Popeye moet aan de bioactieve diversiteit minderen

Wie sigaretten rookt en spinazie eet krijgt longkanker. Je kan dus maar beter geen spinazie eten. Het zou goed kunnen dat een enkele krantenlezer deze opvatting is toegedaan....

De onzin in de eerste twee zinnen hierboven komt als volgt tot stand. Er is moeizaam en langdurig epidemiologisch onderzoek in verschillende landen in de wereld en onder verschillende groepen mensen. Op welke leeftijd worden mensen ziek, gaan ze dood en wat mankeerden ze? Dat is de ene vraag. De andere: wat waren ze gewend te eten, te drinken en te doen? Alleen bij grote aantallen mensen die op deze manier bekeken worden, kan iets uit zo'n onderzoek komen dat tot nadenken stemt. Het viel op dat bij bevolkingsgroepen die veel groente en fruit eten, het aantal mensen dat een mooie late dood sterft groter is dan bij groepen die weinig groente en fruit eten en veel vlees en vet. Bij deze groepen gaan meer mensen vroeg dood aan hart- en vaatziekten of kanker. Conclusie: als de bevolking meer groente en fruit eet, zullen gemiddeld meer mensen gezond stokoud worden.

Maar hoe komt dat dan? Dat weet nog steeds niemand. Er zijn alleen sterke vermoedens. Bepaalde kleurstoffen, foliumzuur en voedingsvezels zouden misschien wel eens goed werk kunnen doen. Beta-caroteen is zo'n kleurstof, een caratenoïde, waar groene bladgroente stampvol mee zit. B-caroteen kan in het lichaam worden omgezet in vitamine A die helpt kanker te voorkomen. Het staat niet vast maar het is een ernstige veronderstelling. Als het klopt zou je mensen die verhoogd risico lopen op het krijgen van kanker - sigarettenrokers - extra B-caroteen kunnen geven. En dat is gebeurd. In de Verenigde Staten en in Finland. Vrijwilligers kregen synthetisch beta-caroteen toegediend bij een proef die voor een aantal deelnemers niet best afliep. Het bleek dat bij mensen die rookten de kans op longkanker juist toenam na gebruik van extra B-caroteen. Zo kan een Marlboro-junk op de gedachte komen dat spinazie kwaad doet. Want er zit beta-caroteen in. Maar de proef is niet met groene groente gedaan, maar met knutsel-caroteen uit de farmaceutische industrie. Misschien maakt dat al heel veel uit. En niet meer roken schijnt op zich ook wonderlijke effecten te hebben op de gezondheid.

Er is - we weten het bijna zeker - iets moois met groente en fruit, zeggen de epidemiologen en het Koningin Wilhelmina Fonds zegt het ze na. Maar zolang je niet weet wat, weet je nog niks, zegt Wageningen. Aan de Universiteit van Wageningen promoveerde begin van dit jaar Jacqueline Castenmiller op een onderzoek naar spinazie als mogelijke bron van stofjes tegen ziekte en verdriet. Er worden meer van deze onderzoeken gedaan en de resultaten zijn soms ontluisterend. Veel is niet wat we dachten, Wageningen leert ons opnieuw koken. Uitgangspunt van onderzoek is telkens: als het waar is dat in voedsel stoffen zitten die bijzondere dienst kunnen doen in het mensenlichaam, dan moeten we weten hoeveel van die stoffen na het eten blijven hangen. En of de wijze van bereiding van voedsel daar ook invloed op heeft.

Jacqueline Castenmiller gaf 70 gezonde mensen gedurende drie weken spinazie te eten. Ze verdeelde de proefpersonen in groepjes. Eén groep moest kauwen op het hele spinazieblad, een andere kreeg gehakte spinazie en een derde kreeg een experimenteel gerecht voorgezet van spinazie waarvan de celwanden tevoren waren gesloopt door enzymen. 'Enzymatisch vervloeide spinazie' heet dat in het proefschrift. Elke week werd de proefpersonen bloed afgetapt. Telkens werd in bloedmonsters gekeken hoeveel van de begeerde stoffen uit spinazie terug te vinden was.

De grootste verrassing uit het onderzoek is dat mensen veel minder beta-caroteen uit groene bladgroente opnemen dan lang is gedacht. Gehakte spinazie doet het wat beter en met enzymen behandelde spinazie ook. Maar als je meent dat B-caroteen je helpt te overleven, moet je het niet in spinazie zoeken. B-caroteen raakt sowieso al uit de voedingswetenschappelijke mode.

Een andere carotenoïde in spinazie, luteïne, wordt juist wel goed opgenomen, stelt Jacqueline Castenmiller vast. En misschien is dat nou net de stof die we hard nodig hebben. Dan toch maar veel spinazie?

Nee, zegt Castenmiller, veel verschillende soorten groente en fruit moeten we eten. 'Een optimale gezondheid en bescherming tegen oxidatieve schade en gerelateerde ziekten kan worden bereikt door het eten van groenten en fruit met een verscheidenheid aan bioactieve stoffen in plaats van een enkel bestanddeel', schrijft ze in haar proefschrift. Weet ze dat zeker? Nee. Maar veel wijst er op.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden