Postbode fabriceert meesterwerk

Vastgoedontwikkelaars krijgen een spiegel voorgehouden in Hart van Glas (1999) van H. M. van den Brink. Internetwerkers, gesjeesd of niet, kunnen zich verkneukelen bij het autobiografische Blink (2001) van Francisco van Jole....

Al deze romans spelen op kantoren van nu, tussen faxen en e-mails. Ze zijn goed geconstrueerd en soepel geschreven. Met Van Jole en Vervoort valt er wat te lachen ook. Lekker leesvoer voor op lawaaiige stranden.

'Het tekort' verdient, vanwege raak kantoorjargon en enkele hilarische scènes, een eervolle vermelding. Een manager in marktonderzoek doorloopt een midlife-crisis en kampt met een blaaskaak . 'Er was weer eens een vraag weggevallen uit een onderzoek, en het gemak waarmee hij vanachter zijn kekke snorretje die nonchalance bagatelliseerde, bracht me tot de rand van razernij.'

Van een ander kaliber is De postbode (1993) van de Vlaming Koen Peeters. In deze surrealistische roman exploreert Peeters arbeid als levensvervulling. Hij doet dat zo symbolisch en poëtisch, dat de lezer de tekst langzaam moet indrinken. Op een door koeien beklingelde berghelling bijvoorbeeld.

De schizofrene ik-figuur is postbode tegen wil en dank. 'Ik ben postbode, eeuwige wandelaar. Mijn naam is Marchand, ik groet 's morgens de dingen.' De baan is onder zijn niveau. 'Ooit leek het leven meer te beloven, toen ik studeerde bijvoorbeeld.' Toch wil hij zijn werk betekenis geven. 'Dat die melige Marchand ook maar wat nuttigs doet, dat hij zijn kost verdient zoals iedereen. (...) Postbode werd ik, een nederig voetganger, maar toegewijd aan Hermes en Mercurius.'

Het nuttige beroep heeft een keerzijde. Marchand krijgt een hoop junkmail te bezorgen. Tot zijn ergernis moet hij huis aan huis felicitatiebrieven afleveren met 'U won 1 miljoen' op de envelop. Via een interne sollicitatie wordt hij assistent-publiciteitschef bij de posterijen.

'Plots zit je geschoren en welriekend in een snelle wagen, op weg naar een seminarie.' Het seminar is, helaas, een cursus direct-mail schrijven. Een archetypische bedrijfstrainer, Vogel geheten, draagt 'een rond, rood mutsje, waarop zijdelings twee witte vleugels staan ingeplant'. De man maakt geforceerde grapjes bij zijn overhead-sheets. Het obligate kennismakingsrondje en het Engelstalige jargon ontbreken niet.

Marchand houdt zijn betere baan niet lang vol. 'Dag na dag om den brode schrijven? Nee, brievenbussen zitten al vol genoeg. Ik vraag morgen permissie aan mijn baas en word weer postbode.'

In latere episodes kruipt de postbode geleidelijk in een agressieve rol. Thuis maakt hij pesterig drukwerk op maat. 'Wie een te blinkende auto koopt, bedenk ik met een kettingbrief waarin de zin zijn wagen ontvlamde en ontplofte.'

Peeters roert via Marchand niet alleen geldingsdrang aan, maar ook een calvinistisch arbeidsethos. De postbode wil productief zijn en volhardend en prijst de ascese van een dagelijks werkschema. Hij wil iets groots verrichten. Bewonderend memoreert hij kunstenaars en wereldhervormers die jong stierven en die 'achteraf beschouwd hun meesterwerk reeds hebben neergezet (...) Soms is een half leven voldoende om het beloofde te geven.'

Zelf doet Marchand er langer over. Pas als bejaarde voltooit hij zijn eigen, tastbare meesterwerk. 'Het leven zonder doel is een hersenschim. Wie niets zichtbaar maakt mag men gestoord noemen. Wie een huis bouwt is verdienstelijk.' In België werd dit boek bekroond. Hier schittert het voor maar 4,52 euro bij De Slegte.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden