Postema haalt uit naar de Onderwijsinspectie bij zijn vertrek. Heeft hij een punt?

Voorzitter André Postema van het College van Bestuur van het Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO) staat de pers te woord bij het VMBO in Maastricht. De uitslagen van de centrale eindexamens van de leerlingen blijven toch geldig, tot 1 januari 2019. Beeld ANP

Met een verklaring vol kritiek op de Onderwijsinspectie stapt André Postema, de eindverantwoordelijke voor het examendebacle in Maastricht, alsnog op. Zijn vijf voornaamste grieven gewogen. 

Analyse Examendebacle Maastricht

Hij ligt al maanden onder vuur als eindverantwoordelijke voor het ­examendebacle op VMBO Maastricht. Maandag stapte André Postema op als bestuursvoorzitter van Stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO).

Volgens een nog niet verschenen rapport van de Onderwijsinspectie zou het bestuur van de scholenkoepel ­steken hebben laten vallen. Dat schrijft LVO zelf in een persbericht. De inspectie zou bovendien niet alleen bij het VMBO Maastricht maar bij ‘diverse andere scholen’ tekortkomingen hebben geconstateerd.

Het vertrek betekent een nieuw ­begin voor de scholenkoepel. Eind juni kregen 354 leerlingen van VMBO Maastricht te horen dat ze geen diploma zouden krijgen omdat ze de schoolexamens niet volledig hadden afgerond. Deelname aan het ­centraal examen is dan wettelijk niet toegestaan. Postema kreeg veel kritiek. Het werd hem kwalijk genomen dat hij aanbleef terwijl twee andere bestuurders wel moesten opstappen. Postema zelf meende dat hij zijn verantwoordelijkheid nam ‘om deze aangeslagen VMBO-afdeling in Maastricht weer veilig in de haven te krijgen’.

In de Eerste Kamer wankelde hij ook. Na kritiek vanuit zijn eigen PvdA legde hij het fractievoorzitterschap neer. Hij bleef aan als senator, maar staat bij de komende verkiezingen niet op de lijst.

Nu 319 leerlingen na een hersteltraject een diploma gehaald hebben, stapt Postema alsnog op bij VMBO Maastricht. Wie gedacht had dat zijn vertrek zou samengaan met kritische zelfreflectie, heeft het mis. Postema is boos en verdrietig, schrijft hij in een toelichting op zijn vertrek op Facebook. ‘Het is mij niet gelukt onze scholen te beschermen tegen een strafexpeditie van de inspectie en ik voel mij daarvoor verantwoordelijk.’

Verbijsterd is hij ook. ‘Over het feit dat de Inspectie eerst alle examens van VMBO Maastricht ongeldig verklaart en pas daarna met de school en het bestuur gaat kijken wat er nu precies aan de hand is.’ Het past in een patroon. In een interview in Nieuwsuur wees hij naar de docenten als boosdoeners. In een zelfevaluatie die de scholenkoepel later maakte schreef het bestuur volledig verrast te zijn door de chaos. Nu krijgt vooral de inspectie de schuld.

‘Dat vergoelijkende’, zucht leraar en publicist René Kneyber. ‘Dat was onderdeel van het probleem. Ook nu hij opstapt heeft hij niets verkeerd gedaan.’

1 Eerst ongeldig, toen weer niet

Niet alleen bij de leerlingen en hun ouders zorgde het voor veel woede, ook André Postema mopperde vanaf het begin op het crisismanagement bij de inspectie en het ministerie. Want waarom werden eind juni eerst alle cijfers voor het centraal examen ongeldig verklaard en bleek een paar dagen later dat sommige leerlingen alsnog hun diploma konden ophalen en veel anderen slechts een of twee hersteltoetsen hoefden te maken?

‘Dat steekt schril af’, schrijft Postema nu in zijn verklaring op Facebook, ‘tegen de mededeling van de inspectie en de minister van Onderwijs dat er sprake was van ‘duizenden tekortkomingen’ en dat de meeste leerlingen er rekening mee moesten houden dat zij het hele jaar over zouden moeten doen.’

Het klopt dat de vooruitzichten voor de leerlingen aanvankelijk niet best waren. Maar volgens de inspectie en het ministerie kon het niet anders. Ze moesten wel draconische maatregelen nemen, omdat de examenkandidaten een paar dagen later hun ­diploma kregen. Daarna was er niets meer aan te doen.

Ondertussen ging het onderzoek verder. Hoeveel toetsen hadden de leerlingen gemist bij het school­examen? Wisten ze zeker dat er geen fraude was gepleegd bij het centraal examen? Pas toen daar duidelijkheid over was, kon de minister met de hand over het hart strijken. Hij bood leerlingen de kans alsnog het schoolexamen te voltooien, zonder dat ze het centraal schriftelijk opnieuw hoefden af te leggen. Ook hoefden ze niet alle ontbrekende toetsen over te doen, maar kwamen er op maat gemaakte hersteltoetsen.

Was dat onzorgvuldig? René Kneyber meent van niet. Hij begrijpt dat de inspectie en het ministerie aan de noodrem trokken en vervolgens gekeken hebben wat er mogelijk was. ‘Postema verwijt de inspectie te doen waar hij zelf als bevoegd gezag verantwoordelijk voor was.’

2 Ook andere scholen hebben schoolexamens niet op orde

Het pta, daar draaide het allemaal om – het programma van toetsing en afsluiting. Daarin zaten hiaten, omdat veel leerlingen van VMBO Maastricht niet alle toetsen hadden gemaakt die ze voor hun schoolexamen hadden moeten maken.

André Postema verbaast zich er in zijn verklaring over ‘dat de leerlingen en de school zo hard zijn gestraft voor het niet voldoen aan het eigen programma van toetsing en afsluiting, daar waar de Inspectie dit nooit eerder heeft onderzocht – bij geen enkele school in Nederland’.

Bovendien suggereert hij dat veel andere scholen zich ook niet aan hun eigen pta houden. De schoolbestuurders die hij erover sprak, durfden dat in ieder geval niet te garanderen. ‘Dat is geen excuus voor de fouten die zijn gemaakt en de eindverantwoordelijkheid die het bestuur hiervoor draagt’, schrijft Postema. ‘Wel een relativering, temeer omdat er door de docenten op VMBO Maastricht te goeder trouw is gehandeld.’

Volgens economieleraar en columnist Ton van Haperen gaan andere scholen inderdaad ook soepel met het pta om. ‘Dan is een leerling ziek geweest en denkt de leraar: ach, die kan het wel hebben. Je maakt vaak oplossingen op maat. Formeel ben je dan in overtreding. Maar dit gebeurt overal.’

In zekere zin is er daarom sprake van rechtsongelijkheid, stelt Van Haperen. ‘Op deze ene school was toevallig een klokkenluider en dan volgen er maatregelen. Op scholen zonder klokkenluider gebeurt niets. Dat is voor een bestuurder wel pijnlijk.’

Ook René Kneyber heeft de indruk dat leraren op andere scholen niet altijd strikt het pta volgen. ‘Soms pas je het programma aan de leerling aan’, zegt hij. Maar dat gebeurt niet op de schaal waarop dat bij VMBO Maastricht gebeurde. ‘Daarom vind ik het raar dat Postema dit argument opwerpt.’

De VO-raad van schoolbesturen in het voortgezet onderwijs ontving tot op heden geen signalen dat deze problematiek op veel scholen speelt, zegt een woordvoerder. Verder wil de raad niet reageren, omdat er een onderzoek loopt naar schoolexamens op Nederlandse scholen door een onafhankelijke commissie. Dat onderzoek moet half december verschijnen.

De Onderwijsinspectie ondernam ‘een strafexpeditie’

Het is een van de gevolgen van het examenechec op het VMBO Maastricht: de inspectie doet onderzoek naar elf scholen van koepel LVO. Of, zoals Postema het noemt: ‘een strafexpeditie’. De inspectie wil weten of de kwaliteit van onderwijs op orde is, en of het bestuur en management daar genoeg zicht op hebben. Ook het handelen van het bestuur van de scholenkoepel wordt onderzocht.

Ook die rapporten verschijnen naar verwachting halverwege december. De inspectie wil daarom niet vooruitlopen op de resultaten. Postema doet dat wel. ‘Voor het uitbreken van de crisis bij VMBO-Maastricht kende LVO naar het oordeel van de inspectie geen zwakke, laat staan zeer zwakke scholen’, schrijft de voormalig bestuursvoorzitter. ‘Van deze bevindingen blijft nu weinig meer over.’

Op die uitspraken valt wel wat af te dingen. Zo begon de inspectie eind 2016 een onderzoek naar VMBO Maastricht omdat er veel klachten van ouders lagen. Eerder was de vmbo-basisafdeling al als ‘zwak’ bestempeld en onder verscherpt toezicht geplaatst.

Heinrich Winter kan zich desondanks wel wat voorstellen bij de klacht van Postema. Als de inspectie eerder nog heeft geconcludeerd dat de boel op orde was, ‘is het moeilijk te begrijpen dat de uitkomst nu anders is’. Winter is hoogleraar bestuurskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) en doet al jaren onderzoek naar toezicht in Nederland.

Dat de inspectie sinds deze zomer – mogelijk, want de rapporten zijn nog niet bekend – een kritischer oordeel heeft op een deel van de scholen van LVO, vindt hij tegelijkertijd niet vreemd. ‘De inspectie kan niet alles onderzoeken. Je hebt altijd te veel werk voor te weinig mensen, dus je moet een risico-inschatting maken.’

Zelf wil de Onderwijsinspectie zich niet expliciet uitspreken over deze kwestie, omdat er een extern onderzoek loopt naar het handelen van de organisatie rondom het VMBO Maastricht. Maar een woordvoerder wees de Volkskrant eerder al op de volgende cijfers: er waren dit jaar 211 duizend eindexamenkandidaten, verspreid over 635 scholen, op 1.400 verschillende vestigingen. Daar stonden 20 inspecteurs tegenover. De middelen zijn, kortom, beperkt.

Het onderzoek van de inspectie rammelt

Behalve kritiek op de uitkomst van de inspectieonderzoeken, hekelt Postema ook de manier waarop er onderzoek naar zijn scholen is gedaan. Hij vraagt zich af waarom de bevindingen van de inspectie nergens te herleiden zijn naar ‘traceerbare bronnen’, zodat het onderzoek gecontroleerd kan worden.

‘Typerend is’, schrijft Postema, ‘dat de inspectie zich naar eigen zeggen veelvuldig beroept op afgenomen interviews en ‘signalen’, maar de verslagen hiervan nooit aan de geïnterviewden ter verificatie heeft teruggelegd. Zij kan aldus putten uit een onbeperkte, selectieve en oncontroleerbare hoeveelheid indrukken, beelden en percepties, zonder aan te geven hoe representatief deze zijn, laat staan of er sprake is van feitelijk (on)juistheden’.

De inspectie laat weten dat er ‘in sommige gevallen’ gespreksverslagen worden gemaakt die aan de geïnterviewden worden voorgelegd. Bij de onderzoeken naar de scholen en het bestuur van het LVO is dat ‘vanwege de vertrouwelijkheid’ niet gebeurd, zegt een woordvoerder. Zo kregen medewerkers het gevoel dat ze vrijuit konden spreken.

‘Ik snap dat de heer Postema graag wil weten wie wat gezegd heeft’, zegt de inspectiewoordvoerder, ‘maar als wij verslagen maken die herleidbaar zijn, maak je het onderzoek heel kwetsbaar.’ De inspectie controleerde uitspraken van medewerkers in gesprekken met hun collega’s. ‘We hebben alleen conclusies opgeschreven die door meerdere bronnen bevestigd zijn.’ Waar nodig heeft de inspectie naar eigen zeggen in een tweede gesprek de informatie nog eens gecontroleerd.

Deze manier van werken in de ­onderzoeken naar de Limburgse scholenkoepel wordt meestal gebruikt bij vergelijkbare onderzoeken, aldus de inspectiewoordvoerder.

Het onderzoek naar de rol van de inspectie is niet onafhankelijk

Heeft de inspectie steken laten vallen – in de aanloop naar het examendebacle en bij de afhandeling ervan? De Auditdienst Rijk (ADR) doet daar onderzoek naar. Ook dit onderzoek moet halverwege december verschijnen.

Postema is er niet gerust op, schrijft hij in zijn verklaring. Hij stelt dat het onderzoek niet onafhankelijk is, omdat de inspectie zelf opdrachtgever is van het onderzoek en ‘dat zowel de vraagstelling als de onderzoeksafbakening’ door het ministerie is opgelegd. ‘Een dergelijke gang van zaken past niet in een rechtsstaat, waarin burgers, bedrijven en instellingen worden beschermd tegen willekeur en eigenrichting van overheidswege.’

Volgens het ministerie is het onderzoek van de ADR wel degelijk onafhankelijk. ‘De ADR bepaalt zelf de wijze van onderzoek en spreekt met de inspectie en waar nodig met partijen buiten de inspectie’, aldus een woordvoerder. ‘Dat rapport wachten we af.’

Heinrich Winter vindt het niet bij voorbaat verdacht dat de inspectie opdrachtgever is van een onderzoek naar het eigen functioneren. ‘In het algemeen is het in Nederland heel ­gebruikelijk dat organisaties zelf een extern onderzoek naar hun eigen functioneren aanvragen’, zegt de hoogleraar. ‘Dat getuigt juist van kracht en van zelfkritiek.’

Uit documenten die de Volkskrant verkreeg via een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) blijkt dat de inspectie al snel besloot tot zo’n onderzoek. Op 27 juni 2018 – nog voordat minister Arie Slob (Onderwijs) zal aankondigen dat de examencijfers van de gedupeerde leerlingen toch kunnen blijven staan – stuurt Monique Vogelzang een mail aan collega’s. ‘Nog iets’, schrijft ze. ‘Kun je contact met de ADR laten opnemen om te kijken of zij op korte termijn onze toezichthistorie kunnen evalueren?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.