Popkunst uit een rock ’n’ roll-droom

Veel popmuzikanten begonnen op de kunstacademie. In Brussel is hun beeldend werk te zien. De jongere generatie – CocoRosie, Sigur Rós, Fischerspooner – steelt de show....

Robert van Gijssel

Pete Doherty schildert met bloed. Zijn eigen bloed, dat tijdens crack- en heroïnesessies in kleed- en hotelkamers rijkelijk in het rond moet hebben gespat.

Doherty (29), probleem- en wonderkind tegelijk, en de in Engeland aanbeden popster en zanger van The Libertines en Babyshambles, heeft nooit een geheim gemaakt van zijn drugsverslaving en latente waanzin. Hij koketteerde eerder met zijn zelfkant, met Doherty-de-junk, en liet zich altijd gewillig fotograferen als hij weer eens een politiecel verliet, of er weer in moest.

Doherty leeft zijn rock ’n’ roll-droom, en zijn ‘bloedschilderijen’ – te zien in het Brusselse museum Bozar – doen verslag van die onderneming. We zien op het doek gelijmde scheermessen, heroïnespuiten, zwartgeblakerde lepels en base-attributen, aan stukken gescheurde posters uit popblaadjes, en het met bloedklonten dichtgesmeerde silhouet van de schilder/zanger zelf. Zelfportretten, Doherty poserend als Sid Vicious van The Sex Pistols, met een geautomutileerde huid en in zijn lichaam gekerfde hakenkruizen en crucifixen.

Je kunt van Doherty’s beeldende kunst veel zeggen, maar niet dat het werk slecht aansluit bij het beeld dat Doherty al van zichzelf had geschapen als popster. Het bloedwerk is uit de bocht vliegend ijdel, is gekweld en pathetisch, geeft een grote bek naar de wereld maar toont eigenlijk een naïef en kwetsbaar jongetje dat aandacht nodig heeft (‘Rebel without a cauze’, zegt een van de tekeningen, vrij naar James Dean.) Precies de Doherty dus uit de muzikale wereld van The Libertines en Babyshambles, die vertelt over sterrendom, drugs en een getormenteerde jeugd, en die zichzelf net iets belangrijker lijkt te vinden dan het hele leven op aarde om hem heen. En zo zijn de schilderijen van de zanger interessante materie: meer als pophistorisch studiewerk en een autobiografie in beelden, dan als op zichzelf staande boeiende kunst.

De groots opgezette ‘zomerexpositie’ It’s Not Only Rock ’n’ Roll Baby in het Bozar Paleis Voor Schone Kunsten in Brussel brengt beeldend werk van meer dan twintig muzikanten bijeen, van rockiconen uit het verleden, en van avantgardisten en mainstream-popsterren van nu. Muzikanten die vrijwel zonder uitzondering al beeldend kunstenaar waren voor ze de muziek ingingen. Yoko Ono is present, Patti Smith, Laurie Anderson en Brian Eno, maar opvallend in Brussel is de nieuwe generatie multitalent: Chicks on Speed, Fischerspooner, Miss Kittin, Riceboy Sleeps (een kunstenaarsduo gevormd uit Sigur Rós en Parachutes), neo-hippies Antony (van Antony and the Johnsons), Devendra Banhart en ‘Coco’ Casady van CocoRosie.

De kunstacademie bleek voor hen in veel gevallen aanleiding een bandje te vormen, en het succes als popster zat daarna een carrière als beeldend artiest min of meer in de weg. Want wandelend langs al dan niet schokkend bedoeld rock ’n’ roll-werk komt bij de toeschouwer natuurlijk de geijkte vraag bovendrijven: zou dit werk een kunstpaleis hebben gehaald als de makers geen pophelden waren en publieke figuren? De gedachte die ook de schilderende acteurs (Jeroen Krabbé, Dennis Hopper), beeldhouwende schrijvers (Jan Wolkers), en aquarellerende vrouwen van bekende politici (Janneke Brinkman) moet hebben gekweld. Stelt wat ik doe iets voor, of drijf ik op die andere roem?

Toch loont het dit thema in Brussel even naar de achtergrond te schuiven; de tocht door twintig royaal ingerichte zalen van het Bozar wordt er wel zo aangenaam door. Een betere leidraad blijkt de vraag: uit welke ideeënwereld komt dit werk en sluit het aan bij de in klank gevatte kunst van de artiest?

Zo wordt de zaal ingenomen door Bianca Casady (25) tamelijk betoverend als de bezoeker het muzikale werk van CocoRosie in het hoofd meevoert. Dat Amerikaanse zusjesduo maakt ‘psychofolk’, speelt tovergospel op speelgoedpiano in spookhuizen en combineert fantasierijke enge-sprookjesteksten met thema’s als transgender, het einde van de kosmos en de onmogelijkheden van het menselijk omhulsel. ‘Ik wil een penis en ik wil vliegen’, laat Casady optekenen in de prachtig als muziektijdschrift vormgegeven catalogus bij de tentoonstelling. Haar zaal ingericht als een fantasybos wordt bevolkt door een leger van etalagepoppen, met geslachtsdelen van boomschors, en zóveel vrouwen met baarden – het handelsmerk van het duo – dat je bijna aan dat mensbeeld begint te wennen.

Het valt CocoRosie indachtig allemaal keurig op z’n plek, en de zaal is een waardevolle en fysieke aanvulling op het etherische liedwerk van de zusjes, en voor wie de bizarre wereld van CocoRosie wil doorgronden zelfs een must see.

Minder freaky, maar net zo dromerig en vol kinderlijk verlangen en naïeve verwondering is het werk van het beeldende én muzikale duo Riceboy Sleeps, waarvan zanger Jónsi Birgisson als muzikaal fenomeen Sigur Rós de wereld over gaat, en Alex Somers als deel van de band Parachutes.

De twee werken op hun jeugdherinneringen: op achterkanten van ansichtkaarten, vergeelde foto’s van anonieme ooms en tantes. Ze printen jeugdfoto’s van zichzelf – als kind steentjes keilend over het water – op half vergane documenten en houten schuurluikjes en koesteren zo de volgens zichzelf ‘kleine momenten’ van geluk in het overweldigende natuurschoon van IJsland. Ook dit werk kan weer als illustratie dienen bij de muziek van Sigur Rós en Riceboy Sleeps, die net zo mystiek en IJslands verstild klinkt als het schilderij Rain Down My Favourite Songs – een afbeelding van een jongen met een enorm visnet onder een zwerm vogels – eruitziet.

‘Muziek en beeldende kunst komen bij Riceboy Sleeps uit een en dezelfde wereld’, zegt Alex Somers in de catalogus in een interview met Jérôme Sans, de curator van It’s Not Only Rock ’n’ Roll Baby en voormalig directeur en oprichter van het Palais de Tokyo in Parijs. Dat klinkt misschien als een open deur, maar volgens Somers creëert elk beeldend werk een eigen stuk muziek, en andersom. Het als kunstenaarsgroep bij elkaar levend duo ‘schept atmosfeer’, en de perfecte gemoedstoestand levert vervolgens beeld en geluid.

Nog dichter aaneengeklonken zijn beeld en muziek in de beukende installaties van het Amerikaanse electro-glamduo Fischerspooner en het in München gevestigde collectief Chicks on Speed. De rock ’n’ roll ís hier het cabareteske videowerk in zuurstokkleuren (Fischerspooner) en het komische naaktgedoe tussen borduursels, pannenlappen en huisnijverheid (Chicks on Speed), er is geen onderscheid meer te maken tussen disciplines. Net zoals bij Kembra Pfahler van de Amerikaanse gothicpunkband The Voluptuous Horror of Karen Black het over-the-top kitschwerk op het podium niet los te zien is van de blauwgeschilderde naaktperformances van de ‘Karen-meisjes’ in een video-installatie.

Het is bij It’s Not Only Rock ’n’ Roll Baby de jonge generatie die de show steelt. Want hoe houterig (letterlijk) en a-muzikaal doet het werk van Yoko Ono aan – een installatie van houten grafkistjes waar bomen uit groeien – vergeleken bij het uitzinnig multimediale werk van Fischerspooner en de weirdo-poëzie van CocoRosie. De artiesten die er nu toe doen overschrijden lachend de disciplinegrenzen en verklaren de existentiële vraag over de waarde van de beeldende kunst van de popster officieel tot belachelijke gedachte.

It’s Not Only Rock ’n’ Roll Baby vat beelden in muziek en rock ’n’ roll in klaterende videokunst, en verricht daarbij verkennend werk in de scheppingswereld van een aantal frisse Warholiaanse kunstcommunity’s die de komende jaren nog veelvuldig tot ons zullen komen, hetzij via de poppodia, hetzij in het kunstpaleis.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden