Post uit Rio: sportverslaggeving is doorspekt van seksisme

Nederland is met de grootste olympische delegatie ooit naar Rio de Janeiro afgereisd. Ook de Volkskrant zit met vier journalisten in Brazilië. Mark van Driel, Robért Misset, John Volkers en Marjolein van de Water bloggen dagelijks over hun belevingen tijdens de Spelen. Post uit Rio. Lees ze hieronder terug.

Schippers loopt langs de media na de finale van de 100 meter. Beeld anp
Schippers loopt langs de media na de finale van de 100 meter.Beeld anp

Het eerste dat me opvalt in de wondere wereld van de sportverslaggeving, zijn de mannen. En dan heb ik het niet over de kwaliteit, maar over de kwantiteit. Hoewel ik tijdens de Spelen slechts zijdelings over sport schrijf, ben ik in het gelukkige bezit van accreditatie die me toegang verschaft tot de perstribunes van alle wedstrijden. Die tribunes zitten vol met mannen.

Bijna de helft van de deelnemende atleten in Rio is vrouw, onder de verslaggevers is dat percentage naar mijn grove schatting nog geen 20 procent. En dan tel ik ook de vrouwen mee die opgedirkt en hooggehakt het televisiepubliek vermaken als de mannelijke commentatoren even naar het toilet zijn. Want op Latijns-Amerikaanse televisiezenders worden rondborstige vrouwen nog altijd op grote schaal ingezet als pratende decorstukken.

Het is dus niet verwonderlijk dat de sportverslaggeving is doorspekt van seksisme. Neem de berichtgeving over Dafne Schippers. Brazilië's grootste krant O Globo noemde haar eergisteren 'de Nederlandse prinses'. De krant begint het artikel met een quote van de Spaanse journalist Carles Gallén: 'Lang, blond en knap, ze (Schippers) had haar brood kunnen verdienen als model. Met atletiek koos ze een minder glamoureuze activiteit. En het gaat haar geheel niet slecht.'

O Globo gaat verder: 'De oogverblindende Hollandse gaat inderdaad, en ze gaat heel goed. Ze prijkt niet alleen op alle lijsten van mooiste atletes ter wereld, ze is ook de op twee na snelste vrouw op de 200 meter uit de geschiedenis.' Arjen Uijterlinde, de Nederlandse consul in Rio de Janeiro, lijkt zich niet te storen aan de seksistische toon van het artikel. Integendeel, hij stuurde eerder vandaag een tweet met de krantenpagina: '#LetsGoOrange tonight! @DafneSchippers', schrijft hij erbij.

Ik zou Uijterlinde, die ik een aantal keer heb ontmoet, niet omschrijven als een seksistische macho man. Ik denk dat hij zijn tweet met goede intenties de wereld in stuurde, om zijn steun te betuigen voor de Nederlandse atlete. Waarschijnlijk vervult het de consul met trots dat Schippers in een Braziliaanse krant wordt geroemd. Misschien is het seksisme hem niet eens opgevallen.

Het artikel over Schippers is immers geen uitzondering. Mannelijke journalisten zien zich nog altijd genoodzaakt uitgebreid stil te staan bij de lichamelijke schoonheid van vrouwelijke atleten. Kwaliteitskranten wereldwijd maken lijsten met 'de mooiste atletes van de Spelen', en zoeken erotisch getinte foto's van de 'meisjes' uit om hun ranglijst kracht bij te zetten. Ze reduceren vrouwensport tot een parade van aantrekkelijke lichamen, en het publiek kijkt daar nauwelijks van op.

Onderzoekers van de Cambridge Universiteit toonden recentelijk het seksisme in de sportverslaggeving aan. Allereerst is vrouwensport nog altijd een ondergeschoven kindje. In de Britse media wordt drie keer zoveel over mannensport dan over vrouwensport bericht, zo bleek uit het onderzoek. En als een vrouw een belangrijke sportprestatie levert, weiden de media vooral uit over haar persoonlijke leven, haar kleding en haar uiterlijk.

De onderzoekers hebben ook gekeken naar de woorden die worden gebruikt in de berichtgeving. Bij vrouwen staan de woorden 'leeftijd', 'zwanger' en 'vrijgezel' bovenaan de lijst, bij mannen zijn dat 'snel', 'sterk' en 'groots'. Ik zal hier niet uitweiden over de fysieke kenmerken van de mannen op de perstribunes in Rio. Maar ik ben er zeker van dat niemand van hen grootser, sterker en sneller is dan Dafne Schippers. (Marjolein van de Water)

Quote

Mannelijke journalisten zien zich nog altijd genoodzaakt uitgebreid stil te staan bij de lichamelijke schoonheid van vrouwelijke atleten. Kwaliteitskranten wereldwijd maken lijsten met 'de mooiste atletes van de Spelen', en zoeken erotisch getinte foto's van de 'meisjes' uit om hun ranglijst kracht bij te zetten.

Schippers na haar halve finale op de 200 meter. Beeld anp
Schippers na haar halve finale op de 200 meter.Beeld anp

Het rumoer en geroezemoes rond Yuri van Gelder komen maar niet tot stilstand. Ook twee dagen na zijn vertrek, dat wij mochten vernemen uit een persbericht van NOC*NSF, is hij nog steeds het onderwerp dat alles overheerst hier in Rio. Ik weet waar jullie het over hebben, is een vaste grap in de catacomben van het turnstadion van Rio.

We hebben het voortdurend over Yuri, dat die zóóó dom kan zijn. Want het sentiment in Rio is anders dan in Nederland waar medelijden lijkt te overheersen en velen Yuri (voornaam is genoeg tegenwoordig) ‘zielig’ vinden. De arme jongen, wat doen ze hem aan. Van deze kant van de oceaan beredeneerd: hoeveel moeite heeft de KNGU zich niet getroost om deze ontspoorde topsporter – want dat mag je drang naar cocaïne toch wel noemen? – weer binnen de lijntjes van de sporthal te krijgen?

Het zijn er veel. Toen de bobo’s in 2010 door advocaat Cor Hellingman werden gedreigd met een schadeclaim wegens imagoschade, openbaarden ze Yuri’s bekentenis over terugval in cocaïnegebruik niet. Het werd ‘medische redenen van persoonlijke aard’. Niemand die het snapte. Of voorzitter Geukers dat aan mijn moeder wilde vertellen, als zij vroeg wat er toch aan de hand was met die jongens die zo lekker stil in de ringen kan hangen.

Ach, Yuri. Er kwam een overeenkomst. Er kwam voortdurende extra controles om hem maar te behoeden voor een terugval. Een haartest kwam er niet.

Het was allemaal begonnen met zijn eigen succes dat hem overspoelde en dat hij niet aan kon. Hij vertelde er vorig jaar over in Glasgow, achter een kop koffie. ‘Ik werd in 2005 Europees kampioen en ging daarna als favoriet naar de WK in Australië. Je wordt dan geleefd. Toen barstte de bom eigenlijk. Iedereen wilde wat van mij. Je gaat overal naar toe. Ik ben een jongen die moeilijk nee kan zeggen. Ik deed wel heel veel. Had misschien wel te veel hooi op de vork. Ik had die zogeheten schnabbels, demo’s. Het land in voor een optreden. Het motto was oogsten, als het koren rijp is. Ik heb me daarin misschien wel te veel laten gaan. Ik had er geen controle op.

Zo gaan die dingen. Een wereldkampioen als schnabbelaar, later bijna als scharrelaar toen hij zijn commerciële contracten verloor. Hij kon nooit naar Brazilië, naar de familie van zijn vriendin. Want hij kon de reis niet betalen gaf hij eerlijk toe.

Nu waren ze samen in Brazilië en verviel hij in oude fouten. We hadden hem willen interviewen na zijn geslaagde kwalificatie van zaterdag, maar hij was die avond toen bleek dat hij achtste was geworden naar de NOS-studio en keerde niet naar het stadion terug. Ook niet voor de journalisten die dat zo graag wilden. ‘Mijn vriendin is gekomen en ik ga de stad in’, sprak hij in de middag tegen verslaggevers (toen zijn eindresultaat nog niet bekend was). Het was een afspraak met desastreuze gevolgen. Te laat thuis, gedronken, niet getraind. We moeten het officieel allemaal nog vernemen, want NOC*NSF en de KNGU, de turnbond, willen niets preciseren.

Vrijdag komt er een rechtszaak. Dan komen er feiten op tafel. Tot dan zal het hier dooretteren. Deze eerste olympische week lijkt op die van Salt Lake City 2002 en Athene 2004. Toen ging het dagen door over verkeerde jurybeslissingen. Nu gaat het over een beslissing van de tweemans jury Hendriks & Gootjes van NOC en KNGU.

Quote

Het motto was oogsten, als het koren rijp is. Ik heb me daarin misschien wel te veel laten gaan. Ik had er geen controle op

Yuri van Gelder
Yuri van Gelder tijdens de kwalificatie turnen in Rio Beeld anp
Yuri van Gelder tijdens de kwalificatie turnen in RioBeeld anp
Volleybaltempel Maracanazinho in Rio. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant
Volleybaltempel Maracanazinho in Rio.Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

De Spelen in Rio zijn voor de media dagelijks ook een logistieke uitdaging. Op papier leek het te doen: in de namiddag van volleybaltempel Maracanazinho naar Deodoro voor de finale van Rugby Sevens voor vrouwen. Vanaf het station bij Maracana ruim een half uur met de trein. Maar de realiteit in Rio laat zich niet vangen in tijdschema’s.

Zodra we ons in de overvolle trein richting Santa Cruz hadden geperst, besefte ik dat ik het fotograaf Klaas-Jan van der Weij met zijn 16 kilo wegende tas niet had mogen aandoen. Ik ken de eivolle metro in Tokio met zijn befaamde 'proppers’ alleen van beelden. Nu ondervonden we aan den lijve dat de metro in Rio altijd meer mensen kan vervoeren dan je denkt.

Sprinten naar rugbystadion
Haringen in een ton is niet de adequate omschrijving van de op elkaar geplakte mensenmassa in deze metro. Met zijn Drentse humor wist Van der Weij er nog uit te persen dat hij gevoelsmatig aan de billen van tennisster Serena Williams was vastgekleefd. Maar in zijn tas zat voor duizenden euro’s aan camera’s, lenzen en ander fotomateriaal. Er zijn in Rio al fotografen om minder beroofd.

Vila Militar ligt recht tegenover de stadions voor hockey, rugby en paardensport. Maar bij die halte stopten we dus niet, op last van de politie was het station afgesloten. Lekker handig ook voor de toeschouwers. Bij de volgende halte worstelden we ons naar buiten.

Een taxi, nog een kilometer lopen en sprinten naar het rugbystadion voor een finale van twee keer 10 minuten tussen Australië en Nieuw-Zeeland. Van der Weij was net te laat en mocht pas in de rust naar binnen. Voor hem is tien minuten genoeg om schitterende foto’s te maken.

Toen de speelsters van Nieuw-Zeeland hun variant van de 'Haka’ opvoerden, mompelde Van der Weij dat hij uit Nieuw-Zeeland kwam. En daar lag hij op de grond. Prrrrrttt, weer een prachtige serie. Tijdens de afsluitende persconferentie vroeg ik de coaches en aanvoerders van Australië, Nieuw-Zeeland en Canada of Rugby Sevens niet gebaat was bij langere wedstrijden, uitgesmeerd over meer dagen.

Meewarige blikken en hoongelach waren mijn deel. Eigenlijk is twee keer 7 minuten al genoeg, zei de Canadese Jennifer Kish. Ik durfde niet te zeggen dat een weinig opwindende finale van 20 minuten onze urenlange helletocht niet had gerechtvaardigd. (Robèrt Misset)

Foto van Klaas Jan van der Weij van beachvolleybalster Van Iersel. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant
Foto van Klaas Jan van der Weij van beachvolleybalster Van Iersel.Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

'Moet je kijken, we leven in een dictatuur!' Ik zit aan de keukentafel bij David, een goede vriend, en hij laat me een foto zien op zijn Facebook muur. Ik zie personen gekleed in het Braziliaanse groengeel op de grond zitten met de handen op de rug. Militaire politieagenten staan ernaast met de geweren in de aanslag. 'Ze zijn het stadion uitgezet omdat ze tegen Temer demonstreerden', aldus David verontwaardigd.

De censuur tijdens de olympische wedstrijden is het gesprek van de dag deze dagen onder mijn vrienden, geen van allen bijzonder geïnteresseerd in sport en vrijwel allemaal fel gekant tegen de interim-president. Temer trad aan voor de duur van het impeachment proces tegen president Dilma Rousseff. De kans is groot dat zij eind augustus de definitieve nekslag krijgt, dan blijft Temer aan tot de verkiezingen in 2018.

De meeste Brazilianen zien dat niet zitten. Bijna tweederde wil dat er nieuwe verkiezingen komen. Slechts 15 procent van de bevolking is blij met Temer. En ze willen dat de wereld dat weet.

Zaterdag werd een man door de nationale garde weggesleept bij het handboogschieten. 'Weg met Temer', stond op het bord dat hij omhoog hield. Diezelfde dag, tijdens een voetbalwedstrijd tussen Frankrijk en de Verenigde Staten, vormden de t-shirts van negen personen de woorden 'Fora Temer', weg met Temer. Ze kregen de keuze: shirts uittrekken of stadion verlaten. Ze kozen voor het laatste.

Sprinten naar het rugbystadion
Het comité van Rio2016 heeft bevestigd dat politieke uitingen niet zijn toegestaan op de sportlocaties, ook niet als deze geruisloos zijn. Het is opvallend dat Rio2016 zich niet uitspreekt over het luide boegeroep en ander asociaal gedrag dat het Braziliaanse publiek vertoont bij de sportwedstrijden. Kennelijk vinden ze het opzettelijk afleiden en kwetsen van atleten minder ernstig dan het omhoog houden van een protestbord.

'Temer is de bevolking nu al aan het onderdrukken', tiert David, nog altijd aan de keukentafel. 'Moet je je voorstellen wat er gebeurt als hij straks definitief president is.' Een snelle google actie levert andere informatie op. Een wet die protesten in de stadions verbiedt blijkt ondertekent door Rousseff, vlak voordat ze op non-actief werd gesteld. 'Maar die wet gaat alleen over xenofobische en racistische uitingen', werpt David tegen. 'Deze censuur is tegen de grondwet.'

Ik googel de foto die hij me liet zien. Hij blijkt genomen tijdens een veiligheidsoefening van de militaire politie in juni. 'David, je moet niet alles geloven wat er op Facebook staat', zeg ik. Maar hij grinnikt alweer over iets anders en laat me een nieuwe foto zien. Een vrouw in een stadion houdt een bord omhoog: 'Weg met JeWeetWelWie.' (Marjolein van de Water)

Veel Brazilianen gebruiken de Spelen om hun ongenoegen te uiten over Temer. Beeld Marjolein van de Water
Veel Brazilianen gebruiken de Spelen om hun ongenoegen te uiten over Temer.Beeld Marjolein van de Water

Wielerverslaggeving. Dat is: eindeloos autorijden (van start tot finish, elke dag weer). Dat is: urenlang televisiekijken (de enige manier om de koers te volgen). Dat is: meer leugens aanhoren dan dragelijk is (over doping). Zo dacht ik er tenminste over na enkele jaren wielerverslaggeving, tussen pakweg 1998 tot 2003.

Zou het anders zijn bij een hernieuwde kennismaking, in Rio? Naar de Copacabana, de start en finishplaats van de olympisch wegwedstrijd, kan ik gelukkig lopen. De televisie is helaas nog altijd de belangrijkste manier om de koers te volgen: veel collega’s zitten onder opengescheurde kartonnen dozen die hen op de onoverdekte perstribune moet beschermen tegen de genadeloos hete zon.

En de leugens?

Wat moet je denken als je, zoals ik, in je hotelkamer tientallen minuten kijkt naar een kopgroep met een Rus die kennelijk al zijn dopingtests heeft doorstaan, mogelijk met behulp van de Russische onderminister van Sport. Moet je blij zijn als Vincenzo Nibali onderuit gaat in de slotafdaling? Hij rijdt immers voor ploegleider Aleksandr Vinokourov, een doortrapte fraudeur annex olympisch kampioen (2012).

Argwaan
En wat te doen aan de finish, voor het eerst oog in oog met de nieuwe generatie renners. Daar zitten ze: drie teleurgestelde Nederlanders, uitgemergeld als hazewindhonden en vriendelijker dan golden retrievers. Ze hebben verloren, dat scheelt. Het heikele onderwerp mag onbesproken blijven. Waarheid en leugen zijn ondergeschikt aan verdriet.

Maar ik kan de argwaan niet van me afschudden. Gelouterd door onaangename ervaringen met Michael Boogerd, Jeroen Blijlevens en andere ogenschijnlijk eerbare jongemannen kijk ik diep in de vermoeide ogen. Ik speur naar ongemakkelijke lichaamstaal. Ik vraag me in stilte af: En jij Bauke? En jij Steven? En jij Wout? Zijn jullie, net als Boogerd, in staat je integriteit te verkwanselen voor miljoenen euro’s?

Ik kan het me haast niet indenken nu ik tegenover deze kwetsbare mannen sta. Dit is wat ik bij mezelf bespeur aan het strand van de Copacobana, waar de armste inwoners van Rio het leven hartstochtelijk vieren: een verlangen naar goedgelovigheid. (Mark van Driel)

Bauke Mollema, uitgeteld na de olympische wegrit Beeld ANP
Bauke Mollema, uitgeteld na de olympische wegritBeeld ANP

We schreven het in de zaterdagkrant, verstopt in 300 woorden, maar het is groot en behoorlijk slecht nieuws uit Rio voor de Nederlandse olympische topsporter. Op 31 december moet hij of zij de sleutels van zijn Volkswagen Golf, Polo dan wel Up inleveren. Het vervoersfeest is voorbij, want het NOC*NSF, onze nationale olympische organisatie, mag volgens olympische exclusiviteitregels geen contract meer hebben met een automerk, een mobiliteitsmerk zoals dat in dure marketingtermen heet.

Directeur Gerard Dielessen van NOC*NSF zei dat zijn sporters dan een fiets van importeur Pon zouden krijgen, maar dat is toch uit de tijd van Fanny Blankers-Koen die een fiets kreeg toen zij viermaal olympisch goud had veroverd. Een fiets, ja. 1948. Er waren nog geen sponsors, er waren alleen maar aardige bewoners van een stad die een bedrag lapten om iets leuks voor een geweldige sportvrouw te kopen.

Dielessen kwam ook nog met het idee om de NS, de Nederlandse Spoorwegen, weer iets nadrukkelijker op te nemen in de sponsorfamilie van het NOC. Die familie heet Pins, Partners in Sport. Het is loffelijk, want het is duurzamer transport, maar de sporter die van training naar huis naar verzorging naar restaurant kachelt is maar wat blij met die Golf, Polo en Up waar op de deur het NOC*NSF-logo prijkt.

Balen
We mogen de sporters in Rio niet enquêteren over zoiets futiels dan wel belangwekkends als die auto die zij hard nodig hebben in het dagelijks bestaan, maar ik geef de lezer op een briefje dat velen ervan zullen balen. Dielessen zei dat hij bezig was met een opvolger voor Volkswagen, maar die mag alleen maar Toyota heten. Vanwege die exclusiviteit. Als Volkswagen Toyota wordt, zal dat die sporters overigens echt niet uitmaken.

Toyota is het grootste automerk van de wereld en voor acht jaar verbonden met het IOC, het Internationaal Olympisch Comité. Dat slokt toch al veel te veel sponsorgeld op, maar de gevolgen van het aantrekken van een autosponsor zijn wel erg verstrekkend. Overal zullen contracten tussen nationale comités en automerken moeten worden verbroken. De schade is op de werkvloer heel wat groter dan de miljoenen die naar het IOC gaan om daar zogenaamd de sport in de wereld mee te stimuleren.

Terug naar de oertijd?
Nog even over Toyota. Dat heeft volgens Dielessen weinig trek in het sponsoren van Nederlandse sporters. Toyota Nederland wil niet, Toyota International spreekt ook een andere taal dan de Nederlanders. Als dat wijd en zijd bekend wordt, kan dat ernstige antireclame betekenen voor het automerk dat tussen 2002 en 2009 750 miljoen dollar per jaar in een mislukt Formule 1-avontuur stak. Dan moet een miljoentje of vijf voor vier Nederlandse sponsorjaren, inclusief de aanlevering van zo’n 300 Aurissen, toch ook te doen zijn?

De Nederlandse topsport moet, na terugkeer uit Rio, maar eens zijn mond roeren over de terugkeer naar de dagen van voor 1988, toen Audi en daarna Volkswagen de nationale atleten een lekker karretje onder de kont zetten. Dat heet terug naar de oertijd, hoe graag het NOC*NSF zijn sporters ook duurzaamheid wil bijbrengen. (John Volkers)

Een Volkswagenauto voor atleten in 2004. Beeld anp
Een Volkswagenauto voor atleten in 2004.Beeld anp

De olympische droom van de tafeltennissters volg ik journalistiek op royale afstand en als echtgenoot van bondscoach Elena Timina van zeer dichtbij. Het blijft voor ons een vreemde gewaarwording, voor de derde keer samen op de Olympische Spelen en toch ook gescheiden. Zij met de ploeg in het olympisch dorp, ik in een hotel achter het strand van de Copacabana. We zullen elkaar weinig zien, het werk gaat voor.

In 1996 speelde Elena op de Spelen van Atlanta nog voor Rusland, met haar dubbelspelpartner en tafeltenniszusje Irina Palina. De Russische verdedigsters wonnen van het Nederlandse koppel Bettine Vriesekoop/Emily Noor en ik juichte in stilte. In 2008 keerde Elena in Peking terug op het olympische podium, nu met een Nederlands paspoort.

Het was een bizarre ontwikkeling, die ik in 1993 bij mijn eerste bezoek aan haar ouders in Moskou nooit had voorzien. Rusland was een land in transformatie, het communistische juk van de Sovjet-Unie was afgeworpen. Je proefde het optimisme tijdens de vele barbecues met Russische vrienden. Ze mochten de zo subtiel verwoordde protestsongs van de beroemde volkszangers Vladimir Vissotski en Boelat Ogoedzjava eindelijk hardop meezingen.

Ruim twintig jaar later heeft Elena een ander beeld van Rusland, waar president Poetin de dictatuur van zijn communistische voorgangers kopieert en doping (opnieuw) tot staatsdoctrine werd uitgeroepen. Elena kwam vorig jaar haar vaderland niet eens meer in, omdat haar Russische paspoorten (binnenland en internationaal) waren verlopen. Ze kon haar team niet coachen op het EK. Het voelde als een gestrekte middelvinger voor een vrouw met de hoogste sportonderscheiding in Rusland.

Russische identiteit
Haar Russische identiteit is nu zorgvuldig verborgen in haar ziel. Elena is trots op haar oranje shirt, de vier Europese titels met het Nederlandse landenteam en de medailles in het dubbelspel met Li Jie. In Rio is Elena op haar vijfde Spelen een coach met een missie.

Een olympische medaille is niet alleen het gedroomde afscheid voor de 43-jarige Li Jiao, het zou tevens een eerbetoon zijn aan het succesvolle integratiebeleid in de Nederlandse topsport. Bij ons huwelijksfeest in 1994 in Moskou zei de voorzitter van de Russische tafeltennisbond: 'Je hebt haar gestolen van Rusland, maar ze blijft van ons.'

De Russische hartstocht en melancholie zijn inderdaad diep verankerd bij Elena. Maar het zou de ultieme beloning zijn na een prachtige carrière als ze in Rio met haar ploeg tafeltennishistorie kan schrijven voor Nederland. Als het lukt, zal ik dit keer niet in stilte juichen. (Robèrt Misset)

Li Jiao en Elena Timina in actie Beeld anp
Li Jiao en Elena Timina in actieBeeld anp
De Nederlandse tafeltennisster Li Jie (L) knuffelt met bondscoach Elena Timina nadat ze goud heeft gewonnen op de Europese Spelen. Beeld anp
De Nederlandse tafeltennisster Li Jie (L) knuffelt met bondscoach Elena Timina nadat ze goud heeft gewonnen op de Europese Spelen.Beeld anp

De Spelen moeten nog beginnen en Rio 2016 wordt in de media al afgeschilderd als 'Atlanta 2.0'. De Spelen in het Amerikaanse Atlanta in 1996 waren inderdaad de slechtst georganiseerde ooit. Chaos troef, een logistieke ramp. Dat beeld ontstaat ook na enkele dagen in Rio de Janeiro.

De nieuwe metrolijn naar Barra is alleen geopend voor de'olympische familie', maar het eindpunt werd niet gehaald. Wie het vervoer voor de media in Rio wil doorgronden, moet hogere wiskunde hebben gestudeerd. En na twee ritjes in metro, bus of trein blokkeert je kaart. Vrij reizen als bij voorgaande Spelen is een dispuut tussen het organisatiecomité en het vervoersbedrijf van Rio.

Schrik niet als je vanaf de Copacabana twee uur nodig hebt om in het Main Press Centre te komen. Niet alle bussen mogen gebruikmaken van de 'olympische' rijbanen in Rio. Het grootste perscentrum is niet berekend op de komst van 5.000 journalisten. De rij voor het restaurant is zo lang dat de Volkskrant-equipe al snel besluit bij het ontbijt in het hotel tevens broodjes te smeren voor de lunch.

De voor omgerekend 140 euro aangeschafte kabel voor het internet is net zo onbetrouwbaar als de aanwijzingen van de vrijwilligers, die een sticker 'I speak English' op hun shirt dragen. Veel verder dan die drie woorden komen ze vaak niet, al maakt hun glimlach veel goed.

Aan alles is ook te zien dat hockey een sluitpost is op het olympische programma. Het hockeystadion van Rotterdam heeft meer allure dan het onderkomen in de arme buitenwijk Deodoro. Het perscentrum ligt te ver  van het hockeystadion. We zullen onze verhalen moeten schrijven op de perstribune en bidden dat het internet niet uitvalt op deadline. Maar als de sporters niet klagen over de povere omstandigheden in het olympisch dorp, waarom wij dan wel?

Je kunt van alles beweren over Rio, de stad die twee jaar na het WK voetbal in Brazilië zijn hand heeft overspeeld met de organisatie van de Spelen. Het worden Braziliaanse Spelen, zegt een collega van omroep Globo. En lachend: 'Ik hoop dat geduld je beste eigenschap is.'

Het tegendeel is waar. (Robèrt Misset)

De nieuwe metrolijn naar Barra is alleen geopend voor de'olympische familie', maar het eindpunt werd niet gehaald Beeld anp
De nieuwe metrolijn naar Barra is alleen geopend voor de'olympische familie', maar het eindpunt werd niet gehaaldBeeld anp

Hij staat lonkend vlak voor mijn eigen werkplek, verankerd op een soort van campingtafeltje. De printer, van het onbekende merk Ecosys dat daarom is afgeplakt met een stukje Duct-tape, zou deze middag mijn ruwe interviewtekst moeten uitspuwen. Dat doet hij niet, na vergeefse pogingen van mijn kant.

Ik had een uitgeprinte instructie gekregen van het helpdesk van dit MPC, het perscentrum van het Olympisch Park van Barra. In die handleiding stond dat ik na het versturen van de tekst in PDF-vorm mij op een website moest begeven die begon met myprint. Inderdaad voor eventjes mijn eigen printer. Maar dat zat toch anders.

De website antwoordde me negatief. Met de tekst 'deze site is niet bereikbaar'. Want: 'Het DNS-adres van de server van myprint.rio2016.com kan niet worden gevonden.'

Huh, ik schrik toch weer even. Enfin, deze journalist na de zoveelste technische tegenslag in deze helse dagen vlak voor de Spelen terug na de helpdesk. Overigens niet na nog drie keer dezelfde link in mijn browser te hebben geplakt. Vergeefs. Bij de balie, overbezet met klagende journalisten die niets snappen van het gebrek aan Braziliaans organisatietalent, laat ik weten dat ik wel iets fout gedaan zal hebben bij het invoeren van de site in mijn laptop computer. Domme ik. Zeg ik.

'Het werkt niet'
Het internet is als stroop in de winter. 'Het werkt niet, meneer', zegt de Braziliaanse dame in al haar eerlijkheid en deemoed. De site bestaat niet. Het is niet voor elkaar gekomen. 'U had dit instructiepapier helemaal niet mogen krijgen. Want het werkt niet', bekent ze nog eens eerlijk.

Welkom in Rio de Janeiro waar de mensen aardig zijn, maar waar geld en menskracht ontbreken om een mega-organisatie als voor de Olympische Spelen in orde te brengen. Het internet is als stroop in de winter. Wie een LAN-kabel aanschaft is niet verzekerd van een vlottere stroom, om nog eens een inside klacht te publiceren, maar er zijn ook eenvoudige zaken mis. Helaas.

In de perszaal is geen fles water verkrijgbaar. Net als het eten is dat slechts verkrijgbaar als je een half uur in de rij gaat staan in het persrestaurant, waar tv-personeel zijn lunchbonnetjes komt omwisselen. In de perszaal staan voor soms tweeduizend journalisten twee containers met koffie. Die zijn vooral leeg. De snoepautomaat accepteert de creditcard van Visa niet meer.

Geen noodles
In de middag nog meer paniek, als de waterkoker niet langer werkt. Er komt slechts koud water uit. Chinezen en Japanners dribbelen nerveus rond, ze kunnen geen thee maken en ook hun bekers met noodles niet vullen met heet vocht.

Twee uur later kunnen we weer water koken. 'Na de thee werden de bordjes verhangen', zo denk ik aan een standaard zin uit het voetbalverslag van de jaren vijftig. We kijken nu al uit naar het betere spel in de tweede helft van deze Spelen in Rio.

O ja, die printer blijft vooralsnog gewoon staan. Als er op een dag een velletje papier uitkomt, zullen we onze vlag met vijf ringen hijsen. (John Volkers)

De laatste werkzaamheden aan het Holland Heineken House in Ipanema voorafgaand aan de Olympische Spelen in Rio Beeld anp
De laatste werkzaamheden aan het Holland Heineken House in Ipanema voorafgaand aan de Olympische Spelen in RioBeeld anp
Quote

U had dit instructiepapier helemaal niet mogen krijgen. Want het werkt niet

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden