Postuum: VVD-politicus Hans Dijkstal

Oud-VVD-leider Hans Dijkstal is zondag op 67­jarige leeftijd overleden in zijn woonplaats Wassenaar. Hij leed al geruime tijd aan kanker. Zijn overlijden werd maandag bekendgemaakt.

Jan Hoedeman

Op de golven van het liberalisme kwam de VVD-politicus Hans Dijkstal in 1982 in de Tweede Kamer. Hij was medeveroorzaker van een politieke aardverschuiving door in 1994 de kans te grijpen een paars kabinet zonder het CDA te maken, waarvan hij vicepremier werd.

Als lijsttrekker kreeg Dijkstal het in 2002 moeilijk door de toenemende polarisatie. De oud-politicus is zich nadien in interviews blijven verzetten tegen de tijdgeest van oneliners, hypes, mannetjesmakerij en polarisatie via de onderbuik. Hij beschouwde Rita Verdonk, Ayaan Hirsi Ali en Geert Wilders als politici met een splijtend effect op de samenleving, terwijl het dezer jaren alle hens aan dek is om de boel bij elkaar te houden.

Voor zijn politieke carrière studeerde Dijkstal drie jaar rechten, voordat hij een cursus assurantieagent volgde. Hij werd zelfstandig financieel adviseur die beleggingsproducten verkocht. Daar lag niet zijn passie.

Serieus plezier in zijn werk begon Dijkstal te krijgen toen hij vanaf 1974 als raadslid en wethouder voor de VVD de gemeentepolitiek van Wassenaar ontdekte. ‘Alles wat ik daarvoor deed, gaf niet de bevrediging die ik zocht’, zei hij later. In Wassenaar stond hij aan de wieg van het eerste paarse college van B en W in Nederland. Die ervaring zou hem later van pas komen bij het geheime overleg tussen politici van PvdA, VVD en D66, om af te tasten of er een kabinet zonder christen-democraten mogelijk was.

Als Kamerlid kwam hij in 1982 binnen op slippen van lijstrekker Ed Nijpels, die een enorme verkiezingszege boekte van 36 zetels. In de nieuwe fractie zaten latere paarse bewindspersonen als Annemarie Jorritsma, Frank de Grave, en Robin Linschoten. De ervaringen met het CDA sterkten deze politici in het voortzetten van het Des Indesberaad, waar werd geconspireerd om dat kabinet zonder christen-democraten te laten verrijzen. Daarmee bewoog Dijkstal zich op de linkerflank van de VVD, een positie die hij nooit heeft losgelaten.

Dijkstal fungeerde als bruggenbouwer in de politiek. Dat werd in 1994 al goed zichtbaar toen hij met een destijds vrij ongewone gelegenheidscoalitie een initiatiefwet maakte om werkgevers te verplichten meer allochtonen in dienst te nemen. Die wet maakte hij met Paul Rosenmöller (GroenLinks) en Louise Groenman (D66).

Groot was zijn teleurstelling toen in 1994 een eerste poging voor een paars kabinet mislukte; poging twee lukte wel.

Als minister van Binnenlandse Zaken liet hij geen grote indruk na. Maar zijn kwaliteiten als oliemannetje bereikten in zijn positie als vicepremier een hoogtepunt. Zijn vergadertechniek kwam hem van pas. In een kabinet waar twee politieke tegenpolen zaten die nooit eerder samen regeerden, was dat nuttig. Dijkstal in 1996 over de ministerraad: ‘Het is natuurlijk vaak spannend. Dan is het goed als iemand van tijd tot tijd een grap maakt. Dan is het even lachen geblazen en gaan we vervolgens weer een serieus onderwerp behandelen.’

De oorsprong van zijn lichtvoetigheid ligt in tragische gebeurtenissen. Dijkstal verloor twee van zijn kinderen. ‘Misschien dat ik nog vrolijker ben gaan doen dan ik van nature al was, omdat ik weet wat het is om gewond te zijn. Omdat wij onze portie gehad hebben. Veerkracht is belangrijk. Humor relativeert. Het risico is groot dat het leed je eronder krijgt. De kunst is dat niet te laten gebeuren.’

Humor werd zijn handelsmerk, maar het begon op zeker moment tegen hem te werken, zo merkte hij. Het beeld van de immer kwinkslagen makende saxofonist die tussen de bedrijven door regeerde keerde zich tegen hem. In weekblad Vrij Nederland zei Dijkstal dat er steeds, als het even politiek niet goed met hem ging, een foto van hem opdook met een grote cowboyhoed en een saxofoon. ‘Van zo’n foto gaat een eigen werking uit. Die kan ik niet meer in de hand houden. Hij komt telkens tevoorschijn.’

Tijdens het tweede paarse kabinet werd Dijkstal politiek leider van de VVD in de Tweede Kamer. Om zich te profileren ter rechterzijde, stuurde hij drie rechtse Kamerleden het veld in, om niet te hoeven doen wat hem niet paste. De strategie leek te werken.

In november 2001 dacht de politieke journalistiek nog dat de VVD de grootste partij zou worden. Dan was Dijkstal minister-president geworden. Maar de opkomst van Pim Fortuyn doorkruiste dat.

De VVD kreeg veel last van Fortuyn. Intern werd Dijkstal meegedeeld dat hij meer in ‘Jip-en-Janneke-taal’ moest spreken om meer kiezers te bereiken. Het dieptepunt was het televisieoptreden van Dijkstal en PvdA-leider Melkert met Fortuyn na de gemeenteraadsverkiezingen. Daar konden beiden hun chagrijn niet camoufleren. Ze feliciteerden Fortuyn niet met zijn overwinning. Dijkstal liep tijdens de uitzending al weg om naar huis te gaan.

Enige tijd later noemde hij groepen kiezers ‘verwende diva’s’. Dijkstals motivering: ‘Ze vinden dat de overheid zich niet met hen mag bemoeien, maar geven de overheid wel de schuld van alles.’

In de jaren daarna is Dijkstal blijven tamboereren op de gevaren van de beeldcultuur en de leegte van de mannetjesmakerij. Hij vond dat de politiek haar oren te veel naar de sentimenten van de kiezers liet hangen. Hij zinspeelde meermalen op een vertrek uit de VVD, maar deed het niet.

Hoe hoog de politiek spanningen ook opliepen, tijd voor jazz maakte Dijkstal als het maar even kon. Politici en kiezers die jaarlijks na de eerste week van juli het North Sea Jazz Festival bezochten, konden Dijkstal ontwapenend zien optreden als diskjockey, kundig interviewer en saxofonist. Jazz en politiek is beide improviseren, en die kunst verstond de liberaal. Gisteren werd Dijkstal gememoreerd als ‘ambassadeur van de jazzmuziek’. Internationaal vermaarde jazzmusici ervoeren hem als een prettige gesprekspartner, die wist waarover hij sprak. Ze keken verbaasd op, als ze achteraf hoorden dat ze zojuist door de Nederlandse vicepremier waren geïnterviewd.

De oud-politicus was een culturele duizendpoot. Hij zat verschillende boekenjury’s voor, was voorzitter van het Filmfonds en de Haagse toneelgroep De Appel.

Lange tijd prees Dijkstal zich gelukkig dat zijn gezondheid hem nooit in de steek liet. Uiteindelijk gebeurde dat toch – hij kreeg kanker. Tot op het allerlaatst streed Dijkstal. In een filmpje voor Binnenlandse Zaken verscheen hij eind 2009, terwijl zichtbaar was dat het hem zeer slecht ging. Dijkstal op de webcam: ‘Ik zit een beetje in de lappenmand.’

Hans Dijkstal (ANP) Beeld
Hans Dijkstal (ANP)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden