Pop

Warpaint: The Fool. Rough Trade/Konkurrent.

Warpaint vliegt prachtig net niet uit de bocht

Vier dames uit Los Angeles vormen Warpaint, een band waar eerder dit jaar veel om te doen was, sinds die zich live presenteerde op het festival South bij South West, in Austin Texas. The Fool is het eerste volwaardige album en die klinkt bij vlagen prachtig. Mooi is de gecontroleerd ingehouden zang, gecombineerd met de donkere gitaarlijnen die ook al steeds net niet uit de bocht schieten.


De sound klinkt doordachter dan die van Vivian Girls, terwijl de muziek meer onder de huid kruipt dan die van Yeah Yeah Yeahs.


Warpaint brengt op plaat broeierige gitaarmuziek die met hulp van producer Andrew Weatherall in enkele nummers precies de juiste nuance krijgt. The Fool kent geen echte uitschieters, maar heeft een knappe spanningsboog en klinkt wel als een eenheid. De muziek grijpt zowel terug naar de postpunk van bands als The Slits en The Raincoats als die van actuele bands als The xx, met wie Warpaint het onderkoelde gemeen heeft.


Dylans liedjes in onvolgroeide fase

Bob Dylan: The Whitmark Demos 1962-1964. Columbia/Sony Music.


Het nieuwste deeltje in The Bootleg Series van Bob Dylan, een serie die het archief met Dylans live- en demo-opnamen ontsluit, bevat zijn oudste geluidsopnamen. Ze zijn opgenomen door zijn muziekuitgever, bij wie Dylan zojuist gecomponeerde liedjes inzong. Je hoort veel bekende nummers uit zijn oeuvre in embryonale fase voorbijkomen. Mr. Tambourine Man met pianobegeleiding en een trager Don't Think Twice, It's All Right zijn aardig als curiosum, ook staat er op de dubbel-cd een vijftiental liedjes dat je verder niet meer in zijn catalogus tegenkomt. Maar het is meer een interessante uitgave voor Dylan-onderzoekers, dan een plaat die je snel opzet als je zin hebt in gewoon wat muziek van de man. Wie Dylans akoestische eerste vier platen uitentreuren kent, zal er veel plezier aan kunnen beleven.


Bryan Ferry klinkt nog steeds druilerig

Bryan Ferry: Olympia. Virgin/Emi.


Erg productief kun je Bryan Ferry niet noemen, Olympia is zijn eerste plaat met nieuw eigen werk sinds 2002. Enige urgentie valt er op Olympia niet te ontwaren. Hooguit aardig zijn de verwijzingen naar vroege Roxy Music-platen in de teksten, terwijl ook de als een Jerry Hall opgemaakte en gekapte Kate Moss op de hoes aan oude glorietijden herinnert.


De muziek helaas niet. Die klinkt even druilerig als op de schaarse soloplaten die Ferry sinds Bête Noire (1987) uitbracht. Melodisch zit er in de meeste liedjes geen enkele ontwikkeling, en alleen de dromerige zang biedt enig houvast. Productioneel is de plaat nodeloos volgestopt. Imposant is alleen het lijstje gastmuzikanten, van Flea tot David Gilmour en Brian Eno. Maar ook zij weten bijvoorbeeld de cover van Tim Buckleys Song To The Siren niet uit de anonieme geluidsbrij te trekken.


Gijsbert Kamer


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden