelt Gajev in De Kersentuin van regisseur Rijnders. Voor onder andere zijn rol als Astrov in Tsjechovs Oom Wanja won hij vorig jaar de Louis d'Or.


'Het duurde even voor ik Astrov te pakken had. Astrov is een milieuactivist avant la lettre, en daarom speelde ik hem eerst heldhaftig, met alleen zijn goede eigenschappen. Maar eigenlijk is hij ook een narcist en een ongelukkig mens. Hij is geen eenduidig personage.


Pas toen ik dat inzag, kwam hij voor mij tot leven. Dat hebben al Tsjechovs personages: ze pretenderen dat ze integer zijn, maar het zijn mensen van vlees en bloed, met tekortkomingen. Dat maakt ze ook zo universeel. Voor acteurs is Tsjechov heerlijk om te spelen. Vanaf de eerste repetitie zit je in zijn wereld. Zijn regie-aanwijzingen zijn vrij exact. Daar zijn we dichtbij gebleven. Als er een pauze in de tekst staat, dan doen wij dat. Daardoor behoudt het zijn muzikaliteit. Nu speel ik Gajev in De Kersentuin. Ik speel hem avond aan avond, en ik ontdek steeds nieuwe dingen. Astrov is energiek, Gajev veel minder. Hoe kan ik vanuit ontspanning toch veel teweegbrengen? Dat is voor mij de kwestie.'


UIT TSJECHOVS EENAKTER OVER SCHADELIJKHEID VAN TABAK:

'Mijn dochters waren er erg mee ingenomen, vooral met de passage over de wandluizen, maar ik heb mijn artikel, toen ik het nog eens over had gelezen, toch maar liever verscheurd. Want, niet waar, hoe je de zaak op schrift ook uit de doeken doet, buiten insectenpoeder kun je het toch niet stellen.'


Vertaling Charles B. Timmer, 1956.


'Mijn dochters vonden het erg goed, vooral over de wandluizen, maar ik heb het nog eens herlezen en toen verscheurd. Je kunt schrijven wat je wilt, maar zonder insectenpoeder ben je nergens.'


Vertaling Yolanda Bloemen en Marja Wiebes, 2013.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden