Positie koningin onhoudbaar

De premier en de Raad van State kronkelen als een boeienkoning om openheid te voorkomen over het handelen van de koningin, constateert Ulli d’Oliveira....

Ulli d’Oliveira

De uitspraak die de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 6 juni heeft gedaan in de zaak tussen de NPS en premier Balkenende heeft onthutsende kanten. De NPS had gevraagd om documenten die berustten bij het Kabinet van de koningin, en de rechtbank had het verzoek in beginsel toegewezen. Het Kabinet van de koningin moest dan zelf maar verder kijken in hoeverre die stukken geweigerd konden worden wegens gevaar voor verstoring van de eenheid van de kroon, dat wil zeggen van het kabinet en de koningin: een van de uitzonderingen die de Wet Openbaarheid Bestuur noemt op het recht van burgers om overheidsinformatie te ontvangen.

In het door Balkenende ingestelde beroep speelden twee hoofdvragen:

1: Is de Raad van State wel onpartijdig en onafhankelijk in een zaak tegen een dienst die ter ondersteuning dient van zijn voorzitter, de koningin.

2: Is de koningin wel een ‘bestuursorgaan’ (met mogelijke informatieplicht) als bedoeld in de relevante wetgeving ?

Wat de eerste vraag betreft: het is voor een hoogste rechter altijd lastig om zijn eigen deugdelijkheid te verdedigen. Wrakings- en verschoningskwesties kunnen moeilijk de deur uitgedaan worden, en zo is ook de Raad van State veroordeeld tot het spelen van rechter in eigen zaak. Hier overweegt de Raad van State, verrassend genoeg, dat er geen gegronde twijfel kan bestaan aan zijn onafhankelijkheid en onpartijdigheid, ondanks het voorzitterschap van de majesteit.

Waarom niet? Omdat er geen verband bestaat tussen dit voorzitterschap en de rechtsprekende taak van de afdeling bestuursrechtspraak. Deze redengeving is zo bizar dat zij op zich al twijfel oproept aan die onafhankelijkheid. Is de koningin dan niet ook voorzitter van deze afdeling? Maakt zij geen deel uit van de Raad van State? Brengt haar voorzitterschap niet mee dat haar stoel altijd wordt vrijgehouden? En vooral, dat de staatsraden zich niet alleen een bepaalde hofhoudelijke geesteshouding zullen hebben eigengemaakt, maar ook blootstaan aan niet te controleren potentiële beïnvloeding door of vanwege hun voorzitter? De ontoereikende redengeving van het sporen van dit geding met het fair trial-beginsel uit het Europese Mensenrechtenverdrag laat zien dat er grote staatsrechtelijke onverteerbaarheden schuilen in dit voorzitterschap.

Het tweede punt is nog bijna bevreemdender. In zijn ijver om de uitspraak van de rechtbank te vernietigen, begint de Raad van State met toe te geven dat de positie van de koningin past in de beschrijving van het begrip ‘bestuursorgaan’ van de Algemene Wet Bestuursrecht. De koningin is daar ook niet met zoveel woorden uitgezonderd, terwijl er wel andere uitzonderingen gemaakt zijn.

Hoe wurmt de Raad van State zich dan, gegeven de tekst van de wet, onder de vaststelling uit dat de koningin een bestuursorgaan is? Daarvoor doet hij een beroep op de toelichting op de wet waarin gewag wordt gemaakt van ‘een goede en democratische bestuursvoering’. Daar heeft de koningin volgens de Raad van State niets te maken. Inderdaad is het erfelijk koningschap en het daarmee verbonden erfelijk voorzitterschap van de Raad van State onverenigbaar met het democratische uitgangspunt van benoeming in het landsbestuur op grond van verdienste. De afdeling bestuursrechtspraak verdient lof voor het aanwijzen van dit ondemocratische element in het landsbestuur.

Vervolgens wordt gewezen op de constitutionele onschendbaarheid van de koningin, die meebrengt dat zij niet zelf, eventueel ook voor de rechter, kan worden aangesproken voor haar doen en laten. Dat maakt haar mijns inziens niet minder een bestuursorgaan, zoals de rechtbank terecht had geoordeeld. Over haar doen en laten kan wel degelijk politieke en juridische verantwoording worden afgelegd, en wel via de magische ministeriële verantwoordelijkheid. De Raad van State snijdt hier de ministeriële verantwoordelijkheid af voor het in rechte laten onderzoeken en toetsen van het doen en laten van de kroon. Daarmee heeft hij overijverig zijn voorzitter tot staatsrechtelijk irrelevant en ontoerekeningsvatbaar verklaard. Was dat nou nodig?

Eén vraag is onderbelicht gebleven: valt het Kabinet van de koningin onder de koningin of onder de minister van Algemene Zaken? Het ging immers om het doorleiden door Balkenende van een verzoek om informatie naar (het Kabinet van) de koningin. Dat hele doorzenden is niet nodig als de premier zelf de baas is over het Kabinet van de koningin.

Daarover is in 2003 een groot debat in de Kamer geweest naar aanleiding van het eigenmachtig gesnuffel van dit Kabinet naar het leven van De Roy van Zuydewijn. De Kamer wenste dat de premier de zeggenschap zou krijgen en ook dat het Kabinet financieel onder Algemene Zaken zou vallen. Het is zeer de vraag of deze motie is uitgevoerd in het begin 2004 geslagen koninklijk besluit. De directeur wordt weliswaar benoemd en ontslagen door de premier, en ook heeft de directeur een zekere informatieplicht, maar wie nu uiteindelijk de baas is, blijft toch in nevelen. Toen onlangs door NOVA in de vuilniszakken van het Kabinet van de koningin was gegraaid, heeft premier Balkenende in een brief aan de Kamer van 31 mei jongstleden verklaard: ‘Na de bekendmaking van deze vondsten heb ik eergisteravond direct aangegeven dat het niet had mogen gebeuren.’

Wat betekent dat ‘aangegeven’ in dit verband? Het woord ligt de premier in de mond bestorven, maar houdt hier een vaagheid in stand die ik nu wel eens opgehelderd zou willen zien. Heeft hij opdracht gegeven, of gaat hij daarmee naar zijn inzicht zijn boekje te buiten? Als Balkenende de baas is van het Kabinet van de koningin, hoeft hij helemaal geen verzoeken om documenten die bij hem binnenkomen door te leiden naar het Kabinet van de koningin, want dat gaat van de gedachte uit dat de koningin daar de baas is. Dan kan Balkenende zelf ja of nee ‘aangeven’ op zo’n verzoek.

Het gekronkel van de Raad van State en de premier overtreft dat van de boeienkoning Houdini. Het oprekken van het leerstuk van de onschendbaarheid van de Koning gaat zelfs zover dat het koningschap als bestuursorgaan is opgeheven of verdampt.

Leve de republiek!

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden