Portret van de Volksschrijver als egocentrische patiënt

In het slotdeel van zijn Reve-biografie toont Nop Maas een gekleurd beeld van de auteur. De grootsheid van diens oeuvre dreigt in de verdrukking te raken.
Waardering: 3 sterren

Tevoren wisten we dat De late jaren - 1975-2006, het derde deel van de biografie van Gerard Reve, incompleet zou zijn. Biograaf Nop Maas (1949) heeft een paar jaar geleden moeten toestaan dat erfgenaam Joop Schafthuizen (1948), die dertig jaar de partner van de Volksschrijver was, de vermelding van geldbedragen en passages die hem niet zinden heeft geschrapt.


Vóór de beoogde publicatie in 2010 keurde Schafthuizen ook die gecoupeerde versie af, wat tot twee rechtszaken heeft geleid, die de verschijning van het slotdeel met twee jaar hebben vertraagd. Buiten medeweten van Schafthuizen, die een bodemprocedure is begonnen, heeft uitgeverij Van Oorschot het boek van bijna achthonderd pagina's drie dagen geleden in de winkel gelegd.


Overkomelijk zijn die schrappingen wel, blijkt bij lezing, al wakkeren de vele sterretjes behalve de lachlust ook de nieuwsgierigheid aan: 'Aan Van Heijningen vroeg Reve ronduit f ***; aan Houwer vroeg hij f ***, waarschijnlijk met het idee dat hij daar ook op minimaal f *** moest kunnen uitkomen.'


Schafthuizens grootste bezwaar luidde dat Maas de relatie tussen Reve ('Wolf') en Schafthuizen ('Matroos Vos') beschrijft als uitsluitend draaiende om 'erotiek, drank en geld'. Die drie elementen spelen inderdaad geen geringe rol in De late jaren. Reve was een gehaaid onderhandelaar die zelfs voor een ingezonden brief een honorarium bedong en kreeg; Joop en Gerard konden in één maand 120 flessen wijn wegslobberen; hun 'tegennatuurlijke' verlangens liepen feitelijk nooit synchroon; en toen Reves geheugen in 1998 al danig haperde liet Joop hem toch in zalen en op tv optreden want, schrijft Maas: 'de 'zaak' moest draaien'.


Er zijn rake klappen over en weer uitgedeeld (in de jaren tachtig zelfs na een optreden in Den Haag als Sint en Piet, waarbij goedheiligman Reve een wijnfles op het hoofd van knecht Joop stuksloeg), er zijn psychiaters geraadpleegd, en pillen geslikt. Maar toen Reve in 1985 baat ondervond van het antidepressivum ritalin, wilde hij er snel weer vanaf, want het schrijven lukte niet langer, en 'aan een euphorie zonder vermogen om iets gestileerd te uiten, daar heb ik niets aan'. Dat deed me denken aan wat Reve zei toen ik hem op 5 november 2001 thuis in Machelen interviewde: 'Vrolijke mensen zijn eng.'


Hoe gegrond de klacht is dat Maas een verkeerd beeld schetst, kan alleen het handjevol intimi beoordelen. In ieder geval laat hij ook zien dat de gevechten het niet wonnen van de verknochtheid aan elkaar, er op een bepaalde manier onderdeel van zijn geweest. Eenzijdig is zijn beeld niet. Wel gekleurd. Nop Maas is niet de waardevrije chroniqueur die slechts 'zoveel mogelijk gegevens' presenteert.


De biograaf wordt weliswaar niet moe de slepende onderhandelingen over voorschotten en gages - bij elk boek en optreden maakte Reve een sport van dat ritueel - voluit te notuleren, maar hij neemt ook geregeld stelling, door het herhaaldelijk gebruik van woorden als 'agressief', 'paranoïde', 'onzin', 'geestelijke terreur' en - wanneer Gerard en Joop hun vriendenkring alweer verder uitdunden - 'afgeserveerd'.


Al gaat het om een leven, van een uitputtende schrijversbiografie mag je méér verwachten dan telkens te moeten vernemen dat Reve altijd moest zwoegen op de constructie van zijn romans, plus een opsomming van recensies en een keuze uit de reacties. Ook dan kiest Maas partij: Hanny Michaelis beschouwde de roman Bezorgde ouders 'terecht' als een meesterwerk, terwijl de meeste critici het in 1988 helemaal gehad hadden met Reve, de 'literatuurkenners' van de AKO-jury het boek niet nomineerden en de prijs 'dan ook' aan Brigitte Raskin gaven. Zulke ironie werkt niet zolang Maas zijn voorkeur, én de kennelijke afkeuring van anderen, niet wenst toe te lichten.


De sneren die de Grote Drie uit de naoorlogse Nederlandse letterkunde (Hermans, Reve, Mulisch) elkaar decennialang uitdeelden, worden alle gerapporteerd; maar als op 9 april 2006, een dag na Reves dood, Mulisch te gast is in het tv-programma Woestijnruiters, sneert Maas op zijn beurt: 'Als deskundige prees hij Joop Schafthuizen voor zijn voortreffelijke verzorging van Reve.' De ter zake deskundige Maas beoordeelt dus zelfs een compliment als vilein, alleen omdat Mulisch het geeft. Op zo'n manier vind je voor je oordelen altijd bevestiging.


Dat raakt aan het hoofdbezwaar tegen deze biografie: Maas beschouwt in het voorwoord van deel 1 (De vroege jaren, verschenen in 2009) Gerard Reve als een sadomasochist met een schuldgevoel, stort daarna alle verzamelde gegevens over ons uit, en stelt dan in de flinterdunne nabeschouwing van deel 3 dat 'eigenlijk alle relaties en vriendschappen van Gerard Reve' een sadomasochistisch spel waren. Het klinkt gek, nadat we 2.500 pagina's achter de kiezen hebben, maar deze conclusie is te kort door de bocht.


Niet dat Maas nóg meer had moeten uitzoeken, maar het ontbreekt hem aan het analytisch vermogen en de sturende visie die nodig zijn voor de definitieve biografie van een zo getalenteerde en complexe figuur. Die hadden automatisch voor een schifting in het materiaal gezorgd.


Nu blijven we achter met Gerard Reve als egocentrische patiënt. Ook als hij in een vreemde omgeving vertoefde. In Kaapstad sprak hij in 1984 met de bibliothecaris Piet Westra, die later schreef: 'Ek het trouens opgemerk dat enige nuuskierigheid in sy fisiese omgewing omtrent heeltemaal by hom ontbreek het.'


Onmogelijk is Reve denkelijk altijd geweest, maar de grootsheid van het oeuvre dat er óók gekomen is (ondanks alles, zou ik nu bijna toevoegen), dreigt in de verdrukking te raken. Is er niet iets voor te zeggen deze schrijver als vrijheidszoeker te beschouwen, overgevoelig voor welke dwang dan ook (vandaar zijn verdediging van het rooms-katholicisme als irrationeel geloof, dat schonk hem bewegingsruimte), die zich als provocateur de vrijheid permitteerde om rabiaat rechts en racistisch te zijn, die zelfs zijn schuldgevoel ('ik ben een slecht en zondig mens') inzette als vrijbrief om zijn particuliere wereldbeeld dwars tegen alles en iedereen in te handhaven?


Niemand drong tot hem door. Alleen met Rudy Kousbroek kon Reve een paar jaar sparren, tot hij ook met hem brak. Kousbroek wilde er niet aan dat God Mens is geworden en voor ons gestorven, klaagde Reve in 1986. 'Ben jij erbij geweest?', zou Kousbroek hebben gevraagd. Reve: 'Nee gelukkig niet maar God Die heb toch niet om mens te worden de voorafgaande toestemming van Rudy K. nodig?'


Als er te lachen valt in deel 3, komt dat door het onderwerp zelf. Wat moet je met een oude vriend als ik, schreef hij aan Joop, na een bezoek aan Indonesië: 'Misschien zoude je toch in een land van palmen en passars je stoeigrage verlangens moeten verwerkelijken, terwijl ik in de bamboehut op je wacht en naar de zee in de verte luister en je gado gado klaar maak.' Dat is liefde, humor en verlatenheid ineen. Ook het titelregister achterin is een hilarische bonus, van Ga maar achterom en Leve de dood tot Roomse heisa en Zelf kamperen.


Met zijn kunst heeft Gerard Reve velen bereikt en geraakt, in zijn leven bleef de gevierde Volksschrijver vooral de tobber die opgesloten zat in zijn innerlijke wereld; dat lot maakt van deze biografie ook een tragisch verhaal. Dat de boekhandel intussen meer titels óver Reve in huis heeft dan ván, horen wij ons aan te trekken. Wie leest hem nog? De Avonden is dit jaar 65 geworden; misschien moeten we gewoon weer van voren af aan beginnen.


Joop Schafthuizen wil dat het derde deel van de biografie uit de handel wordt genomen. Vanochtend dient hierover een kort geding. De rechter zal vandaag nog uitspraak doen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden