Poppenkinderen met chocoladesaus

Jan Fabre, de man die zijn theaterloopbaan zo eigenzinnig inzette met stukken die desnoods tot de volgende ochtend konden duren, leek zich de laatste jaren te voegen naar de wetten van het internationale theater....

Zijn jongste productie, die de ronkende titel As Long as the World Needs a Warrior's Soul meekreeg, breekt radicaal met die conventies. Dit is theater als een knallende oorvijg, als krassen op het schoolbord. Meer dan twee uur neemt het spektakel niet in beslag, maar dat volstaat om het publiek confuus achter te laten. Jan Fabre staat bekend als een regisseur die van zijn spelers een onontkoombare aanwezigheid vergt. Vaak bestaat die presence vooral uit een verhevigde stilte. De acteurs, dansers en muzikanten die hij nu om zich heen heeft verzameld, en van wie de meesten voor het eerst met hem werken, heeft hij gevraagd zich juist binnenstebuiten te keren, het meest uitzinnige dat in hen schuilt naar boven te halen en daar de toeschouwer mee te bombarderen.

Aan het begin ligt de vloer bezaaid met naakte poppen, een slag groter dan Ken en Barbie, net wat kleiner dan de dwerg die een van de acteurs is. Hardvochtig worden ze over de podiumrand geschopt, maar daarmee zijn ze zeker niet voorgoed verdwenen. Langs de randen van het podium staan schragentafels, waarachter poppendokters steeds weer nieuwe poppen speelklaar maken.

Oneindig vaak al was de relatie tussen mens en pop onderwerp van kunstenaars. Denk maar aan Oskar Kokoschka, die een pop als zijn geliefde behandelde, aan Heinrich von Kleist, die een verhandeling schreef over de acteur als marionet, aan de bizarre sekspoppen van Hans Bellmer, aan het ballet Coppelia, de film Robocop, de roman De Golem van Gustav Meyrink.

Van al die illustere voorgangers is wel iets in de voorstelling te herkennen. Maar de acteurs van Fabre zijn smokkelaars in het grensgebied tussen pop en wezen. Ze schieten heen en weer van bezieling naar levenloosheid en stellen zo in het voorbijgaan de cruciale vraag: waarin schuilt nu eigenlijk dat verschil tussen mens en ding?

Bij die metamorfosen gaat het er hardhandig aan toe. Poppenkinderen worden onder hevig gejammer ter wereld gebracht, spelers besmeuren zichzelf en elkaar met ketchup, meel, chocoladesaus en eieren, zodat het lijkt alsof ze afzichtelijke wonden hebben. Als ze al niet naakt rondlopen, zijn ze verpakt in transparant cellofaan, of dragen ze zwarte pijen met een lantaarn op de rug.

Vier van de spelers zijn vooral muzikant, hun grunge-achtige rock bezweert de handelingen. Vier anderen zijn vooral danser, ze kronkelen met losse ledematen over de vloer, rangeren hun lichaam door aan Steve Paxcton herinnerende improvisaties. Maar Fabre heeft van die specialisten alleskunners gemaakt. De bandleden en dansers acteren, en Els Deceukelier zingt een aandoenlijke versie van Strange Fruit.

De combinatie van luide muziek, naakt en etenswaren geven de voorstelling iets jaren zeventig-achtigs. Alsof Fabre een middelvinger opsteekt naar de doorgeschoten esthetisering van het hedendaagse theater. Dramaturgisch ontaardt die afrekening in een janboel: amper opbouw, geen climax, teksten die niet altijd het cliché ontstijgen, geen logisch verloop van handeling. Er is een ontlading van energie, die zonder ophouden over de rand van het podium kolkt en de toeschouwer met zijn rug tegen de stoelleuning drukt. Dit is theater waarvoor alleen staanplaatsen zouden moeten worden verkocht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden