Populisme is een langzaam werkend gif in staat en samenleving

Politici moeten zich inzetten voor de zuivere werking van de parlementaire democratie en niet spugen in de bron waaruit zij drinken....

De democratische rechtsstaat dreigt te worden uitgehold, zegt vice-president Tjeenk Willink van de Raad van State in zijn jaarverslag (Binnenland, 10 april). Ik ben het daarmee eens.

De afgelopen dertig jaar is het niet gelukt om de regeerakkoorden in omvang en betekenis terug te dringen. De onderlinge verwevenheid tussen kabinet en ‘regeringsfracties’ wekt weinig vertrouwen bij burgers in de zuivere werking van de parlementaire democratie. Partijleiders die collectief in het kabinet stappen zonder hun partijprimaat af te leggen, dragen niet bij aan een beeld van een gewenste afstand tussen volksvertegenwoordiging en bestuur.

Maar de democratische spelregels binnen de rechtsstaat staan niet alleen onder druk door de vermenging van functies. Ook de bejegening van die spelregels vormt een bedreiging.

Niet zo gek lang geleden onthielden Kamerleden zich van elk publiek commentaar op individuele strafzaken en andere geschillen die onder de rechter waren. Ook de uitspraken zelf werden zeer terughoudend tegemoet getreden. Daar was en is een reden voor. Het is noodzakelijk dat de rechterlijke macht onpartijdig oordeelt. Om dat te waarborgen, is afstand nodig – in plaats van geagiteerde Kamerleden die figuurlijk op de rechterstoel zitting nemen en letterlijk op de publieke tribune van hun onvrede blijk geven. Kamerleden die dat doen, moeten terug naar school voor een les in elementaire beginselen van het staatsrecht – en misschien, moet ik eraan toevoegen, van het fatsoen.

Recent is discussie ontstaan over de verruwing van het parlementair taalgebruik. Het is in het algemeen natuurlijk een fatsoensnorm om een ander niet knettergek te noemen of een beroepslafaard, maar het is bovendien in het parlementair debat niet nuttig. Het voegt niets toe aan de argumenten, het voert niet tot een oplossing of een compromis, het maakt de maatschappelijke tegenstellingen niet duidelijker dan ze al zijn en het verschaft niet meer inzicht in de politieke visie van wie dan ook.

Het is de afgelopen zeven jaar mode geworden om met veel passie zich af te zetten tegen de spelregels van de parlementaire democratie. Als iets schadelijk is voor het geloof en het vertrouwen in de werking van onze politieke structuren, zijn het wel politici die een tegenstelling opwerpen tussen wat er aan het Binnenhof gebeurt en de maatschappelijke problematiek daarbuiten. Haags gedoe, Haagse achterkamers, Haags geneuzel, die termen horen we bij uitstek van Haagse politici. Zij spugen met liefde in de bron waaruit zij zelf drinken. Wat zij niet beseffen – of juist wel, en dat maakt het nog erger – is dat zij dat wantrouwen niet overwinnen, maar alleen maar vergroten.

Het wordt tijd hiervan krachtig afstand te nemen. Politieke polarisatie kan in onze democratie een legitieme keuze zijn – al draagt zij zelden bij aan maatschappelijke stabiliteit – maar zij mag nooit een excuus zijn voor onzorgvuldig omgaan met onze staatkundige instituties. Zo vind ik het zorgelijk dat de leider van de sociaal-democratie in ons land bij voortduring flirt met polarisatie en populisme. Alsof imitatiepopulisme de oplossing is voor electorale misère. Wouter Bos zou beter moeten weten.

Onzorgvuldigheid in het maatschappelijke verkeer leidt tot beschadiging. Dat geldt ook en in nog grotere mate voor onzorgvuldigheid die door de media wordt uitvergroot. Door de popularisering van de media heeft emotie in de samenleving de kans gekregen uit te groeien tot dramatische proporties. Politiek populisme speelt daar op in. Er is niet veel op tegen om gevoelens van onvrede en onmacht onder delen van de bevolking mee te laten wegen in politieke standpunten, zolang in die weging ook de feiten en de maatschappelijke belangen worden betrokken. Populisten gaan daar aan voorbij. Zij zijn de stem van de onmacht.

Het opkomend populisme is een langzaam werkend gif in staat en samenleving. De staatsinstellingen worden bekritiseerd of belachelijk gemaakt. Het door meer dan 600 duizend mensen gekozen Tweede Kamerlid Rita Verdonk bestaat het zelfs om grotendeels afwezig te zijn in het parlement, omdat zij belangrijkere dingen te doen heeft bij ‘de mensen in het land’. In de samenleving worden latente tegenstellingen aangeblazen en verhevigd. De exploitatie van onrust en onvrede van de ene bevolkingsgroep dreigt ten koste te gaan van de ontwikkeling en maatschappelijke positie van anderen.

Ik twijfel of mijn rechtsstaat nog wel de staat is die populisten nastreven. Of migranten, vluchtelingen en ingeburgerde Nederlanders met een andere etnische afkomst nog wel onvoorwaardelijk mogen rekenen op een gelijke behandeling. Of ze nog als individu recht en bescherming krijgen of door anderen alleen maar worden gezien als onderdeel van een zorg, een probleem, een gevaar.

Ik twijfel ook aan de manier waarop wij in ons land naar willekeur grondrechten opeisen om maar geen ruimte voor anderen te hoeven creëren. Wie meent dat de vrijheid van meningsuiting vooral bedoeld is om ongestraft anderen te beledigen, wil niet samenleven maar overheersen. Grondrechten zijn nooit absoluut en vragen zorgvuldigheid in het gebruik. Ten opzichte van elkaar en tegenover andere grondrechten. Er is geen rangorde die voorschrijft dat de vrijheid om je mening te geven altijd belangrijker is dan de vrijheid van levensovertuiging of het recht op gelijke behandeling.

Naast de uitholling van de rechtsstaat van binnenuit, zijn er natuurlijk ook externe dreigingen in de vorm van radicalisering, extremisme en zelfs terrorisme. Tegen die externe dreigingen worden weer bevoegdheden ingezet die op hun beurt een verschraling betekenen van de persoonlijke vrije levensruimte van ieder individu. Ook dat debat, over de bescherming van onze veiligheid versus de bescherming van onze persoonlijke vrijheid, zal van invloed zijn op de toekomst van onze samenleving. We moeten naar een nieuw evenwicht toegroeien.

De kracht van de rechtsstaat is zo groot als ons vermogen om de waarden die daar aan ten grondslag liggen met inzet en passie te verdedigen. Dat vereist een kabinet dat het recht ruimte geeft en verdraagzaamheid tot inzet maakt van haar bestaan. Dat vereist volksvertegenwoordigers die meer zijn dan de optelsom van onvrede en emoties in de achterban en die hun zware verantwoordelijkheid in het politieke debat en in de wetgeving serieus nemen. Dat vraagt een pers die niet alleen de emotie vergroot maar ook het begrip over en weer en bijdraagt aan burgerschap. Dat vraagt inzet van iedereen om weerwoord te bieden tegen vervlakking, goedkope exploitatie van sentiment en onzorgvuldig en onfatsoenlijk gedrag in het publiek debat, op straat of waar dan ook.

Onze rechtsstaat is het waard om je er druk om te maken. Een andere hebben we niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden