Poparchief droomt van nieuw onderdak Motten en muizen zitten popdatabank in de weg

De ramen in het oude fabriekspand zonder airco aan de Amsterdamse Wibautstraat - Luyck's maakte er ooit mosterd - staan op zomerse dagen wijd open....

Van onze verslaggever

AMSTERDAM

Archiefmedewerkster Lutgard Mutsaers tilt een broos geworden exemplaar van Witheek uit een doos, nummer 19, jaargang 3 ('Waarin opgenomen gelul 1968'). Openingskop: 'Heksenjacht op popjongens die 'n stikkie roken'; prijs per exemplaar '38 sentjens'. De kurkdroge bladzijden zijn bijna niet open te vouwen en om te slaan zonder het sleetse papier verder te beschadigen. Overal op de vloer staan lokdoosjes waarvan de giftige inhoud een bijkomend gevaar moeten zien te keren: consumptie door muizen.

De hoofddoelstelling van het Poparchief Nederland, in zijn oervorm opgezet in 1987 en ondergebracht in dezelfde vervallen behuizing als de inmiddels twintig jaar bestaande stichting Popmuziek Nederland, is officieel 'het beschikbaar stellen van wezenlijke informatie over de popmuziek na 1945, voor zover behorend tot het Nederlands cultuurgoed'. Hoewel er geen sluitende definitie bestaat voor het begrip pop, vallen de Gordons, de Wilma's en Vader Abraham en zijn Zeven Zonen ('amusementsmuziek') daar niet onder. Wel uiteraard de muziek 'van, voor en door jongeren die aansluit op de Anglo-Amerikaane traditie sinds 1955', maar ook de 'wereldmuziek' van onder meer Molukkers, Surinamers, Turken, Marokkanen en Ghanezen in Nederland en bijvoorbeeld nieuwe stromingen als dance.

Het PN verzamelt geen gebroken drumstokken of beroemde zweetsokken, maar op dit moment alleen gedrukt materiaal en geluidsdragers met betrekking tot de Nederlandse pop. Het wordt apart gesubsidieerd. In het Kunstenplan 1993-1996 was voor het archief, inclusief salarissen, een ton per jaar uitgetrokken. Dat is net toereikend om twee parttime medewerkers te kunnen betalen, die hun handen vol hebben aan lopende zaken, maar niet bij machte zijn al het binnengekomen materiaal te beschrijven, te rubriceren en zo op te bergen dat het ook weer zonder extreem graafwerk is terug te vinden. Het hoopt zich bij karrevrachten op, in elk vertrek staan stapels dozen.

Zelf iets aankopen is er met het huidige budget amper bij, het PN moet het hebben van schenkingen en legaten. De overheid ondersteunt wel de doelstellingen van het PN, maar geeft vooralsnog niet de middelen om het te ontsluiten voor het publiek. Materiaal uit de jaren vijftig en zestig is zeer geliefd bij verzamelaars, maar die zitten vaak ook in het beurzencircuit en doen hooguit voor veel geld afstand van stukken uit hun collectie. Mutsaers: 'Indo-rock singles doen echt honderden guldens. Daar kunnen we niet aan beginnen. Maar die mensen gaan op een gegeven moment een testament schrijven, die willen hun collectie dan bij elkaar houden.'

Doe Maar heeft na het ontbinden alle materiaal van de groep, inclusief de zakken vol fanmail, aan het archief cadeau gedaan. 'Er zijn twee meisjes in Nijmegen die voor hun afstuderen onderzoek hebben gedaan naar fans en fancultuur in Nederland. Een van hen heeft het hele fanmail-archief van Ernst Jansz doorgespit en daar een ontzettend leuke scriptie over gemaakt. Met zijn tweeën gaan ze dat verwerken tot een boek in onze publikatiereeks.'

Het Poparchief verzorgt een reeks eigen uitgaven: de Encyclopedie van de Nederlandse Popmuziek (1990, wordt binnenkort bijgewerkt), Haring & Hawaii (de historie van de hawaï-muziek in Nederland), Rock 'n' Roll in rood-wit-blauw, 25 Jaar Paradiso en Gouden Tijden (over de Nederlandse popbladen). Het vijfde deel zal zijn gewijd aan de punk in Nederland.

Mutsaers: 'Ze worden altijd gunstig ontvangen, maar het blijven kleine oplagen. We zijn geen uitgever, hebben geen distributienet, dat moet je uit handen geven. Dan kom je al heel snel tot de conclusie dat 40 procent voor de boekhandel is en 20 procent voor de distributeur, dus komt 40 procent naar ons terug. We hebben minimale oplagen en dat kan alleen omdat we een culturele instelling zijn. Maar het maakt het wel weer extra moelijk om een goed onderwerp te kiezen. Je moet toch mensen motiveren om een jaar, anderhalf jaar onderzoek te doen en met een mansucript te komen. Ze hoeven het niet helemaal voor niks te doen, maar krijgen uiteindelijk niet meer dan een research-fooi.'

Het Poparchief is bezig voor de financiering van de publikatiereeks een apart fonds op te richten, het Dick Slootwegfonds, vernoemd naar de in 1992 overleden Volkskrant-redacteur, auteur van De B-kant van de Beat, die 'een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan het onderzoek naar de geschiedenis van de Nederlandse popmuziek'.

Journalisten en wetenschappers zijn welkom om in het archief te spitten, maar officieel is het niet toegankelijk voor het publiek. 'Dat kent ons alleen via de publicaties.' Incidentele aanvragen voor gegevens worden wel gehonoreerd. 'Het Jazzarchief is elke middag open, daar kun je gewoon terecht. Het loopt volgens mij als een trein.' Voor Mutsaers geldt het als een goed voorbeeld van hoe het zou moeten kunnen.

'We hebben een opslagruimte, zelfs twee. De ene is een opslagruimte van een verhuisbedrijf, waar regelmatig dozen met spullen heen gaan. De andere is in de Beurs van Berlage, gewoon op zolder achter een houten hek. Dozen, dozen, en nog eens dozen met een cijfer erop en een steekwoord. Mijn collega Gert Verbeek heeft dan wel precies geïnventariseerd wat er allemaal inzit, maar als er iemand komt die zegt: ik zoek de Muziek Expres jaargang 1967, en die zou dan toevallig in de Beurs staan, dan is dat een verschrikkelijk gedoe. Want het kan dan ook nog wel eens zo zijn dat die doos helemaal onderaan in die berg staat.

'Vorige week kregen we een stapel, een ander zou er gewoon omheen lopen of al niezend zijn heil elders zoeken, maar het zijn oude scripties uit jaren zeventig toen de popmuziek net een object werd van studie. Heerlijk stapeltje, de motten vlogen eruit, maar dat vind ik allemaal fantastisch.'

Voorlopig blijft ook deze schenking een hoeveelheid papier in een doos. 'Als je bedenkt wat er allemaal meer mee kan gebeuren als je er de mensen voor hebt, een goed gebouw waar het publiek gewoon naar binnen kan.' De huidige huisvesting gaat tegen de grond. De Stichting Popmuziek Nederland en het Poparchief hebben hun oog laten vallen op een leegstaand rijksmonument aan de Prins Hendrikkade: het voormalige Fantasio, ooit, evenals Paradiso, een bloeiend centrum van 'alternatieve' jeugdcultuur. De besprekingen over een verhuizing zijn een jaar gaande, maar een knoop is voorlopig nog niet doorgehakt.

De subsidie zou in het kader van het komende Kunstenplan (1997) drastisch omhoog moeten. Mutsaers is hoopvol: 'Ik ben hier vier jaar geleden ook begonnen met één dag in de week en nu werk ik drie dagen. Tussentijds is het archief er financieel beter bij komen te zitten.' Het ideaal: alles gerubriceerd en eenvoudig voor iedereen via de computer op te roepen, een databank voor de popmuziek. Mutsaers: 'Voor de collectie is het van het grootste belang dat het eindelijk eens goed stofvrij en met klimaatbeheersing wordt opgeslagen.

'Als wij verhuizen, daar verheugen we ons nu al op, dan gaan we alles uitpakken en neerzetten. Dan weten we eindelijk wat er allemaal is. Ik zie in mijn dromen echt heel mooie kasten en vitrines, luistercabines en een kijkruimte voor video's. High-tech. Als mensen hun verzameling officieel schenken wordt het de puntje-puntje-puntje-collectie. Dan krijg je een bronzen plaquette met je naam erop in het nieuwe gebouw.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden