Een vrouw roept eind juli om hulp terwijl een bosbrand haar dorp, ten noordoosten van Lissabon, nadert. Ook dit weekend woedden in het land meer dan tweehonderd branden.

Reportage Bosbranden Portugal

Portugal brandt, maar wie wil er nog blussen?

Een vrouw roept eind juli om hulp terwijl een bosbrand haar dorp, ten noordoosten van Lissabon, nadert. Ook dit weekend woedden in het land meer dan tweehonderd branden. Beeld Patricia de Melo Moreira / AFP

Portugal beleeft de laatste jaren extreem zware bosbranden met honderden doden. Ook dit weekend woedden er weer meer dan tweehonderd branden. De vrijwillige brandweer – voorheen de kurk waarop het Portugese dorpsleven dreef – is wanhopig op zoek naar nieuwe aanwas.

De kazerne van de vrijwillige brandweer van Almoçageme is het middelpunt van het dorp en het is er een komen en gaan van mensen. De een gaat er naar de fysiotherapie, de ander koopt neusdruppels in de apotheek, weer iemand anders neemt geld op bij de enige pinautomaat van het plaatsje. In de gezondheidskliniek houden onder anderen een verloskundige en een uroloog spreekuur.

Teresa Santiago (54), eigenaresse van een hondenkennel, moet bij de fysiotherapeut zijn voor een behandeling aan haar rug. Ze zit in de wachtkamer van de gezondheidskliniek, waar de lampen een brandblusser als voet hebben. ‘Dit is net ons huis’, zegt ze. ‘Als dit centrum er niet was, zouden we voor alles naar het ziekenhuis moeten.’

De kliniek zit in een gebouw van de brandweer, die de zorg inkocht door een openbare aanbesteding. Santiago is er lovend over. ‘De kwaliteit van de zorg is heel goed en de prijs die we betalen acceptabel.’ Net als bijna alle Portugese dorpsbewoners is Santiago lid van de Humanitaire Vereniging van de Vrijwillige Brandweer, zoals het brandweerkorps zichzelf officieel noemt, en dat geeft recht op korting.

De vrijwillige brandweer is in Portugal veel meer dan brandweer. ‘Als je iets nodig hebt, is het eerste wat je denkt: ik bel de bombeiros’, zegt Santiago. ‘Eigenlijk is de brandweer het enige wat in Portugal functioneert. Het zijn gewone mensen, met tamelijk weinig ontwikkeling, maar ze bereiken ontzettend veel.’ De voorzitter van de brandweer in Almoçageme, Mauricio Barra, zegt trots dat alleen een hotel in het dorp meer omzet draait.

Bovendien houden de brandweerlieden de dorpsgemeenschappen ook figuurlijk in leven. Ze helpen bij de dorpsfeesten en koken soms maaltijden. ‘Dan schept de commandant je soep op’, zegt Santiago, met respect in haar stem.

Zo ging dat altijd in Portugal – maar zo gaat dat op steeds minder plaatsen. Er doet zich een paradox voor: het brandgevaar in het land neemt toe, maar brandweerlieden zijn er steeds minder. In Almoçageme, gelegen iets ten noorden van Lissabon, zeggen ze dat alles nog als vanouds gaat. Maar vooral het Portugese binnenland heeft te maken met leegloop en vergrijzing. De brandweerkorpsen daar krijgen niet genoeg nieuwe aanwas.

Het is een van de verklaringen voor het verwoestende karakter van de branden in 2017, toen meer dan honderd mensen het leven lieten. In de getroffen gemeente Castanheira de Pêra (Centraal-Portugal), bijvoorbeeld, was het aantal brandweerlieden ontzettend afgenomen: in 1998 waren het er nog 166, in 2017 nog maar 43.

‘Toen ik jong was, kon je kiezen’, vertelt Bruno Tomás (46), de commandant van de brandweer in Almoçageme. ‘Bij de harmonie, of bij de brandweer. Meer was er niet. Ik koos de brandweer, vanwege de adrenaline.’ En met hem heel wat anderen, vooral jongens. Tegenwoordig is het geen vanzelfsprekende jongensdroom meer om brandweerman te worden.

De teloorgang van de vrijwillige brandweer zou het einde betekenen van een lange traditie. Volgens Martin Page, een Britse oorlogscorrespondent en in zijn nadagen inwoner van Portugal, is de spilfunctie van de brandweer terug te voeren op de Arabische overheersing, diep in de Middeleeuwen. Hij beschrijft in het boek The First Global Village – How Portugal Changed The World dat de Arabieren geen interesse hadden in bestuurlijke taken. De dorpsgemeenschappen begonnen dus hun eigen zaken te regelen: van onderhoudswerk tot sociale hulp aan weduwen en wezen. De vrijwilligers die dit op zich namen, werden ‘Os Homens Bons’ genoemd – ‘De Goede Mannen’.

De nazaten van die ‘Goede Mannen’ zitten volgens Page bij de brandweer. ‘De gemeenschappen in het rurale deel van Portugal behoren tot de meest onafhankelijk ingestelde en zelfvoorzienende van de gehele westerse wereld. De Goede Mannen heten nu Verenigingen van Vrijwillige Brandweer.’

Brandweervoorzitter Barra uit Almoçageme heeft een iets andere lezing: het zelfstandige karakter van Portugese dorpen zou te danken zijn aan de eerste Portugese koning, Afonso Henriques. Deze koning veroverde Portugal op de Arabieren. Hij steunde daarbij op niet-adellijke gemeenschappen, die hij veel zeggenschap gunde. ‘Ze werden gehoord’, vertelt Barra. ‘Tussen de lokale gemeenschappen en de kroon zat niemand. Vandaar dat de dorpsgemeenschappen nog steeds zo op eigen kracht functioneren.’

Heel professioneel

De vrijwillige brandweer is in Portugal heel professioneel. In een korps als dat van Almoçageme werken betaalde en onbetaalde krachten samen. Ze hebben voor een groot deel dezelfde opleiding gevolgd: ten minste 350 uur scholing in zaken als reddingswerk, materieel en het blussen van branden in bos, stad en industrie. Zelfs het werk van commandant Bruno Tomás is grotendeels onbetaald: hij heeft een baan in het helikopterreddingsteam en voert het commando als hij vrij heeft.

De Portugese regering probeert uit alle macht het brandweerbestaan aantrekkelijker te maken, in de hoop zo vrijwilligers te werven. Dit voorjaar vaardigde ze een decreet uit dat brandweermensen recht geeft op 50 procent korting bij crèches en voorscholen voor hun kinderen, op belastingvoordelen en hogere pensioenen (na vijftien jaar dienstbaarheid), op lunches in de kantines van overheidsgebouwen en op gratis toegang tot musea.

Toch zal dat niet genoeg zijn, vreest de regering. Ze heeft besloten alle Humanitaire Verenigingen van de Vrijwillige Brandweer uit te rusten met betaalde krachten. De zogeheten Eerste Interventie Teams, bestaande uit vijf personen, moeten snel in actie kunnen komen bij uitslaande brand. Ook is het salaris van de leden van die teams omhooggegaan, tot ruim 700 euro per maand.

In de brandweerkazerne van Almoçageme zit Pedro Silvestre (23) achter een scherm waarop te zien is waar alle brandweerauto’s en ambulances van zijn korps zich bevinden. Hij is een van de jongeren hier. De brandweerwagens die met gierende sirenes door het dorp reden spraken zozeer tot de verbeelding dat hij zich al op zijn 12de meldde als cadet. Op de cadettenschool oefende hij sindsdien met brandslangen uitrollen, over hindernissen springen, rennen, en water pompen uit een ouderwetse brandweerwagen.

Toch begrijpt ook Silvestre dat de belangstelling onder zijn leeftijdgenoten gering is. Het is geen vetpot, hij werkt ook als elektricien. En bovendien, zegt hij, is er nu veel meer te doen dan vroeger. ‘Veel jongeren hebben geen zin om ieder weekend piketdiensten te draaien. Die gaan liever naar discotheken. In de zomer willen ze naar muziekfestivals en naar het strand.’ Als brandweerman heb je nooit vakantie, want juist in de zomer moet je paraat staan.

Het wordt een groot probleem, zegt hij ernstig. Dit jaar viel het tot nu toe mee met de branden in Portugal. Maar de brandweervoormannen zijn er niet gerust op. De droge jaren zullen toenemen door klimaatverandering en dat maakt het land licht ontvlambaar.

Trouwens, ook voor dit jaar is het te vroeg om ‘brand meester’ te roepen. Begin oktober zijn er landelijke verkiezingen. De brandweerlieden twijfelen er niet aan: dat zal tot meer branden leiden, aangesticht door politieke tegenstanders die het de regerende partij moeilijk willen maken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden