Popsterren hebben straks niks meer te zeggen

Interviews kunnen soms alleen nog per e-mail worden afgenomen. Persconferenties gaan gepaard met strenge instructies voor de pers. 'Verkeerde' vragen worden afgehouden....

DE e-mail die platenmaatschappij Zomba verstuurde naar Nederlandse popjournalisten, is haast triomfantelijk van toon: 'Omdat de ster van de Backstreet Boys sterk rijzende is', is het erg moeilijk geworden om de zoetgevooisde Amerikaanse popgroep nog voor een interview te strikken. Maar Zomba heeft de oplossing gevonden. Er zijn namelijk 'ontzettend veel interviews met de jongens gedaan in New York', waarin 'op bijna elke mogelijke vraag een antwoord is gegeven'.

Alle vragen en antwoorden zijn opgeslagen in een enorm databestand. 'Nu kun je tóch aan een zelfgemaakt interview komen', schrijft de perspromotor van Zomba Nederland, 'door je vragen in het Engels (per mail) aan mij te stellen. Ik zal dan zorgen dat ze naar Zomba International gaan, die de antwoorden bij de vragen uit de database zoeken. Ik krijg ze terug en zal ze weer naar jou terugsturen.'

Het is vermoedelijk de eerste keer dat de Nederlandse muziekpers op deze manier door een popgroep te woord wordt gestaan. Maar niet de laatste keer, volgens Zomba: 'Misschien dat je even aan de manier van werken moet wennen, maar waarschijnlijk zal dit in de toekomst bij grote artiesten wel vaker voorkomen.'

Dat zal geen popjournalist verbazen. Het is voor steeds minder journalisten weggelegd om popidolen te spreken te krijgen. Daar komt nog bij dat platenmaatschappijen steeds vaker eisen stellen aan de omvang van het te publiceren artikel, alvorens een journalist een halfuurtje interviewtijd toe te wijzen. Soms krijgen journalisten op de plaats van het interview onaangekondigde contracten onder de neus geschoven. Of ze even willen beloven bepaalde onderwerpen niet te zullen aansnijden.

Dat gebeurt niet alleen bij mainstream glamour-artiesten als Cher ('geen vragen over minnaars of plastische chirurgie', kreeg Ivo Niehe te horen - en die houdt zich daar wel aan). Merkwaardige contractjes met daarin onduidelijke voorwaarden over het afstaan van auteursrechten belemmeren ook steeds vaker normale communicatie met alternatieve acts. De Britse gitaarband Blur wilde de officiële eigenaar worden van de interviewopnamen van een journalist; de Amerikaanse rockgroep Hole nam zelf alle gesprekken op met een DAT-recorder en liet een beveiligingsmedewerker surveilleren om in te grijpen bij al te brutale vragen.

Zijn artiesten steeds grotere control freaks aan het worden, of zijn het hun platenmaatschappijen? Het heeft er alle schijn van dat het aan de muziekindustrie ligt. Zo kregen de Nederlandse journalisten die de Engelsman Bernard Butler interviewden, strenge instructies van de dienstdoende persdame, voordat ze aan de artiest werden voorgesteld. De man debuteerde als solo-artiest, nadat grote conflicten hem zijn baan hadden gekost als gitarist van de band Suede. Butler wenste daarover geen vragen te beantwoorden, meende de beslist glimlachende persdame van platenlabel Nude, waar behalve Butler-solo ook Suede onder contract staat.

Nu maakt een journalist natuurlijk zelf wel uit wat hij vraagt. Onder vier ogen bleek Butler geen enkel bezwaar te hebben tegen vragen over de tumultueuze breuk. En instructies had hij al helemaal niet aan de persdame gegeven. De medewerkster van het Nederlandse kantoor van moedermaatschappij Sony wíst overigens niet eens dat de door haar meegebrachte journalisten restricties kregen ingefluisterd door haar Britse collega.

Zulke gebeurtenissen bevestigen het beeld dat de Vlaamse popjournalist Serge Simonart schetste in zijn toespraak tijdens de eerste Dag van de Popjournalistiek, op 15 september vorig jaar in het Nationaal Pop Instituut te Amsterdam: Nederlandse kantoren van internationale platenlabels spelen een figurantenrol in de marketing strategieën die op de Londense en New-Yorkse hoofdkantoren worden ontworpen. Ze hebben niets te vertellen en krijgen het werkelijke hoe en waarom meestal niet eens te horen.

Wordt het nog erger voor de muziekpers? Als de journalistiek niet zelf op zijn strepen gaat staan, zal het antwoord 'ja' zijn.

Om te zien hoe erg het nog kan worden, hoeven popjournalisten alleen maar in de richting van Hollywood te kijken. De filmpers heeft, als het om Hollywood-producties en -sterren gaat, allang eieren voor haar geld gekozen. Voor filmtijdschriften is het allang geen taboe meer om uitspraken die een ster op een massaal bezochte persconferentie heeft gedaan, samen te voegen met wat citaten uit knipsels en het geheel te presenteren als interview.

Popjournalisten zouden ook gewaarschuwd moeten zijn door het vernederende traject dat een sportjournalist moet afleggen om een vraaggesprek met een speler van Ajax in zijn blad of krant te krijgen. Als 'interview' gepresenteerde artikelen op basis van een heen en weer gefaxt lijstje met vragen zijn geen uitzondering.

Nu kun je ook, en vaak zelfs beter, over film, voetbal of muziek schrijven zonder de afgoden in kwestie persoonlijk te hebben ontmoet. Maar het mediabeleid van de platenindustrie is nadrukkelijk gericht op slechts twee van de vele journalistieke genres: de recensie en het interview. Nog opvallender is dat de popjournalistiek zich die beperkingen laat opleggen en weinig beschouwingen en zelfstandige reportages publiceert.

Het gevolg is dat de platenindustrie haar eigen rol in de media is gaan overschatten. Labels verzamelen de publicaties over hun artiesten vaak met het schema van de interviewdag in de hand. Artikelen die zijn geschreven zonder dat het medium een beroep op de maatschappij heeft gedaan, worden dikwijls niet eens opgemerkt. Labels verzamelen de gepubliceerde interviews met hun artiesten in een knipselmap om de totale oogst aan free publicity uiteindelijk ter goedkeuring te kunnen voorleggen aan het internationale hoofdkantoor. Daar leest men geen Nederlands, reden waarom de omvang van het artikel vaak belangrijker wordt gevonden dan de inhoud.

Dat zal zeker het geval zijn bij interviews met de Backstreet Boys, die de komende maanden vooral in tienerblaadjes zullen verschijnen en waarvan de antwoorden eigenhandig door medewerkers van het label zijn uitgetikt en ingevoerd in een databestand. Misschien maar eens een e-mail naar Zomba sturen. Het is de enige manier om aan de Backstreet Boys te vragen wat ze daar nou eigenlijk van vinden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden