REPORTAGE

'Potverdomme, straks hebben mijn kinderen allebei geen school'

Tim en Max, elk met een vorm van autisme, leken thuis te moeten blijven - tot hun moeder de tv erbij haalde. Zoiets zou onnodig moeten zijn: er is immers een 'Thuiszitterspact'. Maar veel scholen en gemeenten, zegt aanjager Marc Dullaert, tonen niet de moed ernaar te handelen.

Tim en Max worden 's ochtends na het ontbijt door hun moeder naar Anna Paulowna gebracht, waar ze op de trein stappen naar Amsterdam. Daar is een school die de expertise biedt die aansluit op hun onderwijsbehoefte. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Honkig en bonkig keert ze het rode autootje voor haar huis in Julianadorp. Dan geeft Petra de Groot gas. Donkere straat uit, wijk uit, dorp uit, langs de Callantsogervaart - vroem, zonder remmen over drempels.

Zo gaat het elke morgen. Om half zeven stipt brengt De Groot haar twee zoons naar het station in Anna Paulowna, waar ze de trein naar Amsterdam nemen. Sinds twee jaar zitten ze daar op een middelbare school voor speciaal onderwijs. Het kost ze 's ochtends twee uur om er te komen en 's middags twee uur om weer terug te keren.

'Je went eraan', heeft Tim (15) kort daarvoor gezegd.

'Ik ben doodop als ik thuis kom', zei Max (16).

De jongens - in werkelijkheid heten ze anders - weten dat er weinig anders op zit. Geen enkele school in Den Helder en omstreken kan het onderwijs bieden dat ze nodig hebben. Ze zijn namelijk slim genoeg voor havo of vwo, maar Max heeft het syndroom van Asperger en Tim heeft pdd-nos. 'Dat is een combinatie', aldus De Groot, 'waarmee je hier niet terechtkan.'

Het autootje maakt een bocht naar rechts en remt voor een slagboom. Aan de andere kant van het Noordhollandsch Kanaal komt het pontje in beweging. Straks zal de veervrouw op de rekening 1,50 euro bijschrijven.

Interview Marc Dullaert

Thuiszittende kinderen zijn niet ziek, vindt de ex-Kinderombudsman, ze hebben behoefte aan gemeenten en scholen die zich voor hen inspannen. 'Onwil scholen houdt te veel kinderen thuis'

Duizenden kinderen zitten 'onnodig' thuis

Duizenden kinderen zitten 'volstrekt onnodig' thuis doordat een deel van de scholen en gemeenten onvoldoende zijn best doet een passende onderwijsplek te vinden.

Geen maatwerk

Het scheelde niet veel of Max en Tim hadden thuis gezeten, vertelt De Groot later in de woonkamer in Julianadorp. 'Ik ben mondig en ik heb hulp van een goede pgb-begeleider. Samen hebben we deze oplossing gevonden.'

Makkelijk was dat niet. Haar kinderen kregen plekken op ongeschikte scholen aangeboden, ze streed met onwillige schoolbestuurders, pleegde tientallen telefoontjes voordat ze toestemming kreeg de kinderen naar Amsterdam te sturen, waar wél een geschikte school was.

Haar analyse: scholen, gemeenten en samenwerkingsverbanden werken langs elkaar heen, leveren geen maatwerk, verdiepen zich niet werkelijk in wat een kind nodig heeft.

'Veel samenwerkingsverbanden bieden standaardoplossingen aan', zegt De Groot. 'Ze werken met lijstjes en protocollen. Maar soms moet er een uitzondering gemaakt worden. Dat blijkt lastig, want ze willen geen precedent scheppen. Ze zijn bang dat andere leerlingen zeggen: die oplossing willen wij ook wel.'

Dat ouders vaak niet als serieuze gesprekspartners worden gezien, helpt ook niet. 'Ouders vragen heus niet altijd het onderste uit de kan. Ze willen dat hun kind de kans krijgt om onderwijs op niveau te volgen. Anders is het voor de rest van zijn leven afhankelijk van anderen. Dan laat je zoveel talent onbenut.'

Passend onderwijs

Ze hebben het echt geprobeerd in Den Helder, zegt De Groot. Zo begon Max op een gewone basisschool, maar daar 'speelde hij vooral naast kinderen, niet met kinderen'. In groep vier werd hij gepest, raakte overprikkeld en vloog op een dag een ander kind naar de keel. Hij vertrok naar het speciaal onderwijs. Kort daarna volgde de diagnose: asperger.

Na de basisschool ging Max naar een studieklas die was opgezet door twee orthopedagogen - 'vakidioten' noemt De Groot hen liefkozend. Vijftien kinderen met autisme en een normale intelligentie kregen er les. 'Het was kleinschalig. Max kreeg daar maatwerk.'

In 2014 werd het passend onderwijs ingevoerd. Meer zorgkinderen moesten naar reguliere scholen, zo was het idee. Het geld voor kinderen die iets extra's nodig hadden zou voortaan worden verdeeld via regionale samenwerkingsverbanden van scholen.

Een van de gevolgen: de studieklas zou verdwijnen. Waar moest Max heen? Volgens Scholen aan Zee, de enige aanbieder van voortgezet onderwijs in de gemeente Den Helder, kon hij in het regulier onderwijs terecht. Maar daar zou hij het niet redden, dachten zijn ouders, zelfs niet met extra ondersteuning.

Ook andere ouders klaagden. Het gevolg: de studieklas ging door - zonder de 'vakidioten'. Dat was geen succes, vertelt De Groot. 'De studieklas werkte opeens als een gewone school, met veel aandacht voor protocollen en weinig voor de behoeften van het kind. Max raakte weer gefrustreerd.'

Bovendien werden niet alle beloften nagekomen. De kinderen zouden les krijgen op havo-niveau, maar een tweede taal werd niet aangeboden. 'Er was geen geld', zegt De Groot. 'Dat jaar heeft Max zich niet ontwikkeld.'

Na een jaar verdween de studieklas alsnog.

Uitdaging versus voorspelbaarheid

Ook de schoolloopbaan van Tim verliep moeizaam. Hij was introvert, hield niet van nieuwe dingen en kwam op de basisschool in vreemde situaties terecht. Had hij bijvoorbeeld met vriendjes snoep gekocht van het statiegeld van bierflesjes. Maar - vroeg zijn moeder zich af - hoeveel flesjes moest je niet verzamelen voor zo'n grote zak snoep?

In groep zes liet De Groot hem testen. Tim bleek een IQ van 142 te hebben. Later kreeg hij ook de diagnose pdd-nos, een stoornis met kenmerken van autisme.

'Dat was lastig', zegt De Groot. 'Het ene vraagt uitdaging, het andere ritme en voorspelbaarheid. Gelukkig had de basisschool een plusklas. Daar knapte Tim van op.'

In 2013 ging Tim naar een regulier gymnasium. Daar maakte hij vrienden, maar zijn prestaties waren slecht. Tim vergat huiswerk op te schrijven, had moeite met woordjes leren en stond in de herfst voor acht vakken onvoldoende.

'Ze hadden hem beter moeten begeleiden', zegt De Groot. 'Hij moet iemand hebben die meekijkt als hij werkt. Maar dat kon de school niet bieden.'

Havo en vwo in Amsterdam

Zo moesten Petra de Groot en haar man voor beide zonen op zoek naar een nieuwe school. Het reguliere onderwijs was geen optie, nu ze gezien hadden hoe het Tim vergaan was. Het voortgezet speciaal onderwijs in Den Helder viel ook af, want hoger dan een mavo-diploma kun je daar niet halen.

Andere ouders uit de geschrapte studieklas wilden hun kinderen thuisonderwijs geven. Dat zag De Groot niet zitten. Dus werd het Amsterdam. 'Daar bieden ze havo en aansluitend vwo. Dat is precies wat we wilden.'

De zomervakantie naderde en er moest van alles geregeld worden voordat de jongens in een andere regio naar school konden. Niemand leek echter haast te maken. 'Ik dacht: potverdomme, straks hebben mijn kinderen allebei geen school.'

De Groot zocht steun bij onderwijsjurist Katinka Slump, die haar in contact bracht met Nieuwsuur. Kort daarna kon ze op gesprek komen en was het snel geregeld. Het samenwerkingsverband in Den Helder betaalt nu een bijdrage aan de school in Amsterdam. De vervoerskosten komen voor rekening van de gemeente Den Helder. Wel betaalt de familie De Groot de autoritjes van en naar het station. En de vier dagelijkse overtochten met het pontje.

'Had ik me niet zo ingespannen, dan had ik mijn kinderen pas na de vakantie kunnen aanmelden', zegt De Groot, die in die periode een burn-out opliep. 'In dat geval waren ze misschien op een wachtlijst gekomen. Wat hadden ze dan gemoeten?'

Veel expertise

Het rode autootje van Petra de Groot stopt voor het station van Anna Paulowna. Ze hebben nog 5 minuten, ze zijn ruim op tijd vandaag. De jongens lopen het donkere perron op, met hun tassen vol boeken, gymspullen en broodtrommels.

Het gaat goed op school, vertelt De Groot later. 'De mensen hebben daar veel expertise. Ze zeggen wat ze doen en ze doen wat ze zeggen. Ons vertrouwen in het onderwijs is weer een beetje terug.'

De jongens betalen wel een prijs. 'Vrienden hebben ze niet in Den Helder. En hun vrienden van school komen nooit deze kant op.'

Om 6.44 uur arriveert de trein. De Groot start de auto en rijdt terug naar huis. Aan het eind van de middag zal ze dit ritje nog een keer maken.

Het samenwerkingsverband Kop van Noord-Holland wil niet via de media ingaan op individuele gevallen.

De namen van Max en Tim zijn op hun verzoek gefingeerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden