Postuum Doeschka Meijsing: Vonkend en bijtend de pijn te lijf

Van academisch tot meer warmbloedig, zo evolueerde de stijl van schrijfster Doeschka Meijsing, lesbisch van levenshouding.

Doeschka Meijsing Beeld anp

Zonder aankondiging wordt een vrouw verlaten door de vrouw die al twaalf jaar haar geliefde was. 'Alles was in korte tijd anders gelopen dan verwacht en gehoopt en dat herinnerde mij eraan dat wij van hetzelfde spul gemaakt zijn als waaruit dromen bestaan, omsingeld door de slaap.' De enige elementaire opdracht die ze zich in deze belabberde situatie stelt, is de kraan opendraaien - en weer dicht. 'Ik bekeek elk televisieprogramma en kwam tot de conclusie dat je het aanbod van twintig zenders in twee delen kon opsplitsen: dat van de schaterlach en dat van de angstaanjagerij, beide zaken die mij maar van mijn verantwoordelijkheid bij het gootsteentje af wilden houden.'

Aldus de vertelster in Over de liefde (2008), de laatste roman van Doeschka Meijsing, die maandagavond op 64-jarige leeftijd overleed aan de gevolgen van complicaties bij een zware operatie. Een vrouw die wordt verlaten (door vrienden of geliefden) en die in gedachten teruggaat naar haar jeugd, toen zij voor het eerst een verzengende verliefdheid beleefde, en die zich teweer hoopt te stellen tegen kwetsuren door een scherm van ironie op te trekken, en door hier en daar rake klappen uit te delen; in die openingsscène uit Over de liefde zit veel van wat Doeschka Meijsing typeert, al vanaf het begin van haar carrière die in 1974 begon met De hanen en andere verhalen.

Onzekerheden
Een vrouw alleen, 30 jaar, alleen in een hotelkamer in haar eigen stad Amsterdam, zo opent de roman De kat achterna (1977): ze heeft de onzekerheden uit haar jeugd geprobeerd te overwinnen door zich pontificaal te presenteren. Haar werk bestond uit het onderhouden van contact tussen speelgoedwinkels, meer in het bijzonder: die ervan te overtuigen dat een kind door de omgang met speelgoed ontdekkingen kan doen. Zo kwam ze ook op het idee voor een boekje met de titel De Wetten der Verbeelding, een geschiedenis van het speelgoed, vanaf de kiezelsteentjes in de oudheid, via de poppenhuizen in het Rijksmuseum, naar het heden.

Speelgoed als de drager van de verbeelding: 'Het idee verblufte me achteraf zo, dat het me bijna geniaal leek. Hoe was ik in godsnaam ooit op dergelijke grootspraak gekomen? Het treintje is geen treintje meer maar een rijdende opslagplaats van de fantasie. Ik moest er zo hartelijk om lachen op mijn hotelbed dat ik daar gauw mee ophield uit angst dat de bewoners van de ernaast liggende kamer zouden denken dat ik een uitbarsting van verdriet had.'

Academisch
Doeschka Meijsing studeerde theoretische literatuurwetenschap en schreef een zestiental boeken; voor februari 2012 stond haar nieuwe verhalenbundel Het kauwgomkind aangekondigd, die volgens uitgeverij Querido nog in onvoltooide staat verkeert. In de beginjaren van haar schrijverschap werd Meijsing gerekend tot de academisch gevormde schrijvers (Kellendonk, Matsier, Kooiman) die waren verbonden aan het tijdschrift De Revisor, en die anekdotiek en autobiografisch realisme verfoeiden ten gunste van dikwijls nogal klinische verhalen over 'werkelijkheid en verbeelding'.

In de loop der jaren werd Meijsings proza warmbloediger, tot ze er in 2002 zelfs toe overging een anekdotisch verhaal over haar familie te schrijven: 100 % chemie, met zinnen die losjes uit de mouw geschud lijken: 'Voor mijn moeder waren bacteriën en andere ziektekiemen wat voor de inwoners van het Imperium Romanum de Goten en Vandalen moeten zijn geweest. Ze vermoedde dat die dingen zich in groten getale verzamelden aan de grenzen van haar huishoudelijk rijk en elk moment konden binnenvallen onder het aanrichten van enorme vernielingen.'

Tachtigjarige oorlog
Onversneden autobiografisch, met dien verstande dat Meijsing door de omstandigheden gedwongen wordt het familieverhaal met haar verbeelding aan te lengen: haar moeder, met wie dochter Doeschka 'een tachtigjarige oorlog' heeft uitgevochten tot er een pacificatie werd bereikt, die in 1934 als 13-jarig meisje uit Duitsland naar Nederland kwam en haar kinderen lederhosen liet dragen waardoor ze gepest werden op school ('moffenkinderen'), laat namelijk niets wezenlijks los over het woelige verleden. De dochter moet haar reconstructie zelf op touw zetten, en de lezer gaat met haar mee terug, tot aan de overgrootouders: zo zijn we er getuige van dat een schrijver een eenheid smeedt, dat 'de werkelijkheid' niet bestaat maar wel geconstrueerd kan worden. Mits een architect aan het werk is die hoofd en hart gebruikt.

Altijd weer keerde Doeschka Meijsing terug naar haar jeugd. Ze werd geboren in Eindhoven en groeide op in Haarlem. Met haar jongere broer Geerten (1950) voerde ze al vroeg debatten over literatuur. In latere jaren hielden die twee elkaar nauwlettend in de gaten. 'Competitief is een erg geruststellende beschrijving' voor hun omgang, schreef Doeschka in 2003 in de Volkskrant, diepe angst (dat de ander beter was) en jaloezie kwamen dichter in de buurt. Waarop Geerten repliceerde: 'In haar 100% chemie behandelt ze de Duitse familie van moederskant. Die interesseert mij ook al lang - dat onderwerp is dus weggekaapt. Maar zij vergoelijkt dat zo: de vrouwen zijn voor mij, dan mag jij de nutteloze mannen doen.'

Twee jaar later schreven ze samen de dubbelroman Moord & Doodslag, althans: allebei een deel. Haar vrijbuiterij, die had de broer van zijn oudere zus geleerd ,'en de noodzaak je van je milieu los te maken.'

Levenshouding
Waag het niet lesbisch te zijn, liet haar moeder haar merken. Homoseksualiteit is niet alleen een seksuele voorkeur, maar een levenshouding, vond Doeschka Meijsing in 2002: 'het is voor mij altijd de rand van het gewone geweest. Lesbiennes van nu, die zo gewoon mogelijk willen zijn, daar komt niks creatiefs uit voort.'

Balanceren op de rand, dat was schrijven voor haar, en dat lukte haar het best in die twee boeken uit het afgelopen decennium, waarin ze de drama's en melodrama's van haar leven te lijf gaat met een stijl die vonkt en bijt, door een met grimmigheid doorschoten plezier: 100% chemie en Over de liefde. Voor dat laatste boek kreeg ze de AKO-prijs, de Opzij-prijs en de Bordewijk Prijs. Het verdriet had haar uiteindelijk een publiekssucces opgeleverd. Ze woonde de laatste jaren in Amsterdam boven haar ex-geliefde Xandra Schutte, en zorgde mede voor haar zoon. 'Het is goed zo.'

Bibliografie
1974 De hanen en andere verhalen

1977De kat achterna

1980 Tijger, tijger! (bekroond met de Multa tuliprijs 1981)

1982 Utopia of De geschiedenissen van Thomas

1982 Zwaluwen en Augustein

1985 Ik ben niet in Haarlem geboren

1986 Paard Heer Mantel (gedichten)

1987Beer en Jager

1988Hoe verliefd is de toeschouwer?

1990 De beproeving

1992 Vuur en zijde

1994 Beste vriend

1996 De angstige waakhond

1996 De weg naar Caviano

2000 De tweede man (genomineerd voor de AKO Literatuurprijs 2000)

2002 100% chemie (Tzumprijs voor de beste literaire zin 2003)

2005 Moord & Doodslag (samen met haar broer Geerten Meijsing)

2007 De eerste jaren

2008 Over de liefde (AKO Literatuurprijs, F. Bordewijkprijs, Opzij Literatuurprijs)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.