Praten hoeven we niet te leren

'Oudkomers' worden ze in de politiek genoemd - de gastarbeiders die zich hier in de jaren zestig vestigden. De regering trok 80 miljoen uit om deze groep alsnog Nederlands te leren, maar de huidige aanpak blijkt nauwelijks te voldoen....

Kabira Daou El Makane (60) vertelt hoe de Nederlandse les gaat. Ze pakt het glas thee op dat voor haar staat: 'Dit is een glas. Zeg het na: dit is een glas. En dit is een lepel. Zeg na: lepel. Ik zit met mensen die pas in Nederland zijn.'

Haar man Mohammed (70): 'Zij heeft 21 jaar gewerkt in een bejaardenhuis. Gestudeerde meisjes werden naar haar gestuurd om het werk te leren. Zij weet alles. Zij kan alleen niet lezen en schrijven.'

Kabira: 'Mijn kleinkinderen laten mij zien: ''Kijk oma, dat heb ik geleerd.'' Hartstikke leuk. Maar ik kan het niet lezen. Praten hoef ik niet te leren, ik wil leren lezen en schrijven.'

Mohammed: 'Zes maanden is zij naar cursus gegaan en ze heeft nog niet de A geleerd.' Hij schrijft met zijn wijsvinger een A in de lucht en heft dan zijn handen in een vragend gebaar.

Hij heeft ook nooit leren lezen en schrijven, maar kent een aantal letters. Als koerier bij de KLM leverde hij jarenlang de juiste pakketten en brieven af bij de juiste mensen, zonder het adres te kunnen lezen.

Hoe deed hij dat?

Hij tikt lachend op zijn schedel. 'Mijn computer. Daar is alles in.' Hij ontwikkelde een eigen systeem van herkenningstekens. Vaak is het de vorm van de eerste letter van een woord. 'Vroeger konden in Nederland ook veel mensen niet lezen. Ik heb gewerkt met een oude man, hij was ook chauffeur, hij is al overleden. Hij zegt: ''Zie je die melk? Het pak met H is halfvolle melk, met V is volle.''

Hij kon ook niet lezen en schrijven, hij deed het net als ik. Niet iedereen kan dat. Er was een jongen die altijd in de spoelkeuken bleef werken omdat hij dit niet kon. Een Nederlandse jongen.'

Als iemand hem in 1965 had aangeboden om Nederlands te leren, had hij nu diploma's gehad, zegt Mohammed. 'Maar niemand heeft dat gezegd. Het werk dat wij deden, ging zonder taal.'

Zijn eerste baan was bij een textielfabriek, in Uithoorn. 'Travailler?', vroeg de baas. 'Kom binnen.' Het was een leuke tijd, zegt hij. Ze draaiden ploegendiensten, verdienden veel geld met overuren. 'Een weeksalaris van 90 gulden was toen normaal. Ik verdiende vaak 310 gulden per week.' Hij wijst op de gele suikerpot: 'Na nachtdienst was mijn gezicht soms zo.'

Het maakte niet uit, lacht hij. Ze waren jong, hij en zijn vrienden. 'Vrijdagavond naar Amsterdam, geld opmaken. En ook naar Antwerpen, met een grote auto, lekker dansen in Antwerpen. We kregen pilsjes gratis. Waar kom je vandaan? Noord-Afrika. Wat wil je drinken? De mensen vonden ons prachtig. En nu. . . als je zwart haar hebt. . .' Hij maakt een gebaar van: laat maar.

Het is nu niet meer leuk om als Marokkaan in Nederland te wonen? 'Jawel', zegt hij. 'Wij hebben het goed. Maar toen was je iets bijzonders.'

Op een fotootje uit de jaren zestig lijkt hij op de toen populaire chansonnier Guy Béart. Hij poseert met drie vrienden: mooie mannen in goed gesneden blazers. Ze kwamen om iets van de wereld te zien en ze bleven omdat hier werk zat was dat naar hun maatstaven bijzonder goed betaalde. 'Geen visum nodig, niks.'

Hij is geboren in een dorp in midden-Marokko en trok naar Casablanca. Daar werkte hij als onderhoudsmonteur van breimachines in een tricotagefabriek. Hij ging op vakantie bij vrienden in Brussel, hoorde dat Nederland maar honderd kilometer verder was en kwam uit nieuwsgierigheid rondkijken. Geld verdienen was geen probleem, er was werk in overvloed.

Hij werkte al zeven maanden bij de textielfabriek in Uithoorn, toen de baas voor hem een verblijfsvergunning regelde. Sparen deed hij de eerste jaren niet. 'Geen cent', zegt Kabira en de verontwaardiging klinkt meer dan dertig jaar later nog door. Mohammed grinnikt: 'Ik was gek, vroeger.'

De degelijkheid begon toen hij haar naar Nederland haalde, in 1970. Hij werkte toen al bij de KLM, in de catering. De textielfabriek was in 1969 failliet gegaan. 'Jammer dat ik over die vier jaar geen pensioen heb', zegt hij. 'Dat deed die fabriek niet, pensioen sparen.'

Tot 1992 heeft hij bij de KLM gewerkt. In die 22 jaar is hij verschillende keren binnen het bedrijf van baan veranderd en toen hij met vut ging was er een drukbezochte receptie. Hij gaat nog veel om met oud-collega's. Kabira hield na 21 jaar op met haar baan bij het Amstelveense bejaardenhuis Vredenhoven omdat ze haar tien jaar oudere man niet alleen thuis wilde laten zitten. Wel gaat ze er nog minstens één keer per week helpen als vrijwilligster. 'Gezellig', zegt ze. 'Zij vragen mij ook mee te gaan met uitstapjes, om de rolstoelen te duwen.'

Hun zoon, enig kind, woont in Amersfoort. Hij is getrouwd met een Nederlandse ('heel lief meisje', zegt Kabira) en heeft drie kinderen. Een keer per maand komt hij op bezoek. Dan leest hij ook de post voor en schrijft cheques uit. Als er een enveloppe in de brievenbus zit die ze niet kunnen thuisbrengen, leggen ze die voor aan de 86-jarige buurvrouw. Zij heeft in het verleden vaak brieven voor hen geschreven en doet dat in urgente gevallen nog. 'Ik noem haar tante', zegt Kabira. 'Zij is bijna een moeder voor mij. Als mijn man voetballen wil kijken, zegt hij tegen mij: ''Ga jij maar naar je khaalti, je tantetje''.'

'Khaalti' heeft haar ook gestimuleerd om in het bejaardenhuis te gaan werken. 'Ik zat maar alleen in huis en kende niemand. Zij schreef voor mij een brief aan de directrice van het bejaardenhuis en zei: ''Ga die maar brengen''.' Twee dagen later had ze een baan, als schoonmaakster, 's morgens van negen tot een. 'Je kan niet eens goedemorgen zeggen en toch ga je werken', zei haar man verbaasd.

De aanstellingsbrief heeft ze geplakt op de eerste pagina van het album dat ze 21 jaar later bij haar afscheid kreeg. Een vriendenboek is het, met foto's, brieven en borduurwerkjes. Af en toe komen we op een foto Kabira tegen, met een bos donkere krullen, vaak gearmd met collega's of bewoners. 'Mijn eerste cheffin leerde mij de woorden die ik moest weten voor schoonmaken. ''Kijk Kabira: dweil. Zeg maar na: dweil. Emmer. Zeg maar: emmer. Trekker''.'

Als schoonmaakster leerde ze de nummers van de kamers lezen en na een paar jaar ging ze eten rondbrengen. Veel taal was daar niet bij nodig: 'Goedemiddag, smakelijk eten.' De mevrouw van nummer 12 moest zoutloos eten, die van nummer 7 was suikerpatiënt.

'Ik ging erbij staan als het eten opgeschept werd en wist precies: dit is zonder zout, dit is zonder suiker. Nooit heb ik een fout gemaakt. Echt waar, nooit.'

Ze is trots dat ze het als analfabete zo goed gered heeft, maar ze wil dolgraag leren lezen en schrijven. Twee jaar geleden hoorde ze van collega's in het bejaardenhuis dat er een cursus was in het buurthuis.

Na de teleurstellende ervaring met het Nederlands-voor-beginners heeft ze geen andere mogelijkheid gevonden. Ze wil nog steeds graag. Mohammed niet. 'Nu niet meer', zegt hij. 'Kabira is tien jaar jonger dan ik.'

Maar met die voortreffelijke computer die u in uw hoofd heeft moet het toch ook op uw zeventigste nog lukken?

Hij pakt een glas thee van tafel. 'Dit glas is vol. Er kan niet meer thee in. Mijn computer is net zo vol. Ik moet werken met wat er in zit, er kan niets meer bij.'

Hij redt zich met de trucs die hij ontwikkeld heeft. Vaak is de eerste letter van een woord niet genoeg, als herkenningsteken. Als hij brieven moest wegbrengen naar verschillende mensen van wie de naam met dezelfde letter begon, prentte hij in zijn geheugen dat de Jansen met een N aan het eind op het hoofdkantoor in Wassenaar zat en Jacobs met een S op Schiphol-Noord. Dat zat er dan voor goed in.

Net als het woordbeeld van de belangrijkste plaatsnamen op de weg van Amsterdam naar Casablanca. 'Bordeaux is met X aan het eind', zegt hij en tekent een X in de lucht.

Zeven keer is hij zelf heen en weer gereden, de rest van de bezoeken ging per vliegtuig. Jarenlang vloog hij om de twee weken naar Casablanca, op een goedkoop personeelsticket. 'Twee dagen vrij na nachtdienst, op donderdag vliegen, op zondagavond terug.' Hij haalde er boodschappen, dat was goedkoop, net als de kapper.

Nu gaan ze nog één keer per jaar, vaker kunnen ze niet betalen. Kabira: 'Vroeger was een ticket 50 gulden, nu 225.' Ze wonen dertig jaar in hetzelfde lage flatgebouw, in Amstelveen. Eén keer zijn ze verhuisd, van de eerste etage naar de tweede. De meeste buren op hun verdieping zijn van hun leeftijd. Er is veel koffie- en theevisite, over en weer.

Marokko blijft trekken, maar niet om terug te keren. 'Wij kennen er bijna niemand meer', zegt Mohammed. 'Als ik in Casablanca op straat loop, zie ik niemand die ik ken. Hier wel. Vaak word ik geroepen: hé ouwe KLM-er, hoe gaat het?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden