Positieve discriminatie

BIJ gelijke kwalificatie wordt de voorkeur gegeven aan een vrouwelijke kandidaat. Dit soort mededelingen staat al zeker twintig jaar in advertenties waarin vacatures voor academici worden aangekondigd....

In het begin was de motivatie voor deze positieve discriminatie vooral van ideologische aard. Nederland liep hierbij in Europa voorop. Progressieve politici vonden dat vrouwen te lang op oneigenlijke gronden de toegang tot deze banen was ontzegd.

Voorzitters van benoemingscommissies voor hooglerarenposities wisten in die tijd dat ze heel erg moesten oppassen met de uiteindelijke voordracht van geschikte kandidaten. Als er op die voordracht een vrouw voorkwam, zou zij door de universiteit worden benoemd, op welke plaats ze ook stond.

Twintig jaren van deze getuigenispolitiek hebben weinig opgeleverd. Vrouwelijke hoogleraren zijn nog steeds sterk ondervertegenwoordigd. En niet alleen in Nederland.

In de Verenigde Staten wordt over deze achterstandssituatie regelmatig gediscussieerd. Sociologen, psychologen, wetenschapshistorici, allemaal mogen ze hun visie geven. Ook die paar vrouwen die het wel gemaakt hebben, wordt voortdurend om hun mening gevraagd.

Vooral de wereld van de natuurkunde en de ingenieurswetenschappen maakt zich druk om de afwezigheid van vrouwen. Niet omdat die wetenschappers ineens zo in vrouwen zijn geïnteresseerd. Integendeel, het gebeurt uit schaamte. Die vakken hebben veruit de slechtste scores wat betreft het percentage vrouwen onder hun beoefenaren.

De politiek gemotiveerde positieve discriminatie uit de jaren tachtig is stilgevallen in deze zakelijke tijd. Maar er ontstaat momenteel een nieuwe golf van positieve discriminatie in de exacte vakken. Eén waarbij Nederland zeker niet voorop loopt.

Zelfs het oerconservatieve Zwitserland is actief geworden om meer vrouwelijke hoogleraren te krijgen op zijn elite-instellingen, zoals de ETH in Zürich. Deze tweede golf van positieve discriminatie zou wel eens heel effectief kunnen blijken. De motivatie is deze keer namelijk niet ideologie, maar goedbegrepen eigenbelang.

In alle westerse landen loopt de belangstelling voor de exacte vakken terug. Dit, gecombineerd met demografische ontwikkelingen, betekent dat op universiteiten het bestaan op het spel staat van disciplines als wiskunde, natuurkunde en scheikunde.

Vrouwelijke hoogleraren worden gezien als reddende engelen. Met hen als voorbeeld, zo wordt verwacht, zullen er veel meer meisjes een exact vak gaan studeren. En om de instroom van meisjes is het de voorvechters van de positieve discriminatie te doen.

Hoe zou je nou snel het aantal vrouwelijke hoogleraren in exacte vakken in ons land kunnen verhogen? Helaas, strandt elk idee hier in de verdelende rechtvaardigheid. Wat Leiden krijgt, wil Utrecht ook, en Groningen ook, enzovoort. Dus gebeurt er niets.

Een mogelijkheid zou kunnen zijn om een paar onafhankelijke geleerden als scouts aan te stellen. Die gaan op zoek naar vrouwelijk talent. Waarschijnlijk moeten ze daarvoor naar het buitenland. Vinden ze een geschikte kandidate, dan bieden ze haar onmiddellijk een hoogleraarspositie in Nederland aan. De financiering van deze voltijdse banen komt van de overheid, of van de gezamenlijke universiteiten. Naar welke universiteit de hoogleraar dan uiteindelijk gaat, mag ze zelf bepalen. Een keuze die de universiteiten kunnen proberen te beïnvloeden door haar extra voorzieningen aan te bieden. Vechten om een vrouw, daar zijn mannen toch goed in?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden