Popnavel van Europa

Van een kleinschalig initiatief, een grapje bijna, groeide Noorderslag uit tot een voor heel Europa toonaangevend festival. Wordt het niet te groot voor Groningen?

Niet Londen. Niet Berlijn. Niet Parijs, en zelfs niet Amsterdam. De popstad van Europa heet - althans komende week - Groningen.


Met zo'n 30 duizend muziekliefhebbers die zich vier dagen lang over de stad verspreiden en bijna 3.500 conferentiegangers uit alle sectoren van de internationale muziekindus- trie is de stad in het Noorden vanaf woensdag weer centrum van de Europese popmuziek: Eurosonic/ Noorderslag (ESNS), het grootste conferentie- annex showcasefestival van Europa, dat van steeds groter belang is voor de internationale presentatie van nieuw muzikaal talent.


De formule: overdag een conferentiedeel, waar professionals met elkaar van gedachten wisselen in discussiepanels; 's avonds voor het publiek een over tientallen podia in de stad verspreid muziekprogramma, met honderden, veelal nieuwe acts uit Europa. Grote, inmiddels gevestigde Europese namen als Franz Ferdinand, Editors en Mumford & Sons deden Groningen in prille stadia van hun loopbaan aan. Muzikanten als Stromae, Lykke Li, Agnes Obel en Jake Bugg stonden eerst in de Groningse binnenstad, voor hun zegetocht over andere grote festivals begon.


Het in 1986 bescheiden begonnen Eurosonic is uitgegroeid tot het belangrijkste showcase-evenement van Europa. Leuk voor de professionals maar zeker zo interessant voor een breed georiënteerd poppubliek.


De laatste jaren bleek Eurosonic zo succesvol, dat de formule in andere landen navolging krijgt - van Brighton tot Hamburg. Doemdenkers kunnen zich afvragen of het festival in de huidige, groots opgezette vorm voor Groningen of zelfs Nederland behouden kan blijven.


Dat Eurosonic zo'n voorbeeld zou worden, hadden organisatoren van het eerste uur Peter Smidt en Peter Sikkema niet kunnen bevroeden toen ze in januari 1986 een nationaal georiënteerd popfestival op touw zetten. De inzet toen was een ludieke 'wedstrijd' Nederland-België. Tien bands uit elk land speelden in de Groningse Oosterpoort, een jaar later gevolgd door de even onbelangrijke als leuke strijd van Groningse artiesten tegen die uit de rest van Nederland. Je moest íets bedenken om artiesten en media uit Amsterdam weg te lokken.


Het werkte. Noorderslag was geboren. Een zaterdagavond vroeg in januari bleek een goed moment om jaarlijks de stand van zaken in de vaderlandse popmuziek te demonstreren. Dat vonden steeds meer Nederlandse muziekprofessionals, die Noorderslag in een paar jaar veranderden in een veredelde nieuwjaarsreceptie voor platenmaatschappijen, boekers en festivalorganisatoren.


Zo groeide ook de interesse uit het buitenland. 'Een weekendje Groningen was voor velen een aantrekkelijke optie', zegt festivalmanager Sikkema. 'Dus die gaven we op vrijdagavond ook vast wat live muziek.' Een paar bandjes in de popzalen Vera en Simplon was het toen, meer niet.


Maar de geest was uit de fles. Helemaal toen in 1993 puur uit onvrede over het programmabeleid van Noorderslag (te weinig Groningse artiesten) op vrijdag een tegenfestival werd georganiseerd: Noorderslagting. Het bracht Sikkema en Smidt tot nieuwe ingevingen. Waarom op de vrijdag voor Noorderslag, dat inmiddels steevast met meer dan drieduizend bezoekers uitverkocht, behalve Groningse bands niet ook Europese artiesten neerzetten op een van de vele podia in de binnenstad?


Zo werd het Groningse evenement almaar groter en prestigieuzer. Maar wat heeft het festival nu zo belangrijk gemaakt voor de Europese popcultuur?


Volgens creatief directeur Peter Smidt ging dat zeker niet vanzelf. Zijn idee om van Eurosonic een showcasefestival te maken, riep destijds nogal wat weerstand op: 'De reactie was: je denkt toch niet dat mensen een kaartje gaan kopen voor een band uit Portugal die ze niet kennen?', herinnert hij zich bijna twintig jaar later. 'Maar dat doen ze dus wel. Eurosonic is de laatste jaren net als Noorderslag meteen uitverkocht.'


Sceptici kregen ook in een ander opzicht ongelijk. Smidt: 'Wij werden aanvankelijk een beetje uitgelachen omdat we ons echt op livemuziek richtten en geen verlengstuk wilden zijn van de platenmaatschappijen. Dat was midden jaren negentig, toen die platenmaatschappijen de dienst uitmaakten in de muziekindustrie. En kijk nu eens: het hele veld is veranderd. Er worden nauwelijks nog cd's verkocht. Livemuziek is veel belangrijker geworden. Popfestivals schoten als paddenstoelen uit de grond en die moesten allemaal vol.'


Dus kwamen er elk jaar meer festivalorganisatoren naar Groningen (dit jaar vierhonderd). Het tijdstip, in januari, bleek ideaal. Smidt: 'De meeste zomerfestivals hebben hun headliners dan wel zo'n beetje vaststaan en zoeken naar een gepaste invulling van de rest van hun programma.' Sikkema: 'Festivalorganisatoren ontmoeten elkaar en overleggen: wat heb jij staan, hoe deed die band het vorig jaar bij jou?'


Dat het een Europese aangelegenheid was en bleef, kent vooral een praktische oorzaak: Amerikaanse bands krijg je begin januari nauwelijks naar Europa, die zijn blij dat ze met Kerst eindelijk eens thuis zijn. Sikkema: 'Bovendien heeft de Europese muziek de laatste jaren meer grote namen voortgebracht dan de Amerikaanse. Dus we moeten hier ook een beetje af van ons minderwaardigheidscomplex. Muse, Coldplay, Rammstein, Adele, Daft Punk, Swedish House Maffia, Mumford & Sons: allemaal stadionacts en allemaal Europees.'


De Groningse focus op Europa is een gouden greep gebleken en heeft zo een voor de popindustrie niet te onderschatten instituut opgeleverd. Directeur Schmidt wist eigenhandig een heus samenwerkingsverband van Europese popfestivals in het leven te roepen, het European Talent Exchange Program, oftewel ETEP. Smidt kreeg de vertegenwoordigers van alle grote Europese festivals zo ver dat zij zich verplichten hun programmakeuze te maken uit het aanbod op Eurosonic. Vertegenwoordigers van Glastonbury tot Sziget, van Lowlands tot Rock Werchter mogen alle suggesties doen voor de programmering op Eurosonic. Ze dragen acts voor uit eigen land, maar moeten dan ook een aantal andere Europese bands (niet uit hun eigen land) boeken. Voor elke buitenlandse band die een festival boekt, krijgt het van de Europese Commissie een vergoeding (1.200 euro voor de eerste en duizend voor de tweede en derde artiest).


En ook dit ETEP blijkt een groot succes. Vorig jaar speelden een recordaantal van 103 artiesten uit 23 landen 324 keer op in totaal 81 festivals.


Omdat er in Groningen belangrijke zaken gedaan kunnen worden, is een groot aantal festivals er present. En wie vertegenwoordigers van Glastonbury tot Roskilde binnenhaalt, trekt ook andere belangrijke spelers in het muziekveld aan, zoals de vaak onzichtbare agent. Peter Sikkema: 'De aanwezigheid van decisionmakers zorgt er weer voor dat de allerbelangrijkste figuren in het livecircuit, de agenten, uit hun Londense kantoortjes komen om ook naar Groningen te reizen.'


Dat Eurosonic een factor van belang is, wordt ook bewezen door de jaarlijkse uitreiking van de European Border Breaker Award (EBBA), woensdag in de Oosterpoort. Deze culturele prijs, in het leven geroepen door de Europese Commissie, gaat elk jaar naar de band of artiest in een van de tien door de Commissie aangewezen landen die zich internationaal met een eerste release het meest gemanifesteerd heeft. Dit jaar zijn dat Jacco Gardner uit Nederland en Disclosure uit het Verenigd Koninkrijk. Ook dit mes snijdt weer aan twee kanten: het Groningse festival krijgt dankzij de prijs weer een flinke financiële injectie uit Europa (3,5 ton, schat Smidt). Plus: de grote namen die in Groningen hun prijs komen ophalen, maken het festivalaffiche weer prominenter en dat trekt weer andere bandjes aan.


Al deze successen hebben Groningen een enorme voorsprong gegeven op soortgelijke Europese showcasefestivals. Smidt: 'De concurrentie wordt groter. Steeds meer landen houden hun eigen showcasefestival en kopiëren onze formule. Het Britse The Great Escape in Brighton vroeg ons zelfs het festival bij hen te komen organiseren. Nee dus, ik heb liever dat de mensen naar Groningen komen dan dat de helft naar Brighton gaat en denkt dat ze daar op Eurosonic zijn.'


Ook het Reeperbahn Festival in Hamburg timmert aan de weg. Ze hebben daar veel geld te besteden, aldus Smidt, want Hamburg wil zich als innovatiestad profileren en de Reeperbahn ontdoen van zijn ranzige hoeren-imago. Bovendien is Hamburg, met zijn eigen vliegveld, natuurlijk veel beter te bereiken voor Europese muziekliefhebbers dan het toch wat achteraf gelegen Groningen.


Groot-Brittannië en Duitsland zijn marktleider binnen de Europese muziekindustrie, hebben meer financiële armslag en een grotere internationale uitstraling. Dus het zou weinig moeite moeten kosten het Groningse muziekfeestje uit dat kleine Nederland niet slechts naar de kroon te steken, maar ook in belang te overtreffen.


Voorlopig hoeft Groningen niet te vrezen. Waar het op het Reeperbahn Festival in Hamburg tot nu toe bijvoorbeeld aan ontbrak, is iets essentieels als een goede programmering.


Er stond van alles wat; niet alleen aanstormend, maar ook zeer middelmatig talent. Daarbij traden ook bands op in de nadagen van hun carrière. Voor het publiek en eventuele professionals een zeer onduidelijk en diffuus geheel.


Groningen daarentegen werkt met twee door de wol geverfde programmeurs, die het aanbod zeer kritisch bekijken. Joey Ruchtie en Robert Meijerink: 'Wij willen gewoon het allerbeste dat elk land te bieden heeft. Heeft iemand wel twee miljoen views op YouTube, maar geen live ervaring, laat dan maar.'


En zo ziet het ernaar uit dat Groningen behalve een muziekfeestje voor de Nederlandse liefhebbers de komende tijd nog wel de voornaamste popthermometer voor Europa blijft.


Grensoverschrijdend


De European Border Breaker Awards (EBBA) bestaan sinds 2004 en worden jaarlijks door de Europese Commissie toegekend. Tien landen krijgen elk een prijs voor hun meest succesvolle debutant in het (Europese) buitenland. Wie de meeste boekingen kreeg, de meeste platen verkocht en het vaakst werd gedraaid wint. De uitreiking aanstaande woensdag vindt ook dit jaar plaats in Groningen, tijdens een grote tv-productie gepresenteerd door Jools Holland. In 2014 wint onder meer Àsgeir uit IJsland, Disclosure uit Groot-Brittannië en uit Nederland Jacco Gardner. Eerdere winnaars waren onder anderen Agnes Obel, Caro Emerald, Afrojack, Stromae, Milow en Carla Bruni.


eerdere doorbraken


Franz Ferdinand (2004)


Editors (2006)


Lykke Li (2008)


The xx's (2010)


Stromae (2011)


James Blake (2011)


Crystal Fighters (2011)


Agnes Obel (2011)


Ewert and the Two Dragons (2012)


Blaudzun (2012)


Bastille (2013)


Jake Bugg (2013)


Villagers (2013)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden