Pop/ jazz/ dance

Recensie Ornaments, Moss.


Excelsior/V2.


De ontwikkeling die de Amsterdamse gitaarband Moss heeft doorgemaakt, mag zeldzaam spectaculair heten. Toen ze in 2007 debuteerden, hoorden ze niet tot de echte blikvangers in de stal van het Excelsior-label; vijf jaar later is er een wonderschoon derde album, Ornaments, dat je een internationale triomftocht gunt.


De grote sprong voorwaarts van Moss vond eigenlijk al plaats op Never Be Scared/Don't Be A Hero (2009), waarop de groep rond Marien Dorleijn qua geluid in de richting van Fleet Foxes schoof.


Ornaments is de overtreffende trap: nóg slimmer, nóg meer coherentie, nóg meer aandacht voor detail, evenveel compositorisch vernuft. De Fleet Foxes-echo's zijn er nog wel (Dorleijns zang doet nu eenmaal sterk aan die groep denken) maar Moss heeft zich verder ontwikkeld: meer elektronische arrangementen, meer muzikale kleuren.


Hoor hoe het het tollende Spellbound opzij stapt voor het prachtige Tiny Love en je weet: we hebben hier te maken met een grote popplaat.


Recensie: Passenger, Lisa Hannigan.


Hoop/PIAS.


Lisa Hannigan werd bekend als de vrouw uit Ierland die een aantal van de mooiste liedjes van haar landgenoot Damien Rice (I Remember, 9 Crimes) de hemel inzong met haar zoete, lichthese stem.


Pas daarna begon haar solocarrière als zangeres: aanvankelijk nog wat weifelend (op Sea Sew uit 2008), maar nu écht met het onnadrukkelijk prachtige album Passenger, dat in de meeste Engelssprekende landen al in het najaar verscheen, maar nu pas hier.


Tien mooie liedjes telt de plaat, sommige bleven klein (Little Bird), sommige werden uitbundig (Knots), nu eens vrolijk (What'll I Do), maar vaker weemoedig (Home, Paper House). En dan is er nog dat prachtige duet met Ray LaMontagne: O Sleep. Liefde is Hannigans favoriete thema.


Hannigan zingt met toegenomen zelfvertrouwen en besteedde hoorbaar zorg aan de arrangementen van de nummers, vol slim verstopte instrumenten en altijd met zwierig vioolspel van Lucy Wilkins dat in al zijn bescheidenheid toch alomtegenwoordig is. MP


Recensie: Mu.zz.le., Gonjasufi.


Warp/V2.


Het bedwelmende, betoverend mooie elektronische album A Sufi & A Killer (2010) werd vooral toegeschreven aan de enigmatische Californiër Gonjasufi (echte naam: Sumach Ecks). Dat was een tekort; de naam van de tweede volwaardige maker, The Gaslamp Killer, stond niet op de hoes vermeld.


Mu.zz.le is wél 'Gonjasufi solo' en maakt toch minder indruk, al was het maar omdat de halvering van het aantal makers heeft geleid tot halvering van de hoeveelheid muziek: 25 minuten, da's wat mager.


Aan de muzikale aanpak is weinig veranderd: Gonjasufi is een hiphopjongen uit de school van Flying Lotus, die een nieuw geluid fabriceert dat klinkt als een oude, ruisende cassetteopname van transistorradio.


Je kunt het glitch noemen, of hauntology, en er flarden melodie uit talloze stijlen in vinden als goudklompjes in een zanderige zeef. Mooi en hypnotiserend is het opnieuw, maar op Mu.zz.le toch minder minutieus uit- en afgewerkt dan op die vervreemdende prachtplaat uit 2010.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden