Populatie grote grazers flink gekrompen

Het bleef lang een voorspelling, nu is het zover: er zijn aanzienlijk minder grazers in de Oostvaarders-plassen.

AMSTERDAM - 'Het lijkt erop dat we aan de vooravond staan van een nieuwe ontwikkeling in de Oostvaardersplassen,' zegt Perry Cornelissen. In vergelijking met vorig jaar zijn er 35 procent minder edelherten, 35 procent minder heckrunderen en 15 procent minder konikpaarden de winter ingegaan. Cornelissen doet in het natuurgebied in Flevoland promotieonderzoek naar het verband tussen begrazing en de ontwikkeling van bomen en struiken.


Bij de drie (helikopter)tellingen in het afgelopen najaar werden gemiddeld 2074 edelherten, 916 konikpaarden en 184 heckrunderen in het natuurgebied aangetroffen.


Bij de vaste tellingen na de winter, in mei, wordt al twee jaar achter elkaar een forse afname van het aantal herbivoren geconstateerd. Die achteruitgang werd vorig jaar nog grotendeels gecompenseerd door de geboorten in de zomer. Dit jaar is dat bij de heckrunderen en de edelherten bij lange na niet gebeurd.


Broedvogelstand

Het stoppen van de groei van het aantal grote grazers in de Oostvaardersplassen wordt al lang voorspeld. Zo'n groeistop is een bekend gegeven in begrensde gebieden waar het voedselaanbod de grootte van de populatie bepaalt. Toch bleef het aantal herbivoren in het vruchtbare gebied tot twee jaar geleden hardnekkig stijgen.


Dit leidde tot toenemende kritiek op het beheer, waarin voor het uitgangspunt is gekozen dat de natuur het aantal dieren bepaalt. Volgens critici leidt het niet vooraf afschieten (bejagen) tot te grote aantallen dieren en iedere winter tot veel dode dieren. Bovendien zijn bijna alle bomen en struiken verdwenen in het deel van het gebied waar de grote grazers lopen. Dat heeft gevolgen voor de broedvogelstand, die in dit deel van de Oostvaardersplassen is gekelderd.


Beheerder Staatsbosbeheer heeft altijd volgehouden dat het ook de bedoeling was dat de grazers dit deel van het gebied zouden openhouden. Daar profiteren ganzen van, zoals de grauwe ganzen, die een sleutelrol spelen in de Oostvaardersplassen. Zij trekken in hun ruiperiode naar het moerasgedeelte, eten daar massaal riet en voorkomen zo dat het moeras dichtgroeit. In het moeras leven alle voor het natuurgebied belangrijke vogelsoorten.


De beheerders verwachten dat als de populaties edelherten, runderen en paarden op natuurlijke wijze afnemen, er weer ruimte komt voor 'ontwikkeling van struweel', waardoor er op den duur een half open landschap zal ontstaan.


Volgens Cornelissen is de fikse afname van het aantal herbivoren niet alleen een gevolg van twee zware winters. 'Er gebeuren meerdere dingen tegelijk in het gebied. Zo is er de laatste jaren extra veel concurrentie met ganzen, die het gras ook kort houden. De brandganzen blijven na de winter steeds langer hangen, tot ver in het voorjaar. Dat heeft gevolgen voor het voedselaanbod voor de grote herbivoren.'


Daar lijken vooral de heckrunderen onder te lijden. Cornelissen: 'Zij hebben moeite met het korte gras. Je ziet de laatste jaren dat de heckrunderen het afleggen in de onderlinge concurrentie.'


Cornelissen heeft geconstateerd dat de reproductie onder alle grote grazers afneemt. 'Koeien, hindes en merries in de vruchtbare leeftijd slaan steeds vaker een jaar over. Dat is een natuurlijk regulatiemechanisme: magere dieren ovuleren niet, tot ze een jaar later weer zoveel aan vet hebben gewonnen dat ze wel weer een eisprong krijgen.'


Daarnaast beginnen de oudste cohorten in de kuddes nu te sterven. 'Dat gebeurde vroeger niet, omdat de populaties nog in opbouw waren.'


Kunstmatige catastrofe

Er gebeurt ook nog iets onverwachts in de randzone: in grote delen is sinds vorig jaar het giftige jakobskruiskruid opgekomen. Die delen van het gebied worden gemeden door de grazers. Ook dat kan de draagkracht van het gebied beperken.


Al die ontwikkelingen samen leiden bij Cornelissen tot de voorzichtige conclusie dat de grote herbivoren in de Oostvaardersplassen over hun top heen zijn. De vraag is of er een moment komt dat struiken en bomen weer een kans krijgen. Cornelissen sluit het niet uit. Hij ziet dan ook niets in een - vaak voorgestelde - kunstmatige catastrofe, waarbij in één klap driekwart van de herbivorenpopulatie wordt weggenomen of afgeschoten, waardoor er vegetatie kan opkomen. 'Zo'n catastrofe, of crash, kan ook nu ontstaan. Je hoeft maar één slechte winter te hebben, met een heel nat voorjaar en een slechte zomer, dan kan een populatie zomaar met 70 procent afnemen. En misschien werkt het ook zonder grote crash. Een paar jaar achter elkaar een afname van 20 tot 30 procent, en je bent er ook.'


Het kan nog wel tien jaar duren voordat de eerste groepjes meidoorns en sleedoorns er staan, vermoedt Cornelissen, maar als dat doornige struweel er eenmaal is, neemt het aanbod van voedsel nog verder af, wat de kansen voor nieuwe begroeiing weer doet toenemen. 'Dan heb je een ontwikkeling.' En wie weet komen dan weer tien jaar later de eerste essen en eiken op, tussen het doornige struweel, onbereikbaar voor de grote grazers. Waarna dan uiteindelijk dat zo geïdealiseerde parkachtige landschap ontstaat, met minder herbivoren dan nu. Niemand weet of dit ook werkelijk gaat gebeuren, zegt Cornelissen. 'Dat is nu precies waarom dit zo interessant is om te onderzoeken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden