Positie imams behoeft dringend verbetering

Imams hebben grote invloed op de integratie van moslims in de Nederlandse samenleving, stelt Mohamed Sini. Tegelijkertijd verkeren zij in een kwetsbare positie tegenover de vaak conservatieve moskeebesturen....

DE uitspraken van de Marokkaanse imam Khalil El-Moumni uit Rotterdam over mensen met een andere seksuele geaardheid hebben terecht reacties van bezorgdheid en verontwaardiging uit de samenleving opgeroepen. Het laat zien dat de integratie van veel moslims nog steeds uiterst moeizaam verloopt en dat de inpassing van deze groep in de Nederlandse samenleving van het ene incident in het andere rolt.

Sinds ongeveer twee decennia - toen de toenmalige gastarbeiders overgingen tot gezinshereniging en daarmee in aanraking begonnen te komen met de Nederlandse samenleving - doen zich regelmatig botsingen voor op het vlak van normen en waarden. Het gaat onder andere om moslimouders die hun dochters verbieden mee te doen aan schoolzwemmen, moslims die weigeren een hand te geven aan iemand van het andere geslacht en moslimmeisjes en -vrouwen die een hoofddoek dragen. De lijst is lang en eindigt voorlopig met de kwetsende uitlatingen van enkele imams over homoseksuelen.

Toch is de gang naar de multiculturele samenleving gebaat bij enig geduld. Dit betekent niet dat we achterover moeten leunen en wachten totdat moslims zich hebben ontworsteld aan hun sociaal-economische achterstand. De meest adequate manier om etnische minderheden - in dit geval moslims - in staat te stellen zich te ontwikkelen tot volwaardige burgers die respect hebben voor de Nederlandse normen en waarden, die deze hebben verinnerlijkt en ernaar handelen, is beheersing van het Nederlands en verbetering van hun opleidingsniveau. Van de hulpbronnen die van belang zijn voor maatschappelijke participatie is onderwijs ongetwijfeld de belangrijkste.

In dit licht bezien, is het niet verwonderlijk dat grote groepen moslims zich nog niet hebben gevoegd naar de normen en waarden die in Nederland na jarenlange en soms moeizame discussies inmiddels breed worden gedragen. Hierbij denk ik vooral aan de thans bereikte positie van vrouwen en mensen met een andere seksuele geaardheid.

Er zijn echter enkele verzachtende omstandigheden. Moslims komen doorgaans uit landen waar weinig welvaart heerst en waar maar weinigen onderwijs volgen. De migratie wordt vaak gekenmerkt door een culturele en sociale stilstand. Migranten, meestal afkomstig van het platteland, nemen de culturele bagage van destijds mee en cultiveren deze in den vreemde. De ontwikkelingen in de landen van herkomst ontgaan hen grotendeels en ook de ontwikkelingen in hun nieuwe woonland gaan aan hen voorbij.

Opvattingen die bijvoorbeeld kwetsend zijn voor homoseksuelen, leven veelal onder de eerste generatie moslims en onder moslimjongeren met een onafgemaakte opleiding. Vaak zijn het moslimmannen uit de eerste generatie die in moskeebesturen zitten en imams in dienst nemen en ontslaan. Imams die te ver voor de troepen uitlopen, kunnen in conflict komen met het moskeebestuur. Ze lopen niet alleen kans hun baan te verliezen, maar ook hun verblijfsvergunning als ze er niet snel in slagen elders nieuw emplooi te vinden.

Imams hebben desondanks een grote verantwoordelijkheid. Althans, vooral in den vreemde. In de landen van herkomst komt het nauwelijks voor dat imams door de media worden benaderd om zich over een of ander maatschappelijk vraagstuk uit te spreken. Dat is vaak voorbehouden aan schriftgeleerden en theologen die verbonden zijn aan (staats-)universiteiten.

Hier in Nederland wordt een imam door de media niet alleen beschouwd als raadgever en leider, maar ook als theoloog die zich kan wagen aan interpretaties van de Koran en de Soenna (de verzamelde uitspraken en handelingen van de profeet Mohammed). In Nederland hebben imams hoe dan ook veel invloed op de integratie van moslims.

Imams hebben bij de standpunten die ze verkondigen het recht zich te beroepen op hun religie, maar ze hebben ook de plicht om op een positieve wijze bij te dragen aan de integratie van moslims en daarbij rekening te houden met de Nederlandse verhoudingen en daarbij behorende normen en waarden. Er mag in ieder geval van hen verwacht worden dat ze zich niet kwetsend en beledigend uitlaten over groepen mensen en dat ze anderen niet tot dergelijke gedragingen aanzetten. Zij moeten op deze verantwoordelijkheid aangesproken kunnen worden, ook door de leiders uit de moslimgroeperingen zelf.

Een goede inburgering van imams is van groot belang. Beheersing van het Nederlands en oriëntatie op de Nederlandse samenleving moeten als een eerste vereiste gezien worden. Imams dienen daarom in Nederland te worden opgeleid. Hiertoe bestaan diverse initiatieven, die het verdienen om door de overheid te worden ondersteund.

Daarnaast is het van groot belang dat de imams onder de in Nederland geldende arbeidsverhoudingen kunnen werken. Voorwaarde is derhalve dat hun arbeids- en verblijfsrechtelijke positie aanmerkelijk wordt verbeterd. Veel imams ontvangen zeer geringe salarissen en verkeren in een kwetsbare positie ten opzichte van de moskeebesturen. De omstandigheden waaronder ze werken zijn absoluut niet te vergelijken met die van dominees en predikanten. Imams die in Nederland zijn opgegroeid en hier hun opleiding hebben genoten, zullen onder de huidige omstandigheden niet als imam aan de slag gaan.

Om aan deze kwetsbare situatie een einde te kunnen maken, dienen moskeebesturen zich landelijk te organiseren en - al of niet per etnische groep - een landelijke instantie in het leven roepen die als werkgever voor imams kan optreden onder behoorlijke CAO-voorwaarden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden