Porgy Franssen legt nadruk op schoonheid

Ragtime - dat is de muziek waar God op danst als niemand hem ziet, aldus Tim Tooney. Tooney, trompettist in een scheepsband, speelt ragtime; en hij hij loopt over van dit soort opmerkelijke ingevingen en kleine vergelijkingen, waarvan hij zijn toehoorders ook onvermoeibaar deelgenoot maakt....

Karin Veraart

Tooney is een joviale verteller, die verhaalt van een bijzonder leven aan boord van een luxe oceaanstomer. Hoofdpersoon is niet hijzelf, maar de pianist van de band, die door het leven gaat onder de naam Novecento.

Novecento (de pianist werd in 1900 geboren, te vondeling gelegd gevonden) is een monoloog, geschreven door auteur Alessandro Baricco, speciaal voor een Italiaanse acteur die er prompt succes mee boekte. Later werd het verfilmd door regisseur Giuseppe Tornatore en een tijdje terug liep acteur Porgy Franssen ertegen aan. Hij vatte het plan op het stuk te gaan doen bij Orkater.

Op toneel geen live-scheepsorkest zoals je misschien zou verwachten, maar een haast bescheiden rol voor het geluidsdecor van componist David Gramm.

Soms klinken jazzy plaatopnames afgewisseld met zachte muziek, dan weer hoor je geroezemoes, stemmen, onweer: gedoe op een schip. Tegen de achterwand gaan lucht en oceaan in blauwe tinten langzaam in elkaar over.

Ervoor staat Franssen, als Tim Tooney. Energiek en popelend om dit intrigerende verhaal te vertellen schiet hij losjes over de speelvloer heen en weer, met enkel een pianokrukje en een kameelharen jas om zijn relaas te illustreren. Over Novecento, hoe hij door een matroos werd gevonden op de vleugel in de danszaal van de oceaanstomer, zijn naam kreeg en zijn talent zich openbaarde - en hoe hij nooit meer van boord zou gaan.

Het is een sterke, mooie tekst, vol spitsvondigheden en gedachtensprongen die soms op soepele wijze een verschuiving in tijd of plaats inluiden, waarvan regisseur Dirk Groeneveld gebruik maakt om de scs vlot in elkaar over te laten lopen. En Franssen vertelt maar, langs zijn neus weg lijkt het, met een opgetrokken wenkbrauw, een lachje, een kwinkslag. Knap ongedwongen, zodanig dat, al zou hij zich eens verspreken in deze woordenstroom, dit nauwelijks op zou vallen omdat dat alleen maar logisch lijkt.

Je kunt je makkelijk voorstellen dat Novecento zich ontwikkelt richting een tranentrekker - maar dat laten deze makers gelukkig niet gebeuren. Ondanks het onafwendbare einde van de gevoelige, getalenteerde hoofdfiguur, blijft de toon laconiek en ligt de nadruk op de schoonheid van de tekst of een idee; eerder ook dan dat je een kijkje krijgt in de ziel van de spreker.

Hij had wel van boord willen gaan, de pianist, maar de wereld kwam hem voor als een onbestuurbaar, oneindig klavier, verklaart Tooney. 'De piano waar God op speelt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden