Post-Lennon

Jaren zwierf Hunter Davies over de aarde om mensen op te zoeken die ooit een brief hadden gekregen van John Lennon. Al die brieven en kattenbelletjes (258) zijn nu verzameld in een boek.

ohn Lennon was vast een enthousiast twitteraar geweest. 'Had hij nog geleefd, dan weet ik zeker dat hij actief was geweest met sociale media. John greep altijd direct naar de pen. Boos, blij of verontwaardigd? Dan pakte hij niet zoals veel muzikanten de gitaar, hij ging ook niet achter de piano zitten. Nee, hij schreef het van zich af. Hij had ook echt lol in schrijven, heeft hij me wel eens verteld.'


Hunter Davies (76) zit achter zijn bureau in zijn werkkamer. Hij is net terug van een wandelingetje in de buurt, het Londense Kentish Town. 'Schrijver Julian Barnes laat hiernaast in het park altijd zijn hond uit en om de hoek woont politicus Ed Miliband. Interessante buurt hier hoor, wie weet schrijf ik er nog wel eens een boek over.'


Davies woont er al jaren met zijn echtgenote en schreef er een flink deel van zijn veertig titels tellende oeuvre. 'Boeken over van alles en nog wat, meestal geschiedenis, veel voetbal en natuurlijk dat Beatles-boek.'


The Beatles van Hunter Davies verscheen in 1968 en staat te boek als de enige geautoriseerde band-biografie van de Fab Four. Davies zegt er nog altijd een beetje trots op te zijn, al geeft hij onmiddellijk toe dat-ie ook wel een beetje de juiste man op het juiste tijdstip was.


'Ik weet nog goed dat ik in 1966 met iemand van mijn uitgeverij langs Beatles-manager Brian Epstein ging om de contracten te regelen. Ach, zei Epstein, laat ik er meteen maar bij zetten dat na jouw boek de eerste twee jaar niemand anders toestemming krijgt om een boek over mijn jongens te schrijven.'


Davies had geluk. Zijn boek, dat tot op de dag van vandaag altijd in druk is gebleven, verscheen in 1968. Twee jaar na de door Epstein vastgestelde periode, bestonden de Beatles niet meer. Davies zelf had zijn interessegebied toen ook al verlegd. 'Ik ben andere dingen gaan doen. Met Paul (McCartney) heb ik altijd een goede band gehouden, hij was destijds ook mijn voornaamste contactpersoon, Ringo (Starr) vond ik sympathiek, maar niet zo belangrijk. Aan George (Harrison) had ik eigenlijk niks. Die was in 1967 al helemaal niet meer met de Beatles bezig, ik had het idee dat hij er eigenlijk het liefst uit wilde om zich definitief in India te vestigen.'


En John? 'Aardige, wat drukke man. En weet je, ik had al snel goed contact met Yoko, die net in die tijd in zijn leven opdook. Dat heeft me tot op de dag van vandaag geholpen. Ze is lastig en veeleisend, maar op e-mails of telefoontjes van mij antwoordt ze altijd vrij snel.'


Ook toen Davies haar voor het eerst benaderde met het idee eens wat te gaan doen met de correspondentie die Lennon heeft achtergelaten. 'Jaren geleden had ze daar nog helemaal geen zin in. Maar in 2010 had ze er ineens wel oren naar. En zonder haar toestemming kon ik niet aan de slag.'


Niet dat Yoko Ono ook maar één brief van haar vermoorde man bezit. 'Schrijven deed hij haar nooit, ze belden de hele dag. Ook toen hij midden jaren zeventig een tijd in Los Angeles ging wonen, met een andere vrouw, bleef hij haar bellen. Maar schrijven? Nee.' Maar, legt Davies uit, zij bezit wel de copyrights. 'De brieven die John verstuurd heeft, zijn weliswaar eigendom van de geadresseerden, zij mogen er ook in handelen wat ze willen - er desnoods tonnen voor vragen - maar ze mogen er niks uit publiceren. Daarvoor moeten ze toestemming krijgen van Yoko.'


Op het idee van een brievenboek kwam Davies al in de jaren tachtig. 'Zelf bezit ik twee brieven van Lennon aan mij. Ik heb me altijd afgevraagd wat ik ermee kon doen. Ik kon ze mijn bezoek laten lezen, verbranden of verkopen bij Sotheby's, maar publiceren mocht niet.'


Eind jaren tachtig kreeg hij een catalogus van een veilinghuis in handen, waarin een brief van Lennon werd aangeboden. 'Verrek, dacht ik, een paar honderd pond voor een brief. Daar zit handel in.'


Davies ging de catalogi volgen, en ze later zelfs met terugwerkende kracht verzamelen. 'Het bestaan van veel brieven kwam ik alleen te weten dankzij dergelijke catalogi. En zij mochten als enige wel brieven afdrukken, dus ik heb er nu ook nog veel aan gehad. '


Davies werd met de jaren enthousiaster, maar ook gefrustreerder. Niet alleen werden de brieven mogelijk te kostbaar en leken ze steeds vaker te verdwijnen in niet traceerbare privécollecties, ook stierven Lennons tijdgenoten langzaam uit, en met hen verdwenen de brieven mogelijk ook. 'Gelukkig kwam Yoko twee jaar geleden met haar toestemming. Toen kon ik aan de slag. Gewoon beginnen bij de mensen uit zijn directe omgeving. Iedereen vragen of ze brieven van Lennon hadden ontvangen en wat daarmee was gebeurd. Yoko had niks, Paul had twee brieven die volgens hem zo persoonlijk waren dat hij die voor zichzelf wilde houden.'


De brieven aan McCartney waarover Davies nu wel beschikt, heeft hij van anderen. Brieven waarop Yoko Ono geen censuur heeft toegepast. Lennon trekt erin, vooral in 1970 en 1971, behoorlijk van leer tegen McCartney. Zoals overigens ook tegen anderen die hem en vooral zijn nieuwe liefde niet welgezind zijn.


'Lennon was paranoïde in die tijd. Hij had het gevoel alsof iedereen hem de schuld gaf van het uiteengaan van de Beatles, wat niet waar was, en dat niemand Yoko wilde accepteren, wat wel waar was.'


Berucht in de Beatles-geschiedschrijving is één brief die Lennon in 1971 aan Paul en zijn echtgenote Linda Eastman schreef. Het in het boek als facsimile afgedrukte epistel staat te boek als de John Tirade, maar is volgens Davies nooit verstuurd. 'Lennon ging tekeer tegen zijn oude maatje, zoals hij dat vaker deed, maar meer om alles van zich af te schrijven. Dan stopte hij zo'n brief weer weg en dook hij jaren later ineens op in een catalogus van een veilinghuis.'


Die catalogi zijn, als gezegd, belangrijk gebleken voor Davies' speurwerk. Hij kwam diverse verkopers en kopers op het spoor, met vaak schrijnende verhalen. Neem Sandra Clark, die als 14-jarige een brief aan haar held stuurde met de vraag of deze getrouwd was. Officieel had Lennon het nooit naar buiten gebracht, maar in de brief die hij haar in oktober 1963 schreef, bekende hij doodleuk, en dus voor het eerst, dat de naam van zijn vrouw Cindy was.


'Jaren later, toen deze Sandra Clark zelf getrouwd was en drie kinderen had, gingen bij haar eens tegelijk de wasmachine en het fornuis kapot. Er was geen geld voor vervanging, dus bracht ze haar brief naar Sotheby's.' De brief bracht 440 pond op, genoeg voor een nieuwe wasmachine en aanbetaling voor een fornuis. 'Maar een schijntje vergeleken met wat deze brief nu zou opbrengen, dat loopt in de tienduizenden euro's.'


Veel geld, ook omdat de inhoud enig historisch gewicht in de schaal legt, want nooit eerder had Lennon toegegeven getrouwd te zijn. Maar hoe zit het met het belang van andere brieven?


Davies is de eerste om toe te geven dat er weinig echt nieuws te vinden is in de correspondentie van Lennon, die in 285 genummerde brieven, kaartjes, lijstjes en kattenbelletjes in het boek is opgenomen. 'De feiten zijn bekend, maar er zijn wat interessante voetnoten. Zoals dat kaartje dat hij aan zijn eerste zoon Julian stuurde. Daarop staan tekstregels van het later op plaat verschenen Beautiful Boy. Altijd is gedacht dat John dit schreef voor zijn tweede zoon, Sean.'


Wat het boek in de woorden van Davies bijzonder maakt, is dat ook goed te zien is hoe Lennon zijn post bewerkte met allerlei tekeningetjes en versiersels. 'Een brief of kaart was bij hem nooit een verzameling woorden alleen. Ik denk dat hij als twitteraar ook veel foto's en filmpjes zou hebben verstuurd.'


Natuurlijk had Davies gehoopt dat ergens een stapel met brieven was opgedoken, een correspondentie waarvan tot nu toe niemand weet had. Dat is niet gebeurd, maar Davies is zeer verheugd met de nooit eerder geraadpleegde brieven die Lennon schreef aan zijn nichtje Leila. 'Die zijn persoonlijk en openhartig. Zij was arts, en John vroeg haar geregeld om advies en vertelde zonder zijn gebruikelijke overdrijvingen veel over zichzelf.'


Ook verheugd is Davies met de boodschappenlijstjes die Lennon in de laatste jaren van zijn leven aan zijn persoonlijk assistent gaf. 'John wilde in 1979 de deur niet meer uit om een boodschap te doen. Hij werd te veel lastiggevallen in winkels, en had bovendien het gevoel dat de FBI hem volgde. Dus stuurde hij zijn bedienden om een boodschap. Vaak is gedacht dat John de laatste jaren van zijn leven doorbracht als een kluizenaar die niets met de buitenwereld te maken wilde hebben. Aan deze lijstjes kun je aflezen dat hij goed op de hoogte was van film, muziek en literatuur.'


Lennon bestelt in 1979 de nieuwe plaat van David Bowie, de net verschenen roman Bocht In De Rivier van VS Naipaul en toont zich enthousiast over Woody Allen en de disco-escapades van Blondie.


'Ik weet echt zeker dat er nog veel moois van hem was gekomen, hij studeerde veel thuis en had allemaal nieuwe creatieve plannen. Maar ja, toen werd het 8 december 1980 en werd hij doodgeschoten.'


Hunter Davies:Lennons Brieven. Spectrum, (paperback), 352 blz. € 24,99.


John Lennon ontpopt zich in zijn kleine driehonderd kaartjes en brieven een enkele keer als een onverbeterlijke sarcast, die doet denken aan W.F Hermans. Zoals in brief 210, een antwoord op een verzoek van EMI om hernieuwing van het contract: 'Ja, het was een mooie ouwe tijd die we in de 60's hadden... Maar niet te oordelen naar jouw 'aanbod'... (ik zou er een ander woord voor hebben kunnen bedenken). Bedrijfsvisie houdt, zelfs niet na al die jaren, nooit op me te verbazen! Ik geniet van mijn gezin'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden